Werk in uitvoering
In de Pettemerduinen en Korfwater herstellen we de duinnatuur en maken we weer meer ruimte voor inheemse planten. Daarmee versterken we de biodiversiteit en behouden we de karakteristieke soorten van het duinlandschap. Hiervan profiteren ook insecten en vogels.
Pettemerduinen (NH)
Augustus t/m december 2026.
Achter de zeereep, in het zuidelijke deel van de Pettemerduinen, liggen goed ontwikkelde duinvalleien, zoals de Korfwateren, en droge duinen. Door de grote variatie in het gebied, van droog tot zeer nat en van kalkrijk tot kalkarm, is een grote verscheidenheid van vegetatietypen aanwezig waarin tal van zeldzame plantensoorten voorkomen.
Op verschillende plekken in het Korfwater en de Pettemerduinen zijn duingraslanden verruigd en vergrast. Duinriet, struiken en bomen nemen hier de overhand, waardoor de soortenrijkdom afneemt. We maaien de vergraste vegetaties en voeren het maaisel af. Door voedingsstoffen af te voeren en dominante soorten terug te dringen, ontstaat weer ruimte voor bloemen, kruiden en andere plantensoorten die van nature thuishoren in het duinlandschap. Hierdoor neemt de kwaliteit en soortenrijkdom van de natuur toe.
De rimpelroos is een invasieve exoot, een soort die hier van nature niet voorkomt, maar zich uitstekend thuisvoelt in de kustduinen. De plant kan goed omgaan met wind, zand en zout en werd vroeger zelfs aangeplant om verstuiving tegen te gaan, maar zorgt inmiddels voor problemen. Rimpelroos groeit snel uit tot dichte struwelen, waardoor andere planten verdwijnen en de biodiversiteit afneemt.
Om de rimpelroos effectief te bestrijden, zetten we drie beheermaatregelen in. Op locaties waar de soort dichte struwelen vormt, wordt de vegetatie gemaaid en de bodem ontgraven en gezeefd om wortelresten te verwijderen. Hierdoor krijgt de oorspronkelijke duinvegetatie weer ruimte om zich te ontwikkelen. In waardevolle duingraslanden kiezen we voor maaien en afvoeren tijdens de bloei. Zo voorkomen we verdere verspreiding van de soort, terwijl de bodem en aanwezige zaadbank behouden blijven. Op kleinere groeiplaatsen worden planten handmatig uitgestoken, inclusief zoveel mogelijk wortelresten. Deze methode is arbeidsintensief, maar maakt het mogelijk de rimpelroos te verwijderen zonder het omliggende duingrasland aan te tasten.
Zo maken we weer meer ruimte voor de inheemse planten en behouden we de karakteristieke soorten van het duinlandschap. Hiervan profiteren ook insecten en vogels.
De natte duinvallei in het Korfwater is door langdurig natte omstandigheden enkele jaren niet beheerd. Daardoor hebben grauwe wilg en kruipwilg waardevolle duinvalleivegetaties verdrongen. We herstellen de duinvallei door wortelresten en de voedselrijke toplaag te verwijderen. Zo brengen we het oorspronkelijke, schone zand weer aan de oppervlakte. Dit biedt kansen voor typische duinvalleiplanten om terug te keren. Het vrijgekomen materiaal wordt gebruikt om paden in het bos op te hogen. Daarna wordt de vallei regelmatig gemaaid om de open vegetatie in stand te houden.
De poelen in het Korfwater zijn in de loop der jaren dichtgegroeid met riet en lisdodde. Sliblagen hoopten zich op en poelen zijn deels verland. Hierdoor wordt het leefgebied voor waterplanten, insecten, amfibieën en vogels kleiner. We maaien de oever- en watervegetatie en verwijderen de opgehoopte sliblaag. Zo ontstaat weer een open en schone waterpoel met ruimte voor onderwaterplanten, drijfbladplanten en een natuurlijke oevervegetatie langs de randen.
Rond verschillende poelen in het Korfwater is een dichte begroeiing van grauwe wilg ontstaan. Hierdoor zijn open oevers en oevervegetaties grotendeels verdwenen. Daarnaast belemmeren enkele populierenbosjes de ontwikkeling van waardevolle duingraslanden. We verwijderen rond een aantal poelen een deel van het grauwe wilgstruweel. Hierdoor ontstaat weer ruimte voor oever- en moerasvegetaties, zoals riet, lisdodde en paddenrus. De werkzaamheden worden gefaseerd uitgevoerd, zodat voldoende broed- en schuilgelegenheid voor vogels behouden blijft. Daarnaast verwijderen we op enkele locaties populierenbosjes, waardoor ruimte ontstaat voor de ontwikkeling van soortenrijk duingrasland. Hiermee versterken we de natuurkwaliteit en vergroten we de variatie aan leefgebieden in het Korfwater.