Recreatie

5 vragen over de Buitencentra

Staatsbosbeheer heeft het voornemen om per 1 januari 2027 te stoppen met het huidige concept van de Buitencentra. Deze centra ontvangen jaarlijks zo'n 1,3 miljoen bezoekers en vervullen al jarenlang een belangrijke rol als ontvangst-, informatie- en ontmoetingspunt voor bezoekers van natuurgebieden. Ze staan in De Pelen, Almeerderhout, Oostvaardersplassen, Schoorlse Duinen, Sallandse Heuvelrug, Drents Friese Wold en bij het Boomkroonpad op de Hondsrug. Nadat de financiering door het Rijk in 2014 wegviel, is het niet gelukt om tot een structureel sluitende exploitatie te komen, met een jarenlang verlies tot gevolg dat de komende tijd verder zal oplopen.

1. Wat gaat er met de Buitencentra gebeuren?

Staatsbosbeheer heeft het voornemen om per 1 januari 2027 te stoppen met het huidige concept van de Buitencentra. Dat betekent dat Staatsbosbeheer de Buitencentra vanaf die datum niet langer kan exploiteren. Ook de eigen winkels sluiten. Het betekent niet dat publieksvoorlichting of contact met bezoekers verdwijnt. Wel wordt gekeken naar andere manieren om deze activiteiten in de toekomst vorm te geven. Het voorgenomen besluit ligt nu voor bij de Ondernemingsraad die uiterlijk 1 oktober 2026 met advies komt. Het Buitencentrum in Almeerderhout sluit al op 26 juli 2026, omdat hier nog maar erg weinig bezoekers komen sinds de horeca vertrokken is.

2. Waarom overweegt Staatsbosbeheer dit?

De belangrijkste reden hiervoor is dat Staatsbosbeheer meer focus wil op de kerntaak natuurbeheer en de beschikbare middelen zo effectief mogelijk wil inzetten. Nadat de financiering voor de buitencentra door het Rijk in 2014 verviel, heeft Staatsbosbeheer ze vanwege hun maatschappelijke waarde jarenlang opengehouden en gezocht naar mogelijkheden voor een structureel sluitende exploitatie. Dat is tot op heden niet gelukt, met een jarenlang structureel verlies tot gevolg. Daarnaast zien we dat, door oplopende kosten voor personeel - de loonsverhogingen in de CAO Rijk krijgt Staatsbosbeheer niet vergoed - en (verduurzaming van) gebouwen, dit verlies de komende tijd verder zal toenemen. Zolang de kosten die we maken voor natuurbeheer hoger liggen dan de subsidie die we ervoor ontvangen, ligt onze prioriteit bij het zo optimaal mogelijk beheren van die natuurgebieden. Ook omdat goed natuurbeheer bijdraagt aan het herstel van biodiversiteit en aan de oplossing van (de maatschappelijke gevolgen van) het stikstofprobleem. Deze keuze betekent dat Staatsbosbeheer geen geld meer heeft voor activiteiten die niet kostendekkend zijn. Daar horen de Buitencentra ook toe.

3. Wat betekent dit voor de medewerkers?

Die vraag maakt deel uit van de vervolgstappen die we gaan nemen. Bij de Buitencentra werken 23 medewerkers en zijn 350 vrijwilligers actief. We begrijpen dat dit voor hen een ingrijpende boodschap is, nadat ze zich jarenlang met hart en ziel hebben ingezet om het publiek zo goed mogelijk te informeren en enthousiast te maken voor de natuur. Hun inspanningen gedurende al die jaren waarderen we zeer. Er vallen geen gedwongen ontslagen.

4. Hoe nu verder?

De afbouw van de Buitencentra vindt niet overal tegelijk plaats en is mede afhankelijk van bestaande afspraken en lopende contracten. Per gebouw wordt bekeken wat een passende en toekomstbestendige invulling is. Op dit moment brengt Staatsbosbeheer per locatie zorgvuldig de toekomstscenario's in kaart. De gebouwen waar onze Buitencentra in gevestigd zijn, delen we veelal met commerciële exploitanten en we blijven met hen en andere exploitanten samenwerken om als poort of ontmoetingspunt bij natuurgebieden ook faciliteiten als horeca of vergaderruimtes aan te kunnen bieden.

5. Hoe zit het met natuureducatie en excursies, en hoe informeren we bezoekers in de toekomst?

We blijven door heel Nederland de Boomfeestdag, het programma Natuurwijs en kostendekkende excursies ondersteunen. Daarnaast werken we samen met partners zoals IVN Natuureducatie, lokale organisaties voor natuur- en milieueducatie, scholen, gemeenten e.d. om natuurbeleving en natuureducatie voor een breed publiek toegankelijk te maken. Staatsbosbeheer blijft bezoekers informeren en met hen in contact staan. Persoonlijk contact met bezoekers blijft daarbij van belang, maar wordt op een andere manier georganiseerd: dicht bij het gebied en meer geïntegreerd in het dagelijks werk ondersteund door digitale informatievoorziening.