Nieuws

Soortenjaar Nieuw Land: leerzame en verrassende libellenexcursie

  • 24 augustus 2026
  • Flora en fauna
  • Leestijd 3 minuten

Auteur

Douwe Brouwer

Boswachter

Eerder deze maand was er weer een excursie in het kader van het Nationaal Park Nieuw Land Soortenjaar 2026, dit keer over libellen. Onder leiding van collega Eric Roeland genoten we van deze vliegers rond het zogenoemde Landje van Pelgrim. Ik was vooral verrast door de invloed van een kleine weersverandering en hoe kleurrijk deze insecten zijn. 

De eerste libel gespot: een paardenbijter

Insectenspecialist

Als boswachter kun je niet overal verstand van hebben. Daarom is het fijn dat er zoveel specialisten werken bij Staatsbosbeheer. Zoals bijvoorbeeld mijn collega Eric Roeland, adviseur ecologie in Flevoland. Naast zijn brede ecologische kennis is hij gespecialiseerd in insecten, en dan met name libellen en zweefvliegen, en bestuurslid van Brachytron, de Nederlandse Vereniging voor Libellenstudies (NVL). Vol verwachting verzamelden we ons dus voor een informatieve excursie en na een korte introductie gingen we op pad, met verrekijkers en camera's.

Over het weer

Eric waarschuwde vooraf al dat de droogte van de afgelopen periode niet positief is voor libellen. De meeste soorten leven één tot meerdere jaren als larve in het water. Als het langere tijd droog blijft, kunnen waterpartijen droogvallen en gaan de libellenlarven dood. En in een plas die bijna droogvalt, kunnen larven niet overleven omdat het water te warm wordt, er te weinig zuurstof aanwezig is of de waterkwaliteit sterk achteruitgaat. Maar libellen die slechts één winter als larve leven, hebben minder last van de droogte. Er zijn soorten die juist hun eitjes leggen in poeltjes die droogvallen, zoals de zuidelijke heidelibel en de bloedrode heidelibel.

De ochtend begon helaas bewolkt, wat de kans om libellen te zien verkleinde. Libellen zijn koudbloedige insecten. Ze gebruiken de zon om hun vliegspieren op te warmen. Veel libellen worden pas actief bij een temperatuur van 15 graden, maar vliegen gaat het best wanneer hun vliegspieren een temperatuur van ongeveer 30 graden hebben bereikt. Daarom hangen libellen bij kouder weer vaak in bomen, struiken en ruigten, om zich eerst in de zon op te warmen.

De zuidelijke heidelibel en bloedrode heidelibel hebben minder last van droogte

Juffers en echte libellen

Eerst even wat basiskennis. Binnen de 'orde van libellen' zijn er twee onderorden (ondersoorten): juffers en ‘echte’ libellen. Het verschil tussen deze twee groepen is duidelijk zichtbaar. Juffers hebben een lang en smal achterlijf. Hun vier vleugels hebben allemaal dezelfde vorm. In rust vouwt een juffer zijn vleugels meestal langs of boven het achterlijf. De ogen zitten aan de zijkanten van de kop en hebben de vorm van een halve bol, de ogen raken elkaar niet. Libellen hebben een steviger en vaak breder achterlijf. De achtervleugels zijn aan de basis breder dan de voorvleugels. In rust houden ze hun vleugels meestal gespreid of schuin naar beneden of naar voren. Hun ogen zijn groot en raken elkaar (bijna) altijd boven op de kop.

Paardenbijter

Tot zover de introductie en voorbereiding op wat we (eventueel) zouden gaan zien. En ja hoor, zoals gewaarschuwd zagen we het eerste halfuur geen libellen. Maar we hadden nog tijd genoeg en volgens de voorspellingen zou het weer beter worden. Al snel zagen we bij een bosrand in een flauw zonlicht, de eerste libel, een paardenbijter. Hij vloog steeds dezelfde rondjes langs de bosrand. Eric vertelde dat dit typisch gedrag is voor de paardenbijter. Het jagen langs de bosrand en juist daar gaan hangen wanneer het te koud is. Al snel zagen we meerdere paardenbijters bij elkaar, die in hetzelfde gebied aan het rondvliegen en jagen waren. Deze mooie libel bijt trouwens geen paarden. Hij heeft deze naam gekregen omdat hij vaak wordt waargenomen rond paarden, waar hij op vliegen en dazen jaagt.

Paardenbijter en bruinrode heidelibel

En toen brak de zon door

Na dit groepje paardenbijters bleef het even rustig met de waarnemingen. Net toen we ons afvroegen of we vandaag nog wel iets zouden zien, brak de zon een klein beetje door. En alsof iemand een doosje libellen had opengetrokken, zagen we ze opeens overal tevoorschijn komen. Wat een verrassing, het effect van het iets warmere weer.

De bruinrode heidelibel, de zuidelijke heidelibel en de bloedrode heidelibel, in allerlei kleuren. Waar Eric snel de soort kon benoemen, riep dit bij mij en de andere excursiedeelnemers veel vragen op. Hoe zie je het verschil? De ene heeft zwarte poten, de andere gele, de ene heeft een streep, de andere een 'snor' of een 'legboor' (waarmee de eitjes worden gelegd). Voor dit soort details geldt: lang leve de goede camera én de libel die graag even voor je stil blijft zitten!

's Avonds thuis heb ik uitgebreid alle foto's bekeken om de libellen te determineren. Met de Veldgids Libellen, de fotogids van Jan Katsman, kom je dan een heel eind. Wat een waanzinnig mooie dieren zijn dit. Wat een kleuren, wat een details. Al met al was het weer een zeer leerzame en leuke excursie, die er in ieder geval bij mij voor heeft gezorgd dat mijn enthousiasme voor libellen weer flink is aangewakkerd. Dank je wel Eric Roeland, voor het delen van je inspirerende kennis en passie.

Bruinrode heidelibel: vrouwtje (met legboor) en mannetje (zonder legboor).

Save the date

Over de auteur
Meer over dit onderwerp