Nieuws

Vlinders in de Oostvaardersplassen

  • 08 mei 2026
  • Flora en fauna
  • Leestijd 5 minuten

Auteur

Douwe Brouwer

Boswachter

Hoe zit het ook alweer met die vlinders? Is de ene soort eerder te zien dan de andere? Overwinteren ze als vlinder, rups of eitje? En waren er niet ook soorten die zelfs wegtrekken, net als veel vogels? Tijd voor een blog om even stil te staan bij de prachtige wereld van de (dag)vlinders.

Bont zandoogje

Vlinderseizoen is op gang

Dit vlinderjaar begon voor mij, zoals zo vaak, met de vreugdevolle eerste ontmoeting met een citroenvlinder, die al in februari voorbij kwam fladderen. Niet veel later lieten ook de eerste dagpauwoog en een gehakkelde aurelia zich zien. De voorjaarsvreugde werd compleet bij het spotten van de eerste grote vos van dit jaar!
Inmiddels is het vlinderseizoen echt op gang gekomen: verschillende witjes, zoals het groot en klein geaderd witje, het groot en klein koolwitje en het oranjetipje, zijn volop aanwezig. Ook het landkaartje (lentegeneratie), het boomblauwtje en vele andere soorten laten zich weer zien. In de Bioblitz van het NPNL Soortenjaar 2026 zijn inmiddels al 20 soorten dagvlinders geregistreerd.

Soorten, tijdstip en biotopen

Wat me van afgelopen jaar vooral is bijgebleven, zijn de verschillende soorten en de verschillen in aantal vlinders op verschillende plekken. Het landschapstype en de bijbehorende vegetatie bepalen (natuurlijk) welke soorten er te zien zijn. In onze relatief natte, voedselrijke bossen zoals het Kotterbos, het Oostvaardersbos en het Hollandse Hout kom je andere vlindersoorten tegen dan in het kerngebied met open water, rietmoeras, (begraasde) natte en droge graslanden en ruigtevelden. En dat zijn weer andere biotopen dan het Oostvaardersveld en zeker dan de Knardijk, waar eveneens veel vlinders te vinden zijn.

Een snelle blik in de categorie vlinders van de Bioblitz laat zien welke soorten zich het eerst laten zien. Kijken we naar de Bioblitz van 2021, dan zien we dat we nog een aantal soorten missen die toen wel zijn waargenomen. Dit zijn echter allemaal vlinders die later in het seizoen actief worden. Daartegenover staat dat in de Bioblitz van 2026 nu al koninginnenpages, grote vossen en zelfs een eikenpage zijn waargenomen, die in 2021 ontbraken. Met andere woorden: dit jaar zouden we meer vlindersoorten kunnen halen dan in 2021!

Overwinteren

In Nederland leven ruim vijftig soorten dagvlinders, die allemaal op hun eigen manier overwinteren. Zo overwinteren de citroenvlinder, de dagpauwoog, de kleine en grote vos en de gehakkelde aurelia als volwassen vlinder (imago). Dagpauwogen zitten vaak in een donker, droog en (relatief) warm hoekje op zolder, in een schuurtje of houthok. De vossen en de gehakkelde aurelia overwinteren graag in boomholtes. De citroenvlinder hangt simpelweg aan een takje of blaadje en overleeft zo zelfs temperaturen onder het vriespunt.

De meeste andere soorten overwinteren als eitje, rups of pop, verscholen tussen bladeren of grassen. Om deze mooie beestjes te helpen de winter door te komen, helpt het om je tuin niet al te netjes ‘winterklaar’ te maken. De atalanta en de distelvlinder zijn echte trekvlinders. De atalanta overwintert in Zuid-Europa en trekt in het voorjaar weer richting het noorden. De distelvlinder komt vooral voor in West-Europa en maakt voor de winter de lange reis naar Afrika.
Het leven van een vlinder is over het algemeen niet lang. De meeste soorten leven als imago slechts twee tot drie weken. Vlinders die als imago overwinteren, worden echter aanzienlijk ouder, omdat zij ook de wintermaanden overleven.

Citroenvlinder en dagpauwoog

Terug naar de Oostvaardersplassen

Zoals gezegd zien we in verschillende biotopen, verschillende soorten vlinders. Zo vind je veel distelvlinders in het Oostvaardersveld, simpelweg omdat daar veel distels staan. Oranjetipjes tref je vaak aan in de buurt van look-zonder-look, een typische plant van vochtige, voedselrijke gronden in loofbossen en één van de waardplanten van deze soort.

De door velen verguisde grote brandnetel is een ware vlinderheld: het is de waardplant voor de dagpauwoog, de kleine vos, de gehakkelde aurelia en de atalanta. Een waardplant is een plant waar een specifieke soort niet zonder kan: de soort leeft op, eet ervan of plant zich erop voort.

Ook dijkviltbraam, een invasieve exoot die we in onze natuurgebieden liever niet zien, blijkt een hotspot voor vlinders door de vele bloemen die nectar leveren en de sappige bramen vol suikers.

Landkaartje (lentegeneratie), gehakkelde aurelia, atalanta en grote vos.

Speciaaltjes

Een aantal soorten wil ik graag extra aandacht geven:
Ten eerste het boomblauwtje. Van de circa 15 blauwtjessoorten in Nederland is dit een opvallende, omdat hij vooral in bosranden en bossen leeft, terwijl de meeste soorten juist in graslanden voorkomen. Het boomblauwtje voedt zich met honingdauw, sap van bloedende bomen en met nectar.

Het oranjetipje. Grappig feitje: de vrouwtjes van deze soort hebben helemaal geen oranje tipje; je herkent ze het makkelijkst door de onderkant van de achtervleugel.

Het landkaartje. Op de foto zie je het landkaartje in de lentegeneratie. Het is een prachtig vlindertje, maar het lijkt helemaal niet op de landkaartjes die later in de zomer zien.

Een andere bijzondere soort is de koninginnenpage. Deze prachtige vlinder is dit jaar, net als het boomblauwtje, al waargenomen. In Nederland komt hij vooral voor in het zuiden, in meer heuvelachtig gebied, en heeft een voorkeur voor bloemrijke graslanden.

Ook de grote en de kleine vos zijn natuurlijk prachtige soorten. Deze twee vlinders lijken sterk op elkaar, maar verschillen onder andere in formaat en het aantal zwarte stippen op de vleugels: bij de kleine vos zijn dat er drie, bij de grote vier. De vrij algemene kleine vos gebruikt de grote brandnetel als waardplant, terwijl de zeldzame grote vos zijn eitjes afzet op wilg, iep en zoete kers. Zowel brandnetels als deze boomsoorten zijn ruim aanwezig in de Oostvaardersplassen.

Een andere bijzondere soort die in 2021 is waargenomen, is de zeer zeldzame rouwmantel. Deze prachtige vlinder zet zijn eitjes af op wilgen, waarvan we er meer dan genoeg hebben. De vlinders voeden zich vooral met rottend fruit en sap van bloedende bomen, en in het voorjaar ook met nectar van wilgenbloesem. Een soort die ik zelf ooit graag nog eens hoop te spotten in de Oostvaardersplassen, en die ook hoog op mijn wensenlijstje staat voor de Bioblitz.

De mooiste vlinder die ik zelf tot nu toe in de Oostvaardersplassen heb gezien, is de grote weerschijnvlinder. Deze zeldzame en indrukwekkende soort zag ik vorig samen met collega Hans-Erik, tijdens een excursie met een groep basisschoolkinderen in het Hollandse Hout. De dag kon natuurlijk niet meer stuk. In 2021 is de soort al vanaf april waargenomen, hoewel de officiële vliegtijd volgens de boekjes pas vanaf juni begint. De grote weerschijnvlinder is een echte loofbossensoort. De ei-afzet vindt plaats op grauwe wilg en boswilg. De vlinders leven hoog in de bomen en voeden zich vooral met honingdauw en sap van bloedende bomen. Mannetjes komen soms naar de grond om te drinken van plassen, kadavers en soms zelfs van bezwete mensen.

Oranjetipje zonder oranje tipje, oranjetipje, klein koolwitje, groot koolwitje.

Tot slot

De droomlijst met vlinders in de Bioblitz kan natuurlijk eindeloos worden aangevuld. Zo ben ik benieuwd hoeveel verschillende soorten blauwtjes we straks op de lijst hebben. Ook zou ik heel graag de grote ijsvogelvlinder en de kleine weerschijnvlinder op de lijst zien, al is die kans niet zo groot omdat deze soorten nauwelijks nog in Nederland voorkomen.

Dromen mag altijd, maar…, ik wil iedereen uitdagen: zie je zo’n vrolijke vladderaar voorbij komen, volg hem en wacht tot hij ergens gaat zitten zodat je een mooie foto kunt maken. Misschien voeg jij wel de volgende ‘nieuwe’ soort toe aan de Bioblitz! Bij bijzondere soorten zoals de rouwmantel of de grote weerschijnvlinder, vind ik het leuk als je een mailtje stuurt, zodat we samen in de feestvreugde kunnen delen.

Over de auteur
Meer over dit onderwerp