Nieuws

Europese bizon helpt mee aan gevarieerde natuur

  • 02 april 2026
  • Natuurbeheer
  • Leestijd 4 minuten

Ze grazen, poepen, maken stuifkuilen, verspreiden zaden en strippen bomen. Tien jaar lopen ze inmiddels in de Noord-Brabantse Maashorst rond: wisenten, tauros-runderen en Exmoorpony’s. Recent onderzoek laat zien wat het effect van deze grazers en hun voorgangers is op de natuur. “Sinds 2018 broedt de grauwe klauwier weer hier en vorig jaar hadden we 23 broedparen”, vertelt Staatsbosbeheer-boswachter Marc Poulussen trots.

De wisent, die nu in De Maashorst graast, heeft als soort ook een lange geschiedenis in Europa. Hij wordt ook wel de Europese bizon genoemd. (foto: Arjen Boerma)

Europese bizon

Met z’n 3500 hectare is De Maashorst het grootste aaneengesloten natuurgebied van Noord-Brabant. Een gevarieerd gebied dat bestaat uit bossen, heide, vennen, stuifzand, beekdalen, hooilanden en graslanden. En een gebied met een bijzondere ontstaansgeschiedenis. Het ligt namelijk op een oude breuk in de aardkorst. Door bewegingen over een lange periode is een deel van het landschap omhooggekomen. Deze horst heeft bijgedragen aan het reliëf en afwisseling in het gebied.

De wisent, die hier nu graast, heeft als soort ook een lange geschiedenis in Europa. Hij wordt ook wel de Europese bizon genoemd, leefde duizenden jaren op veel plekken in Europa en mogelijk ook in delen van Nederland. Door intensieve jacht en verslechtering van zijn leefgebied verdween de wisent uit het wild en overleefde alleen nog in gevangenschap, zoals dierentuinen en fokprogramma’s. Het zeldzame dier is inmiddels in verschillende natuurgebieden in Europa, waaronder in Nederland, weer uitgezet. In De Maashorst lopen ze weer sinds 2016, vergezeld door Exmoorpony’s en taurossen.

Een Exmoorpony en tauros-runderen in De Maashorst.

Verschillende grazers vullen elkaar aan

Als Marc half maart het natuurgebied laat zien, stuit hij al gauw op een kudde Exmoorpony’s die zich tegoed doen aan de grassen op een open veld. “Alle drie de grazerssoorten hebben hun eigen graasgedrag. Pony’s kunnen bijvoorbeeld met hun tanden goed heel kort gras afbijten. Een rund heeft langer gras nodig omdat hij het met zijn tong lostrekt. Runderen grazen bovendien in fases: na het eten gaan ze liggen om te herkauwen. Ook in hun voedselkeuze verschillen ze. Runderen eten relatief veel jonge bomen en struiken en kunnen bast van bomen schillen. Wisenten doen dat ook en staan er om bekend dat ze naast gras ook graag takken en schors eten. Hierdoor krijgen jonge bomen minder kans om dicht op elkaar te groeien en blijven graslanden en heide open. Samen zorgen deze grazers voor variatie in het landschap.”

Even later wijst Marc op een opvallende witte vlek in een kale boom in de verte. Een blik door de verrekijker bevestigt zijn vermoeden. “Een klapekster. Een bijzondere soort die niet in Nederland broedt, maar hier wel overwintert. Zij houden juist van dit soort halfopen, ruige gebieden.”

Zanderige stuifkuilen

De invloed van de grazers gaat verder dan alleen het eten van planten. “Runderen zoals taurossen maken met hun hoeven en hoorns open plekken in de grond. Wisenten nemen graag zandbaden waardoor stuifkuilen ontstaan. En die zanderige plekken zijn weer heel interessant voor insecten, zoals de zandbij, en reptielen als de zandhagedis. Ook de mest van grazers speelt een belangrijke rol. Zo grazen ze op de ene plek, maar mesten op een andere. Dat maakt de bodem op de ene plek schraal, voedselarm, en de andere plek juist voedselrijk is. Dat zorgt weer voor variatie in planten.” En insecten. Met zijn laars schuift Marc een oude mesthoop wat uit elkaar, waarna direct mestkevers tevoorschijn komen.

Onderzoek laat zien dat de grauwe klauwier hier veel mestkevers eet.

Toename broedende vogels

Die insecten vormen op hun beurt weer voedsel voor vogels. “Sinds 2018 broedt de grauwe klauwier hier weer. Vorig jaar hadden we 23 broedparen.” Onderzoek van Sovon naar de braakballen van deze vogelsoort laat zien dat mestkevers een belangrijk deel van hun dieet vormen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook dat het aantal broedvogelsoorten sinds 2009/2010 met ongeveer tien procent is toegenomen. Het aantal broedterritoria zelfs met zo’n veertig procent. Naast de grauwe klauwier is bijvoorbeeld ook de oehoe een nieuwkomer, die hier in 2022 voor het eerst broedde. Ook de toegenomen rust in het gebied en de ontwikkeling van gevarieerder bos spelen een rol. “Dat klopt,” zegt Marc. “De grazers zijn niet de enigen die bijdragen aan de natuur.”

Ontwikkelingen gaan door

In het verleden werden in De Maashorst vooral naaldbomen aangeplant voor hout dat in de mijnbouw nodig was. Tegenwoordig zorgt Staatsbosbeheer voor meer gevarieerd bos met meer loofhout; beter voor de biodiversiteit en dat maakt het gebied weerbaarder tegen klimaatverandering. Ook zijn voormalige landbouwgronden teruggegeven aan de natuur, waarna sloten zijn gedempt om verdroging tegen te gaan. Hierdoor blijft water langer in het gebied, wat helpt om verdroging tegen te gaan.

Al tientallen jaren wordt hier gewerkt aan een robuuster natuurgebied
Boswachter Marc Poulussen

Marc blijft even staan bij een kudde indrukwekkende tauros-runderen. “Al tientallen jaren werken terreinbeheerders hier aan een robuuster natuurgebied, samen met onder andere de provincie Noord-Brabant en ARK Rewilding Nederland. Ook de gemeente Maashorst, gemeente Bernheze, gemeente Oss, en het Waterschap Aa en Maas leveren hun bijdrage aan de ontwikkeling van De Maashorst. Door de samenwerking ontstaat een aaneengesloten natuurgebied. En de ontwikkeling gaat door, waarbij de grote grazers een sleutelrol blijven spelen in het vergroten van de biodiversiteit."

Meer over dit onderwerp