Nieuws
De meeste vlinders vliegen niet in de winter. In deze periode met lage temperaturen en de afwezigheid van bloeiende bloemen is dat niet zo vreemd. Zij zorgen ervoor dat ze veilig overwinteren, meestal als eitje of als pop. Een aantal vlindersoorten overwintert als volwassen vlinder na metamorfose (imago genoemd). Dagpauwoog en Kleine vos gaan in winterslaap, hangen op een donkere, koele, beschutte plek en wachten geduldig op het warmere voorjaar. Ze halen vocht uit hun lichaam en maken hun eigen ‘antivries’ aan, waardoor zij temperaturen ver onder nul kunnen overleven.
Een andere - minder bekende - vlindersoort komt pas in beweging na de eerste nachtvorst. Zij heten daarom wintervlinders. De kleine en grote wintervlinder kun je zomaar in de winter tegenkomen. Ze kunnen vliegen met een lichaamstemperatuur van slechts 5 graden Celsius en fladderen een stuk trager dan hun zomerse soortgenoten. Op die manier verbruiken ze zo min mogelijk energie. Door hun traagheid zijn ze kwetsbaarder, maar de grootste vlindereters in de schemering en avond, de vleermuizen, zijn nu in winterslaap.
Met hun energie moeten de wintervlinders zuinig omgaan. Ze hebben als imago geen mond en verbruiken de reserves die ze als rups al hebben opgedaan. Voordeel hiervan is dat ze als vlinder geen energie hoeven te gebruiken om op zoek te gaan naar voedsel. De mannen vliegen direct op hun doel af: de vrouwen. Vrouwelijke wintervlinders hebben geen mond én geen vleugels, hun korte leven staat volledig in het teken van het maken van eitjes. Zij kruipen na het ontpoppen via boomstammen omhoog. Tegen die tijd zijn alle mannelijke wintervlinders al ontpopt en zitten zij de dames al op te wachten. Soms met tientallen tegelijk op een boomstam.
Doordat wintervlinders niet kunnen eten als volgroeide vlinder, hebben zij een kort leven van enkele dagen tot maximaal een week. In die periode moet het paren en het afzetten van de eitjes plaatsvinden. De eitjes worden hoog in de bomen afgezet, in de buurt van toekomstige verse blaadjes. In het vroege voorjaar komen de eerste rupsen uit, die jonge blaadjes eten van bijvoorbeeld eik, wilg, berk, els of meidoorn. Deze rupsen zijn volop aanwezig op het moment dat zangvogels jongen hebben en dus heel veel voedsel nodig hebben. Die timing kan geen toeval zijn.
Kijk ook in de winter goed om je heen. Wie weet zie jij net als ik nog een kleine of grote mannelijke wintervlinder. Rustend op het verlichte raam naast de voordeur, in een verlicht bushokje of vliegend rond een boomstam in de schemering.