Nieuws
Wie goed oplet, ziet het al voordat de kalender het voorjaar aankondigt: de natuur is vroeg wakker. Terwijl de lucht nog scherp kan aanvoelen en de velden ’s ochtends wit van rijp zijn, zijn vogels al druk in de weer en tonen struiken hun eerste groen. Vroege broeders en vroege bloeiers kondigen samen een nieuw seizoen aan.
Neem de ooievaar, misschien wel een van de meest tot de verbeelding sprekende voorjaarsvogels. Zodra de winter langzaam terrein verliest, keren ze terug naar hun vaste plekken. Hoog boven het landschap, op kerktorens, schoorstenen, bomen, telefoonpalen of speciaal geplaatste houten platforms, bouwen en herstellen ze hun imposante nesten. Na een uitgebreide balts, waarbij de ooievaars hun kop diep in de nek gooien en luid klepperen, volgt de paring.
In april volgt het enige legsel van het jaar: meestal drie tot vijf eieren, die zo’n 33 tot 34 dagen worden bebroed. Daarna is het nest wekenlang het centrum van activiteit. De jongen blijven 55 tot 60 dagen op het nest, afhankelijk van hun ontwikkeling en het voedselaanbod. Zelfs nadat ze zijn uitgevlogen, zorgen de ouders nog door: tot wel twintig dagen worden de jonge ooievaars gevoerd en begeleid. Het is een intensieve periode, waarin timing alles is. Vroeg beginnen betekent een grotere kans op succes.
Die vroege timing zien we niet alleen bij vogels. Ook planten spelen hun rol, en de wilg is daarin onmisbaar. Al in maart, wanneer veel andere bomen en struiken nog kaal zijn, brengt de wilg kleur in het landschap met zijn gele of frisgroene katjes. Maar die schoonheid is meer dan decoratie. Voor vroeg vliegende insecten, zoals bijen en hommels, zijn bloeiende wilgen van levensbelang.
Na een lange winter is voedsel schaars, en juist in deze periode vormen wilgen vaak de enige rijke bron van nectar en stuifmeel. Ze bieden insecten de kans om bij te tanken en weer op krachten te komen. Zonder deze vroege bloeiers zou het voorjaar voor veel insecten een stuk zwaarder, en soms onmogelijk, zijn.