Nieuws
Het is een mooie vroege winterochtend. Met de ochtendschemer sta je in de Biesbosch. Het is muisstil buiten en de lucht kleurt schilderachtig rood. Je geniet van de zon die langzaam boven het gebied op komt. Opeens vult de lucht zich met een hoog jodelend “kyu yu yu”. Je ziet een groepje ganzen luid gakkend achter de rietkraag ophoog komen. Al snel vertrekt er een 2e groep, een 3e groep en een 4e groep. Het blijft maar doorgaan, en binnen een half uur heb je duizenden ganzen boven je hoofd zien vertrekken! Je bent getuigen geweest van de kolganzen die “Hotel de Biesbosch” verlieten voor weer een nieuwe dag.
De kolgans is een van de bruine ganzensoorten die we in ons land kennen. Het is een mooi rank gansje waarvan de volwassen vogels een prachtige kenmerken witte kol boven de snavel hebben. Daarnaast hebben ze in vergelijking met bijvoorbeeld de grauwe gans ook fraaie zwarte strepen over de buik lopen. Kolganzen zijn echte wintergasten. Hun kenmerkende hoge jodelende gegak is als je het mij vraagt misschien we ‘het’ geluid van de winter! In oktober arriveren de eerste groepen weer vanuit hun broedgebieden. Ze hebben een flinke reis achter de rug, die begon in Noord-Rusland. Hier broeden deze vogels op de uitgestrekte en afgelegen toendra’s boven de poolcirkel. Terwijl ze hier op hun nest liggen zien ze de rendieren voorbijlopen, en moeten ze zich zo nu en dan doodstil plat tegen de grond drukken voor een voorbijlopende poolvos. De vogels hebben hier alle ruimte en rust om hun jongen groot te brengen. Maar, in het najaar moeten ze op de wieken, voordat de winter haar intreden doet. Tijdens de wintermaanden ligt hier een dik pak sneeuw en is al het voedsel onbereikbaar geworden. Met tussenstops in de Baltische staten en Duitsland arriveren ze in Nederland. Hier staat een gedekte tafel in de vorm van eindeloze voedselrijke graslanden op ze te wachten.