Nieuws

Natuurherstel helpt, maar meer vaart is nodig

  • 20 november 2023
  • Natuurherstel
  • Leestijd 3 minuten

De Nederlandse natuur staat onder druk; door een te grote stikstofneerslag, een tekort aan water en versnippering. Daarom heeft de overheid met het programma Natuurherstel tussen 2020 en nu geld uitgetrokken om maatregelen te nemen die de natuur helpen. Dat programma is inmiddels afgerond. Het resultaat? Natuurherstel helpt. Maar het is natuurlijk nog niet klaar. “Meer vaart is nodig en niet alleen in Natura 2000-gebieden”, stelt Staatsbosbeheer-ecoloog Allard van Leerdam. Hij beantwoordt 6 vragen over natuurherstel.

Een teveel aan stikstof leidt onder meer tot verruiging. Sommige plantensoorten gaan overwoekeren, ten koste van de andere.

1. Wat is het effect van te veel stikstof op de natuur?

“Verzuring en vermesting. Stikstof zorgt voor een voedselrijke bodem. De meeste Nederlandse natuur heeft een voedselarme bodem nodig. Dit leidt ertoe dat stikstofminnende planten, zoals onder meer bramen en brandnetel, hard groeien en haast overal voorkomen. Ze verstikken de `specialistische’ planten die langzaam groeien en laag blijven, ondanks die grote hoeveelheid stikstof. Die zeldzame planten gaan dus achteruit.

Het tweede – minder makkelijk zichtbare – effect is verzuring van de bodem. Door een teveel aan stikstof ontstaan chemische reacties in de bodem waardoor belangrijke voedingsstoffen als kalk en kalium oplossen en wegspoelen. Op de langere termijn heeft dit desastreuze effecten op het bodemleven en op alles wat er groeit en bloeit. In poelen en vennetjes gebeurt hetzelfde. Gevoelige waterdieren planten zich niet meer voort. Hier en op het land gaan ook diezelfde gespecialiseerde plantensoorten er aan onderdoor, vaak samen met de schimmels waarmee ze samenleven. En met die plantensoorten de insecten die daarvan afhankelijk zijn en daarna de vogels die zich met de insecten voeden. Vrijwel alle ecosystemen staan hierdoor onder druk.” Lees er hier meer over.

We kunnen de natuur helpen te herstellen of, op z’n minst, te overleven
Allard van Leerdam, ecoloog bij Staatsbosbeheer

2. Wat is er tegen te doen?

“Op de eerste plaats is het enorm belangrijk dat de neerslag van stikstof omlaag gaat. Als die kraan dicht is, zijn we er nog niet. Het teveel aan stikstof van de afgelopen decennia zit nog allemaal in de bodem en het (grond)water. Daar ben je niet zomaar van af. Maar met de juiste maatregelen kunnen we de natuur wel helpen te herstellen of, op z’n minst, te overleven. Met het programma Natuurherstel zijn wij de afgelopen jaren hier hard mee aan de gang gegaan. In nagenoeg alle provincies hebben wij in verschillende gebieden maatregelen genomen.” Een voorbeeld van een gebied waar maatregelen zijn genomen is het Ulvenhoutse Bos. Lees er hier meer over.

3. Wat voor maatregelen zijn dat?

“Deze zijn te verdelen in twee groepen. De eerste zijn maatregelen om het overleven van soorten te helpen door te compenseren voor de directe schadelijke effecten van te veel stikstof. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan het plaggen van de bodem, waardoor je het bovenste stikstofrijke deel weghaalt. Of, eenvoudiger, aan vaker maaien om de stikstof die opgenomen is in planten als hooi af te voeren. Ook het verwijderen van door stikstof ontstane ruigtes vallen hieronder, zodat er weer licht en ruimte komt voor lage kruiden en hun insectenfauna. Dit zijn allemaal arbeidsintensieve maatregelen, die slechts tijdelijk helpen zolang `de stikstofkraan’ open staat. Je kunt ze gebruiken om soorten te helpen overleven totdat de omstandigheden verbeteren. Een echte oplossing vormen ze niet.

Systeemherstelmaatregelen, de tweede groep, hebben een langduriger effect. Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan de verhoging van het waterpeil in een gebied, samen met het versterken van de kwel. Maar ook het terugbrengen van natuur in ontbrekende schakels binnen het gebied. Dit systeemherstel maakt het hele gebied gezonder en zorgt ervoor dat bovengenoemde korte termijn-werkzaamheden slechts een keer nodig zijn. De natuur kan het daarna hopelijk weer zelf regelen. Het nadeel van dit soort maatregelen is dat ze minder effect hebben als je ze tot een stukje natuurgebied beperkt. Ook het omliggende landschap speelt hierin een rol. Een krachtige samenwerking met veel partijen is hiervoor nodig en het kost veel tijd om die op te bouwen.”

4. Zijn de resultaten van natuurherstel al zichtbaar?

“Deels. Waar we maatregelen hebben genomen is dat bijna altijd zichtbaar. In gebieden waar we bijvoorbeeld de waterhuishouding hebben aangepakt, zien we om te beginnen dat de bodem natter wordt en het waterpeilverloop natuurlijker. En op plekken waar ruigtes of invasieve exoten zijn weggehaald, zien we dat het veel opener en lichter is, waardoor mossen, lage kruiden en allerlei sprieten terugkeren. Dat zijn omstandigheden waarin de natuur zich verder kan gaan ontwikkelen. Maar voordat deze ontwikkeling naar bedreigde habitats en soorten voert, zijn we jaren verder. Daar waar die soorten kwijnend nog aanwezig waren, zien we ze soms sneller opveren. Ook zien we dat dat plekken met meer lichtinval aantrekkelijker zijn voor insecten en vogels.

Maar het herstel van een ecosysteem is echt een moeilijker weg dan de aantasting ervan en vergt veel langer dan een paar jaar. Dat geldt te meer zo lang problemen als overvloedige stikstof, verdroging, gifstoffen uit de omgeving en een verbrokkeld natuurnetwerk nog voortduren. Ons richtpunt is wat we als Nederland beloofd hebben aan onze Europese partners: de gevoelige en bedreigde habitats en soorten er doorheen slepen die mede van Nederland afhankelijk zijn.”

5. Hoe gaat het nu verder?

“In het programma Natuurherstel korte termijn (2020-2022) heeft het ministerie van LNV Staatsbosbeheer de ruimte geboden om concrete kansen en knelpunten in onze terreinen direct aan te pakken. De uitvoering is dan snel en gericht. Het natuurherstel komt snel op gang. Die concrete kansen zijn er nog steeds te over, dus een vervolgprogramma via de natuurbeheerders zou zeker helpen. Daarom is het goed dat nu, samen met de provincies en het rijk, de uitvoering van maatregelen kan worden doorgezet.

Maar niet alle problemen kunnen door natuurterreinbeheerders worden aangepakt. Voor het aanpakken van de verdroging, de stikstofvervuiling en het `heel maken’ van het verbrokkelde natuurnetwerk zijn ook buiten de huidige natuurgebieden maatregelen nodig. Daarvoor is een fundamentele aanpak in voorbereiding: het zogenaamde Nationaal Programma Landelijk Gebied. Provincies hebben hierin het voortouw. Maar zij komen heel veel problemen, kennislacunes en gevoeligheden tegen. Dus de aanpak blijft lang in de voorbereidende fasen.”

6. Hebben we die tijd nog wel?

“Nee, die tijd hebben we niet meer: de meeste gevoelige levensgemeenschappen vallen op dit moment over de rand. Aan de ene kant is het hard nodig dat de hoeveelheid stikstofneerslag snel afneemt. Zolang dat niet gebeurt, is het dweilen met de kraan open. En aan de andere kant moeten we snel door met de herstelmaatregelen, want dan zijn we tenminste nog aan het dweilen. Niet alleen in de Natura 2000-gebieden trouwens. Tot nu toe ontbreekt budget om ook de natuur daarbuiten te helpen herstellen. Terwijl dat een veel groter effect op de Nederlandse natuur in z’n geheel kan hebben.”