Nieuws

Hoe zorgen we voor toekomstbestendig bos?

  • 03 november 2023
  • Bosbeheer
  • Leestijd 4 minuten

Dat ons klimaat verandert, staat vast. Hoe precies en hoe snel? Dat weten we niet. Om voor een zo gezond mogelijk toekomstig bos te zorgen, neemt Staatsbosbeheer verschillende initiatieven. Aan de ene kant zetten we in op klimaatbestendig bosbeheer. En aan de andere kant onderzoeken we welke verschillende bomen hier de beste kansen hebben in een veranderend klimaat.

In proefvelden test Staatsbosbeheer of kansrijke bomen uit andere landen, goed in Nederland kunnen aarden. Zoals deze Amerikaanse kustmammoetboom.

Klimaatverandering

Drogere zomers, nattere winters, een gemiddeld hogere temperatuur en meer periodes met extreme weersomstandigheden; die kant gaat het waarschijnlijk op met ons Nederlandse klimaat. De afgelopen jaren zagen we al een voorproefje daarvan én de eerste gevolgen. Voor de in het verleden massaal aangeplante fijnspar, was het al te droog. Dit maakte hem kwetsbaar voor plagen, zoals de letterzetter. Deze kever heeft duizenden hectares fijnsparren aangetast.

Welke bomen zijn kansrijk?

De fijnspar heeft dus niet echt een toekomst in Nederland. Welke bomen hebben dat wel? “Gelukkig kunnen veel inheemse Nederlandse bomen wel tegen een stootje. Eiken, beuken, berken, populieren en dennen zullen zich ook in de toekomst waarschijnlijk thuis blijven voelen in Nederland”, zegt bosadviseur Casper de Groot. “De ratelpopulier is bijvoorbeeld een soort die goed tegen droogte kan. Zijn afgevallen bladeren hebben een positief effect op de bosbodem. Dat is een extra voordeel, want verdroging versterkt de toch al aanwezige verzuring.”

Maar niet in al onze bossen zal het goed blijven gaan met deze boomsoorten bij een veranderend klimaat. Daarom kijken we welke boom- en struiksoorten we kunnen inbrengen als toevoeging aan het bosecosysteem. In de eerste plaats inheemse, maar ook uitheemse soorten. Het lijkt logisch dat boomsoorten die het nu bijvoorbeeld in Zuid-Frankrijk goed naar hun zin hebben, ook in een warmer en droger Nederland een goede voedingsbodem hebben. Maar het is niet vanzelfsprekend dat de bomen en struiken uit die gebieden hier goed zullen groeien. Daarom zijn er proefvelden ingericht waar verschillende kansrijke boomsoorten uit meerdere regio’s en landen zijn geplant. Die proefvelden zijn er ook voor inheemse soorten zoals de wintereik. “Zo kunnen we zien welke herkomst per boomsoort hier goed aanslaat”, legt Casper uit. Dit doet Staatsbosbeheer in samenwerking met het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland, die de resultaten wetenschappelijk vastlegt.

We hebben in de toekomst iedere boomsoort die hier goed groeit, hard nodig.
Bosadviseur Casper de Groot

Proefveld

In een proefveld op de Dorschkamp bij Wageningen staan bijvoorbeeld elsbessen van verschillende herkomstgebieden. “De elsbes doet het goed in Zuid-Europese landen en kan goed tegen lange periodes van droogte. Ook heeft het blad een positief effect op de bodem en heeft de soort een hoge waarde voor de biodiversiteit. Dat betekent niet automatisch dat hij zich ook in een droger en warmer Nederland thuis voelt. Hij kan bijvoorbeeld slecht tegen late nachtvorst. In Zuid-Europese landen komt dit vrijwel niet voor, maar in Nederland kan er in mei nog sprake zijn van nachtvorst. Juist door elsbessen van verschillende herkomsten hier te planten, kunnen we ontdekken welke bomen voor Nederland het meest kansrijk zijn.”

Andere soorten die in de proefvlakken staan zijn: ceder, zilverspar, tamme kastanje en kustmammoetboom. De kustmammoetboom is een Amerikaanse boomsoort die zeer hoog kan worden. “Het liefst planten we vooral inheemse bomen, omdat die over het algemeen voor de biodiversiteit de meeste waarde hebben. Toch kijken we ook naar uitheemse bomen. Maar dan wel naar die soorten die ook hier goed kunnen zijn voor de biodiversiteit. We hebben in de toekomst iedere boomsoort die hier goed groeit hard nodig.”

Casper de Groot: “Kijk, zoveel is deze kustmammoetboom het afgelopen jaar gegroeid. Gaat goed.”

Hoe zorgen we voor variatie?

Een klimaatbestendig bos heeft niet alleen boomsoorten nodig die beter tegen droogte kunnen, ook verbetering van de bosomstandigheden is noodzakelijk. Hierop richt zich het mede door de EU gefinancierde Life Climate Forest. “Dit gaat vooral over bosbeheer”, licht ecoloog Sander van de Wijdeven toe. “Een gezond bos is een gevarieerd bos. In het verleden is er vaak voor gekozen om veel van dezelfde bomen bij elkaar te planten. Dat leverde het meeste hout op. Inmiddels weten we dat deze monotone begroeiing een bos kwetsbaar maakt voor plagen. Hoe gevarieerder een bos, hoe minder plagen en ziekten een kans krijgen. Al het bos dat we tegenwoordig planten is dan ook al veel gevarieerder.”

Maar variatie bestaat uit meer dan verschillende boomsoorten. “Ook verschillende leeftijden en een variatie in bijvoorbeeld donkere en lichte plekken, dragen bij aan de gezondheid van het bos. We waren al op weg naar kleinschaliger werken en zetten dat nu verder door. Voor bosverjonging is het bijvoorbeeld niet de beste manier om op grotere vlakken de bomen weg te halen. Want als grotere bomen ontbreken, droogt de grond verder uit en spoelen voedingsstoffen makkelijker uit. Dit maakt het voor jonge bomen moeilijker. Bovendien hebben die jonge bomen allemaal dezelfde leeftijd. Kleinschalig bosbeheer werkt beter. Door bijvoorbeeld hier en daar een boom weg te halen, valt er meer licht tussen de bomen en krijgt natuurlijke verjonging meer kans. Beter voor de bomen, beter voor de bodem en beter voor de biodiversiteit.”

Demonstratiebossen

Het Life Climate Forest-project bestaat uit drie onderdelen. Er zijn voorbeeldbossen aangewezen. Dit zijn bossen waar al veel variatie is, zoals de Emmerdennen in Drenthe. Daarnaast zijn er demonstatiebossen. “Hier brengen we het kleinschalige beheer in de praktijk. Op deze plekken kunnen we bosbeheerders uit andere gebieden laten zien hoe je dat doet en wat de resultaten daarvan zijn. Het derde onderdeel bestaat uit coaching en cursussen voor bosbeheerders die met kleinschalig bosbeheer aan de gang gaan.”

In het Life Climate Forest werkt Staatsbosbeheer samen met de Bosgroepen en de provincies Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Drenthe. Samen met de Bosgroep Midden-Nederland, MTB Utrechtse Heuvelrug en de provincie Utrecht is Staatsbosbeheer een vergelijkbaar project voor klimaatslim bosbeheer gestart.

Als we niets doen gaan de sterkste soorten domineren, ten koste van andere.
Ecoloog Sander van de Wijdeven

Wat als we niets doen?

Ook zonder beheer blijven de bossen bestaan als het droger en warmer wordt. Dan ontstaan er bossen waarin de sterkste soorten gaan domineren ten koste van vele andere soorten. Sander: “Als we willen dat de biodiversiteit zo groot mogelijk is, als we hout willen blijven gebruiken en als we in de natuur willen blijven recreëren, moeten we ervoor zorgen dat onze bossen beter tegen een veranderend klimaat zijn opgewassen.”