Nieuws

Zeldzame bruine eikenpage stelt kwijnende eik als voorwaarde

  • 29 juni 2023
  • Biodiversiteit
  • Leestijd 4 minuten

Boswachterij Noordwijk is de enige plek in Zuid-Holland waar hij voorkomt: de bruine eikenpage. Sinds 2017 is hij hier weer gesignaleerd. “Een kroon op ons werk”, stelt Staatsbosbeheer-boswachter Joël Haasnoot. De afgelopen twintig jaar is hier gewerkt aan een klimaatbestendiger duinbos met meer biodiversiteit.

De bruine eikenpage komt slechts op een paar plekken in Nederland voor, waaronder in het duinbos van boswachterij Noordwijk. Foto: Dini Hurenkamp

Eitjes geteld

“Ik heb ‘m nog niet gezien dit jaar”, vertelt Joël als hij begin juni door boswachterij Noordwijk loopt. “Maar misschien hebben we vandaag geluk.” Hij heeft het over de bruine eikenpage die hier sinds 2017 weer leeft. “Afgelopen najaar heeft een stagiair alle eitjes geteld, een enorme klus. Hij heeft er meer dan driehonderd geteld. Dus we rekenen wel weer op ze.” Joël vindt de bijzondere vlinder die dag vroeg in juni nog niet. “Dat is ook niet zo gek want de vliegtijd is vooral eind juni/begin juli.”

Kwijnende eikjes

Deze vlinder komt zo weinig voor, omdat hij nogal specifieke behoeften heeft. Hij legt namelijk zijn eitjes alleen maar op kwijnende eikjes. “Zoals deze”. Joël wijst op een groepje eiken dat er verre van gezond uitziet. Ze zijn niet hoger dan veertig centimeter en lijken meer op struiken dan op bomen. “Toch kunnen deze bomen al vele jaren oud zijn. Ze worden vaak niet groter. Dat heeft te maken met de arme grond en de zoute zeewind.” In de buurt staan ook genoeg grote eiken die een gunstiger plek hebben gevonden.

De bruine eikenpage moet het nou net van die kwijnende eikjes hebben. Daarop kruipen de rupsen uit hun eitje in de jonge knoppen, waarmee ze zich voeden en waarin ze zich verpoppen tot vlinder. Dat ze alleen op kwijnende eiken voorkomen heeft er waarschijnlijk mee te maken dat de blaadjes van deze eiken zich later in het seizoen ontwikkelen. Het voedsel voor de rupsen is dus later beschikbaar, wanneer het al wat warmer weer is.

Joël laat kwijnende eikjes zien. Door de arme grond en de zoute zeewind blijven ze klein.

Verstuiving afremmen

Pas sinds enkele decennia groeien hier weer – kwijnende en gewone – zomereiken. In dit duinbos zijn begin vorige eeuw – net als in de meeste andere duingebieden - veel dennen geplant. Dit was om de verstuiving uit de duinen af te remmen, waardoor het achterliggende land beter geschikt werd voor landbouw. Er werd niet voor niets voor dennen gekozen. Het is een sterke boom die van zandgrond houdt, tegen droogte kan en niet zoveel last heeft van de zoute invloeden van de zee.

Inmiddels weten we beter. De monotone begroeiing zorgde voor een eentonige biodiversiteit. Te veel stikstofneerslag en droogte versterkte dat effect. “Daarom zijn we het bos langzaam maar zeker aan het omvormen naar een meer gemengd loof – en naaldbos,“ vertelt Joël. “Door kleinschalig dennen weg te halen ontstaat er licht en ruimte voor de groei van loofbomen en struiken, zoals lijsterbes, eik en meidoorn”.
Vooral langs de paden is er ook veel ruimte voor bloeiende kruiden belangrijk voor veel insecten, zoals de bruine eikenpage, die zich daarmee voeden. Dit is de zoom-mantel-kern-overgang: een mooie overgang van bomen, via struiken, naar kruiden. Nu is het duinbos weer veel diverser, is er meer balans en meer biodiversiteit.

Duidelijk effect

Terwijl Joël over het pad loopt, laat het effect zich duidelijk zien. Hommels doen zich te goed aan de dauwbraam, een bont zandoogje fladdert van bloem naar bloem. Een grote keizerlibel zweeft voorbij, zijn blauwe lijf glimt in de zon. “Rondom deze paden hebben we voor meer licht gezorgd, de zon dringt er beter door. En omdat het achter een duinenrij ligt, ligt het lekker in de luwte. Ideaal voor insecten”. Ook andere zeldzame vlinders als de duinparelmoervlinder en de aardbeivlinder komen in dit gebied voor. “Maar die zien we vooral in het open duin.”

Vooral langs de paden is er veel ruimte gemaakt voor lage vegetatie zoals kruiden. Dit zorgt voor lichte zonnige plekken, goed voor insecten.

Zandbodem is net een zeef

Dat levendige gezoem betekent niet dat alle problemen zijn opgelost. Te veel stikstof is ook hier een probleem, waardoor de grond verzuurt en planten als braam en brandnetel de overhand dreigen te krijgen als je er niks tegen doet. En droogte is een probleem. Daar heeft dit ecosysteem snel last van. Want ondanks het natte voorjaar is het gebied begin juni alweer vrij droog. “Deze zandbodem is net een zeef”, zegt Joël. “Die houdt niks vast. En omdat het achterliggende landbouwgebied een stuk lager ligt, stroomt het regenwater hier vrij snel weer weg.”

Sommige mensen vinden het een rommeltje, maar het is veel beter voor de natuur
Boswachter Joël Haasnoot

Meer bosvogels

Desondanks is het met de biodiversiteit hier nu beter gesteld dan in de vorige eeuw. “Dat geldt ook voor de bosvogels”, zegt hij lachend terwijl jonge spechten met doordringend gepiep van zich laten horen. “We hebben niet alleen voor meer vegetatiesoorten gezorgd en voor meer overgangen, maar we laten ook veel meer dood hout liggen en staan. Dat zorgt voor een gezondere bodem en daar profiteren veel planten en dieren van. De specht is daar een voorbeeld van. Maar ook appelvinken zitten graag in het loofbosgedeelte. Terwijl de zwartkop juist weer van de struiken houdt. Eigenlijk laten we na die omvorming hier de natuur zoveel mogelijk zijn gang gaan. Sommige mensen vinden het nu maar een rommeltje. Maar het is veel beter voor de natuur én minder werk voor ons.”

En de bruine eikenpage? Die liet zich begin juni nog niet zien. Een paar weken later wel. “De eerste zijn al gezien. Geweldig hè, ze zijn prachtig.”

Meer over dit onderwerp