Nieuws

Het weer werkt het natter maken van hoogveen tegen

  • 15 september 2022
  • Droogte
  • Leestijd 5 minuten

De droogte van de afgelopen zomer slaat hard toe in de natuur. Ook in gebieden waarin de laatste jaren juist is geïnvesteerd om ze nat te houden, is weinig water te vinden. Zoals in het hoogveengebied de Deurnsche Peel. “Eigenlijk is het om te huilen dat we zo moeten zoeken naar veenmossen, zo tussen al het gras”, vindt boswachter Lieke Verhoeven. “Maar ze zijn nog te vinden. Zonder onze natuurherstelmaatregelen was het er nu waarschijnlijk nog slechter aan toe.” Het natter maken van natuurgebieden helpt niet alleen tegen droogte. Het kan ook zorgen voor meer CO2-opslag en het kan de negatieve effecten van een stikstofoverschot verminderen.

Weinig veenmossen Boswachter Lieke Verhoeven: “Eigenlijk is het om te huilen, dat we zo moeten zoeken naar veenmossen.”

Gevolgen van droogte

Het jaar 2022 behoort tot nu toe tot een van de droogste jaren sinds we dat meten. Overal waar je kijkt zijn de gevolgen van droogte in de natuur zichtbaar; van verdorde vegetatie, kale uitgedroogde bodems met krimpscheuren en bomen die al in de zomer hun bladeren laten vallen. De gevolgen voor dieren zijn op het eerste gezicht slechter zichtbaar, maar zijn niet moeilijk voor te stellen. Eén droog jaar kan de natuur best hebben, dan zijn er wel enkele nattere jaren nodig om te herstellen. Nu de droge jaren elkaar opvolgen – van de afgelopen vier jaar was alleen 2021 niet droog – wordt het probleem structureel. Bovendien versterken droogte en een teveel aan stikstof elkaar. Door droogte groeien planten minder, waardoor ze minder stikstof uit de grond opnemen. De stikstofconcentratie en de verzuring in de bodem wordt bovendien hoger door afbraak van het indrogende veen. Tenslotte loopt ook de conditie van de planten en dieren door droogte terug, waardoor de overmaat aan ammoniak (stikstof) extra hard aankomt.

Hoogveengebied De Peel

De Peel, op de grens tussen Limburg en Noord-Brabant, is éen van de laatste hoogveengebieden in Nederland. Begin september woedde er nog een brand in de Mariapeel, net over de grens in Limburg. Deze brand legde 43 hectare hoogveen natuur in de as. De Deurnsche Peel ligt Noord-Brabant-zijde. Net voor de brand bij de buren – eind augustus, oogt het er nog redelijk groen. Maar schijn bedriegt. Want overal waar je kijkt, zijn het vooral adelaarsvarens en pijpenstrootje die het goed doen. “Dat zijn planten die juist van een droge stikstofrijke grond houden. Natuurlijk mogen die er ook zijn. Reeën gebruiken ze graag om zich in te verschuilen. Maar in deze hoeveelheid verdringen ze alle andere planten. Voor het in stand houden en het verbeteren van het hoogveen-ecosysteem, is meer variatie nodig.”
Een hoogveen-ecosysteem is een nat gebied, dat enkel gevoed wordt door regenwater. Het heeft een lage zuurgraad en vooral verschillende soorten veenmossen doen het er goed: ze nemen als een spons het regenwater op en weten de verdamping in droge perioden effectief te beperken. Ook kent dit ecosysteem veel natte en droge heide. Een hoogveengebied kan veel water opslaan en vooral veel insecten en vogels voelen zich er thuis.
Droge stikstofrijke grond Overal waar je kijkt staan adelaarsvarens en pijpenstrootjes. Die houden van een droge stikstofrijke grond.

Moerassig gebied

Duizenden jaren lang was het hier zo’n moerassig veengebied. Juist omdat het deels onder water stond, kon er nauwelijks zuurstof bij de dode plantenresten. Hierdoor werd het niet verteerd, werd de sponswerking optimaal en ontstond hoogveen. “Op sommige plekken was het veen hier wel negen meter hoog”, vertelt Lieke. Tot laat in de vorige eeuw hebben turfstekers – net als bij alle andere veengebieden – het veen afgegraven. Jarenlang gebruikten de Nederlanders dit om zich mee te verwarmen. De laatste periode werd het vooral gebruikt voor strooisel voor in stallen en potgrond. “Het turfsteken is hier tot in de zestiger jaren doorgegaan.” Maar ook nadat het afgraven van veen was gestopt, bleef het verdwijnen. De waterhuishouding is vanaf de wederopbouwjaren in Nederland zo ingericht dat al het water zo snel mogelijk wordt afgevoerd. Dat was nodig voor gebruik in de turfindustrie maar ook voor de landbouw. Als veen droog komt te liggen, kan zuurstof alsnog zijn gang gaan, waarna het oxideert, de opgeslagen CO2 vrijkomt en het geleidelijk in rook opgaat.

Veen natter maken

Inmiddels is duidelijk dat we het overgebleven veen in Nederland moeten koesteren en moeten proberen waar mogelijk dat weer te laten groeien. Dat heeft niet alleen positieve effecten op de biodiversiteit, het is ook een methode om CO2 op te slaan en het kan prima functioneren als wateropslag. CO2-opslag in veen is zelfs duurzamer dan opslag in bomen, omdat bomen uiteindelijk sterven en de CO2 weer loslaten. Een groeiend veengebied daarentegen, blijft voor altijd CO2 opnemen en opslaan, mits het niet verdroogt. Daarom heeft Staatsbosbeheer zich ook ten doel gesteld om tot 2030 5.000 hectare veen natter te maken. Daarnaast hebben de gezamenlijke natuurorganisaties onlangs een visie gepresenteerd over welke stappen nodig en mogelijk zijn om de verschillende (laag)veengebieden in Nederland natter te maken. Lees hier de samenvatting (pdf) van de visie ‘Klimaatbestendige veenlandschappen’. 
Aangelegde kades Om het water in de verschillende compartimenten proberen te houden, zijn kades aangelegd.

Sloten dempen en kades aanleggen

In De Peel is Staatsbosbeheer samen met waterschappen Limburg en Aa en jaren geleden al begonnen met maatregelen om het water vast te houden. “Dit gebied is volledig afhankelijk van regenwater”, vertelt Lieke. “En op jaarbasis valt er in principe genoeg. Het enige wat we hoeven te doen, is ervoor zorgen dat het niet wordt afgevoerd en het waterpeil stabiel en hoog blijft. Maar dat klinkt gemakkelijker dan het is. Veel van de sloten en watergangen hebben we gedempt of ondieper gemaakt. Daarmee voorkom je al een deel van de afvoer. Maar ook via het grondwater verdwijnt er veel. Want doordat het waterpeil in de omliggende gebieden veel lager is, stroomt het hier ook ondergronds weg. Daarom hebben we de Deurnsche Peel ingedeeld in percelen van verschillende hoogten en daar kades omheen aangelegd, dat noemen we ook wel compartimenten. Met de kades proberen we te bereiken dat ieder perceel z’n eigen water kan vasthouden. Bij teveel water kan het overstromen naar de lager gelegen delen, waar het uiteindelijk in een groter bassin wordt opgevangen en bewaard voor drogere tijden. Bovendien zorgt die buffer op het laagst gelegen deel voor tegendruk in het grondwater, waardoor dat niet wegstroomt naar lager gelegen delen.” Helaas staan de omliggende buffer-gebieden helemaal droog.
Het buffergebied is onderdeel van project Leegveld van het waterschap en dat project is nog niet afgerond. Door om het natuurgebied gelegen grond aan te kopen, is het de bedoeling om meer buffers te creëren.

Waterveenmos en wrattig veenmos

In een veld dat gewoonlijk alleen met laarzen aan doorwaadbaar is, vindt Lieke in een droogstaande greppel tussen de pijpenstrootjes wat veenmos. De bovenkant is vrijwel wit. “Dat doet veenmos om zichzelf te beschermen. De witte kleur weerkaatst het zonlicht waardoor het mos minder vocht kwijtraakt door verdamping.” Het onderste deel is groen en vochtig. “Ondanks de droogte heeft het nog steeds wat water weten vast te houden. Dat is ook het mooie aan veenmos. Het kan tot zo’n dertig keer z’n eigen gewicht aan vocht vasthouden. Veenmos werkt echt als een spons.”
Op een met een pomp natgehouden testveldje, groeien verschillende soorten veenmossen. “Er zijn tientallen soorten. Hier kijken we welke omstandigheden voor welke soort het beste werken. Meestal groeit waterveenmos als eerste. Dat kan ook op het water drijven en kan als ondergrond dienen voor bijvoorbeeld wrattig veenmos of fraai veenmos. Die laatste kan ook heel goed het land opkruipen en andere vegetatie bedekken en verstikken.” Verderop – in wat diepere sloten zonder afvoer – staat nog wat meer water. Verschillende soorten veenmos doen het hier goed. Er bloeit zelfs wat veenpluis, zonnedauw en lavendelheide.
Veenpluis In een wat diepere sloot zonder afvoer staat zelfs wat veenpluis.

Maaien en plaggen

Als het lukt de hydrologische omstandigheden te verbeteren, is het gemakkelijker om het hoogveen-ecosysteem te helpen. “Nu halen we op sommige plekken de varens en pijpenstrootjes weg, door te maaien bijvoorbeeld of te plaggen.” Ze wijst op enkele heideplanten. “Die zouden hier geen kans krijgen, als we dat niet doen. Ook halen we op enkele plekken bomen weg. Bomen verdampen heel veel vocht en dragen op die manier bij aan de droogte. Zonder bomen blijft het vocht beter in de grond.” Als het eenmaal natter is, doet de natuur zijn werk verder. Dan verdrinken bomen en andere vegetatie op die plekken en houdt het ecosysteem zichzelf in stand.”
Lieke merkt het op dat het soms wel een lastig verhaal is. “Sommigen zijn het er niet mee eens dat we bomen weghalen of zijn bang dat we het hier in een groot moeras willen veranderen. Dat laatste is zeker niet het geval, maar we willen er wel een veel gevarieerder gebied van maken waar ook plek is voor het hoogveen-ecosysteem. En daarvoor is het soms helaas nodig bomen weg te halen. Juist vanwege de terugkerende droge jaren hebben we het in Nederland nodig dat we, daar wat dat kan, veel meer water gaan vasthouden. En dat kan niet overal. Dus daarvoor moet je juist de gebieden gebruiken die dat wel kunnen, die dat eeuwenlang gedaan hebben.”

Het is niet realistisch te verwachten dat we dit in enkele jaren kunnen herstellen
Boswachter Lieke Verhoeven

Wisselend succesvol

De maatregelen die de afgelopen jaren genomen zijn, helpen zeker. Maar ze hebben er nog niet toe geleid dat het hier ook in hartje zomer kleddernat is: daarvoor stroomt nog te veel van het winterse wateroverschot weg. “Het is wisselend succesvol. Begin september woedde er nog een brand in de Mariapeel, hier net over de grens. En twee jaar geleden hebben we hier in de Deurnsche Peel die ontzettend grote brand gehad. Dat was een ramp. Maar de branden laten ook goed zien dat de vochtige stukken de brand beter doorstaan en minder zwaar aangetast worden. Daar zijn we blij mee.”
In de Deurnsche Peel zien we twee jaar na die grote brand dat het dieper in het gebied steeds natter wordt. Een mooi succes is ook de eerste geslaagde broedpoging van kraanvogels afgelopen zomer, net over de provinciegrens in de Mariapeel. De kraanvogel komt hier al zolang als men zich kan heugen voor als trekvogel, maar nog nooit eerder kwam het tot een broedsucces.” Maar de droogte van de laatste jaren, werkt het natter maken van dit gebied behoorlijk tegen. Aan de andere kant mogen we misschien ook niet verwachten dat het sneller gaat. De natuur heeft er duizenden jaren over gedaan om dit gebied te vormen. Mensen hebben dit in honderd jaar tijd afgebroken. Dan is het niet realistisch te verwachten dat we dat in enkele jaren kunnen herstellen”, besluit Lieke.

Tientallen soorten Er zijn veel soorten veenmossen. Meestal groeit waterveenmos als eerste. Dat kan ook op het water drijven en kan als ondergrond dienen voor andere soorten.
Meer over dit onderwerp