Nieuws

Juiste boom op de juiste plek

  • 31 maart 2022
  • Bosbeheer
  • Leestijd 3 minuten

Een bos aanleggen, dat doe je niet zomaar even. Het vraagt zorgvuldig afwegen: waar kan het, met welke bodem heb je te maken en hoe wordt het bos straks gebruikt. Boswachter ecologie Ruben Kluit vertelt erover in de rubriek Vakmanschap. “Bosaanplant is flink puzzelen. Maar als alles klopt en we met passende bomen en struiken de biodiversiteit een handje hebben geholpen, dan ben ik dik tevreden.”

Welke boom waar Het soort grond is slechts één van de dingen waar je rekening mee houdt bij het planten van bomen.

Majestueuze eiken

Het voormalige grasland in beekdal Lange Maten, nabij het Drentse Sleenerzand, oogt nog kaal; een omgeploegd veld met ruggen van zand en klei en daarop verschillende mini-boompjes en sprietjes. Maar over tientallen jaren zijn die uitgegroeid tot een bos van majestueuze zomereiken, winterlindes en weelderig bloeiende sleedoorns en kardinaalsmutsen, als het aan Ruben en zijn collega’s ligt. “Tjonge, ze zijn al goed aangeslagen,” voorzichtig neemt Ruben de eerste blaadjes van een kardinaalsmuts tussen zijn vingers. “Mooi om te zien!” Hij wijst over het veld: “En kijk, je kunt nu heel goed het verschil in bodemsoorten zien.” De kleur van de grond varieert inderdaad van grijsbruin tot beige. En de structuur verloopt van droge, zanderige brokken aarde tot vochtige klei. Zoveel variatie op slechts drie hectare!

Beginnen bij de bodem

“Dat is nou precies waarom het planten van bomen en bosaanleg zo nauw komt,” legt Ruben uit. “Boom- en struiksoorten hebben voorkeur voor hun eigen grondsoort. Als je daar geen rekening mee houdt, loop je grote kans dat je aanplant mislukt.”
Bosaanleg begint dus bij de bodem? “Nou, eigenlijk begint het met vaststellen waar er überhaupt bos kan worden geplant,” vertelt Ruben. In de bosvisie (pdf) van Staatsbosbeheer is vastgelegd dat we de komende jaren 5.000 hectare nieuw bos willen aanplanten in onze terreinen in heel Nederland. Daarbij inventariseren we vooraf waar en hoe dat zou kunnen. Zo ook in Drenthe. Ruben: “Je moet rekening houden met eventuele pachtcontracten, bestemmingsplannen, omgevingsinrichting, recreatie, maar ook met cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het zou bijvoorbeeld raar zijn om een perceel populieren en lariksen aan te planten vlakbij karakteristieke houtwallen met essen en eiken. Dan help je de landschappelijke kwaliteit om zeep. En natuurlijk kijken we vanuit ecologisch perspectief op welke plekken we de meeste natuurwaarde kunnen creëren met bosaanplant.” Het is al met al een hele puzzel waar ecologen, beheerders en gebiedsmanagers bij aanschuiven.

Klimaatbestendig

“Vervolgens bekijken we welke soort bos er gewenst is,” gaat Ruben verder. “We maken bij Staatsbosbeheer onderscheid tussen natuurbos waar de natuurwaarden voorop staan, en multifunctioneel bos waar natuur, recreatie en houtoogst samenkomen. In een multifunctioneel bos houd je rekening met recreatiepaden en bijvoorbeeld doorkijkjes waar je een mooie solitaire eik neerzet. En voor houtoogst plant je wat dichter op elkaar om zo mooie recht opgaande bomen te krijgen.” Lange Maten krijgt er ruim vier hectare natuurbos bij, zo is vastgesteld. “Dat wil zeggen dat we ons hier helemaal richten op natuurwaarden, biodiversiteit en klimaatbestendigheid,” legt Ruben uit.

Om te bepalen welke boom je waar plant, moet je goed naar de bodem en de grondwaterstand kijken.
Ruben Kluit, boswachter ecologie

IJzermineralen

“Vervolgens kijken we met welke bodem en grondwaterstand we te maken hebben. We zitten hier in een beekdal waar de beek vroeger regelmatig overstroomde en mineraalrijk zand afzette. Dat zie je bijvoorbeeld aan de oranjeachtige kleur van het zand: ijzermineralen. Het geeft een voedselrijke bodem met een hoge grondwaterstand. Maar de hogere delen, wat verder weg van de beek, overstroomden niet zo vaak. Daar wordt het al droger. Op de droge zandstukken kun je prima een zomereik of vuilboom neerzetten, maar een gewone esdoorn en els doe je er geen plezier mee, die houden van nattere omstandigheden.”

 

Strooiselverbeteraars

En dan speelt er in dit gebied nog iets anders: verzuring. “Dat is iets waar we in heel Nederland mee te maken hebben. Het komt door de neerslag van stikstof, maar ook door aanplant van boomsoorten met zuurhoudende bladeren en of naalden. De eik en de beuk zijn daar voorbeelden van, die werden vroeger veel aangeplant voor de houtproductie. Verzuring ontwricht het bodemleven: je raakt wormen, slakken en insecten kwijt die er juist voor zorgen dat de mineralen in de bodem beschikbaar komen voor planten en bomen.” De oplossing: strooiselverbeteraars.
Pardon? “Ja, dat zijn bomen en struiken met bladeren (‘strooisel’) die in staat zijn om kalk uit de bodem naar boven te halen waardoor de vertering verbetert. Ze bieden een tegenwicht tegen bijvoorbeeld de ‘verzurende’ eik en maken het bodemleven weer gezond. De winterlinde, hazelaar, haagbeuk, esdoorn en berk zijn bij uitstek strooiselverbeteraars.”

Veel soorten

Natuurlijk kiezen we bij het planten voor inheemse soorten en een breed assortiment. Dan krijg je een gevarieerd bos dat beter bestand is tegen weersinvloeden, ziektes en plagen. “We kijken ook naar de opbouw van de aanplant: hoge bomen in het midden en struiken aan de randen, zodat je een zachte overgang krijgt tussen bos en omliggend open land. Al die zones en iedere boom- en struiksoort trekken hun eigen insecten- en vogelleven aan. Dat komt de biodiversiteit ten goede en draagt bij aan een weerbaar ecosysteem.”

Natuur aan het werk

Naast de aanplant van bomen is er nóg een methode om bos te krijgen: de natuur het werk laten doen! “Kijk, in het perceel hiernaast zie je al flink wat bomen en struiken staan. Daar kiezen we ervoor om de natuur zijn gang te laten gaan. De koeien die hier straks gaan grazen creëren open plekken waar jonge bomen en struiken weer kunnen gaan kiemen. We houden dat natuurlijk goed in de gaten, want we kunnen daar veel van leren over natuurlijke processen en ecosystemen.”

Observeren, plannen en afstemmen, met de bodem en grondwater als uitgangspunt, dat is voor Ruben de kern van zijn werk. “Gelukkig kan ik mijn werk bijdragen aan waardevolle ecosystemen en robuuste natuur. En als het dan lukt om de biodiversiteit een handje te helpen door bijvoorbeeld nieuw bos aan te mogen planten, dan ben ik dik tevreden.”