475 jaar fort Rammekens: “Je voelt hier de geschiedenis”

  • 11 oktober 2022
  • Recreatie
  • Leestijd 4 minuten

Vanaf de imposante poort van het Zeeuwse fort Rammekens bij Rittem, houdt een in steen uitgehouwen beeltenis van Neptunus de bezoekers in de gaten. Nou ja, Neptunus? “Het zou hem kunnen zijn”, zegt de inmiddels gepensioneerde boswachter Karel Leeftink. “Maar het is eigenlijk onbekend wie het voorstelt.” De combinatie van eeuwenoude cultuur en prachtige natuur, maakt dat de boswachter hier graag komt. Dit jaar viert fort Rammekens zijn 475 jarig jubileum.

Een beeltenis van misschien wel Neptunus houdt de bezoekers in de gaten.

Oudste zeefort

In 1547 startte de bouw van dit oudste zeefort van West-Europa op de zuidoostpunt van Walcheren. Het diende om de vaarroutes naar Middelburg en Antwerpen te beschermen. De initiatiefnemer van de bouw was landvoogdes Maria van Hongarije, de zus van Karel V die heer der Nederlanden was. Voor het ontwerp vroeg ze de toen befaamde Italiaanse architect Donato de Boni di Pellezuoli. Het fort kent een roerige geschiedenis. In het begin van de Tachtigjarige oorlog (1568 tot 1648) bezetten de Spanjaarden het. Het is de enige periode dat er zwaar gevochten is. Vanaf 1810 is het onder leiding van Napoleon enkele jaren in Franse handen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lijven de Duitsers Rammekens in bij hun Atlantikwall, de kustverdediging die de bezette gebieden tegen een geallieerde aanval moet beschermen. Het bombardement van de geallieerden in 1944 maakte daar een eind aan. Daarna verloor het fort zijn militaire functie en raakte het in verval. In 1972 werd het eigendom van Staatsbosbeheer om, dat wat er nog van over was, zoveel mogelijk te behouden.

Bijzondere natuur

Het natuurgebied rondom het fort is met zijn zeventig hectare niet zo groot, maar herbergt wel bijzondere plant- en diersoorten. Onder de vele muurklimmers die dankbaar van de grote oude fortmuren gebruik maken, bevindt zich bijvoorbeeld in grote aantallen het muurbloempje. “Dit is een rode lijst-soort en dus zeldzaam in Nederland. Hier doen ze het bijzonder goed. Dit is de plek waar ze het meeste voorkomen. In het voorjaar kleuren ze de hele muren geel.” Als er door de wind een beetje grond tussen de richels en kieren van de eeuwenoude muren blijft steken, maakt de muurbloem er direct gebruik van om wortel te schieten. “En hoe meer planten er groeien, hoe meer houvast andere planten krijgen.”

Ook de muurvaren en muurleeuwenbek doen het hier goed. Een andere bijzondere bewoner van het fort is de muurhagedis. Als je goed kijkt tel je er zo een handvol. “Eigenlijk is het heel vreemd dat die hier leeft. In Nederland komen ze nergens voor, behalve op één plek in de buurt van Maastricht. We weten niet hoe ze hier zijn gekomen. Misschien zaten er enkele – of wat eitjes – tussen de stenen die oorspronkelijk uit België en Duitsland komen. Of misschien heeft een grappenmaker ze hier een keer losgelaten. Maar ze hebben het hier naar hun zin.”
Een bijzondere bewoner is de muurhagedis. Het is onbekend hoe hij hier is gekomen.

Dilemma's

Diezelfde combinatie van cultuur en natuur die fort Rammekens zo bijzonder maakt, zorgt ook voor dilemma’s. “Kies je voor de cultuur of voor de natuur?”, vraagt Karel zich af. “Het bos rond het fort is in de tweede helft van de vorige eeuw aangelegd, voor recreatie. Recreatie is nog steeds belangrijk en dat proberen we zo goed mogelijk ruimte te geven. Maar natuurlijk zonder dat de natuur daar last van heeft. Het beschermen heeft hier nu prioriteit.” 

Dat maakte de versteviging van het fort in 2011 tot dansen op een smal koord. “Om verder verval te stoppen was consolidatie echt nodig. Maar daarbij wilden we de natuur zo min mogelijk verstoren. We hebben toen steen voor steen eruit gehaald en de muurbloemen, die daarbij loskwamen, in een speciaal depot ondergebracht. Met nieuw cement is de muur weer opgebouwd, waarna we de muurbloemen er weer tegenaan hebben gezet. Desondanks hebben ze er wel een klap van gehad, maar gelukkig staat het nu weer helemaal vol.”

De zeldzame muurbloem kleurt de muren in het voorjaar helemaal geel.

Blij met vrijwilligers

“Bedankt mannen”, zegt Karel als hij de binnenplaats van het fort oploopt. Een aantal vrijwilligers heeft net het maai- en snoeiwerk afgerond. “We zijn heel blij met hen. En ook met de vrijwilligers die hier altijd de rondleidingen voor de bezoekers verzorgen. Zonder hen zouden we het hier niet draaiende kunnen houden.”

De binnenplaats bestaat nu uit een groot grasveld. Maar lang geleden stonden hier een kerk, een kroeg en huizen. “Eigenlijk een heel dorp.” Wat nog wel bewaard is gebleven, zijn de kazematten in de vier meter dikke muur. “Hier verbleven de soldaten.” Ook de ruimtes van waaruit de kanonnen werden afgevuurd zijn nog behoorlijk intact. “Van oorsprong – in de Spaanse tijd – waren die schietgaten enorm groot. Dat kon, omdat men in die tijd nog niet zo nauwkeurig kon richten. Ten tijde van de Fransen ging het richten al een stuk beter. Zij hebben de gaten dan ook aanzienlijk kleiner gemaakt.”

Boswachter Karel Leeftink is sinds kort met pensioen. Hij kwam hier graag vanwege de combinatie van eeuwenoude cultuur en bijzondere natuur.

Blikken over de Westerschelde

Met de restauratie heeft Staatsbosbeheer er bewust voor gekozen om het fort niet in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen, maar om al die invloeden van de verschillende bewoners intact te houden. “Want juist die roerige geschiedenis geeft het fort zijn charme”, vertelt Karel terwijl hij de trap naar het dak van het fort beklimt.

Wie bovenop het fort staat heeft nu uitzicht op water, windmolens en industrie. Een enorm containerschip vaart voorbij. Maar het is een fascinerende plek als je bedenkt welke ogen hier allemaal over de Westerschelde hebben getuurd. De Spanjaarden hielden hier vierenhalve eeuw geleden de verbindingsroute naar Antwerpen in de gaten. Met datzelfde doel speurden ruim twee eeuwen geleden de Fransen de horizon af. In het grootste deel van de tweehonderd jaren daartussen, kon je vanaf deze plek de ankerende VOC-schepen zien liggen. Zij wachtten hier totdat de wind de goede kant op waaide voor hun reis naar het oosten. Dat kon wel weken duren. Tegelijkertijd bevoorraadden ze vanuit het fort hun schepen en kreeg de bemanning medische hulp als dat nodig was. En bijna tachtig jaar geleden bood deze plek de Duitsers uitzicht over de Westerschelde. Het geallieerde bombardement in 1944 en de daarop volgende inundatie van Walcheren maakten daar een einde aan. De nu met water gevulde kreken, zijn daar de littekens van.

Geestenjagers

“Die bijna vijf eeuwen geschiedenis voel je hier continu”, vertelt Karel. Soms komen hier om die reden ook geestenjagers. Een groepje mensen probeert met heel gevoelige apparatuur geluids- of filmopnamen van geesten te maken. “Ze vertelden dat ze eens het gehuil van een kind dat hier lang geleden leefde, hebben vastgelegd. En op een filmopname is een vage schim zichtbaar. Ja, je moet er in geloven, maar het prikkelt wel de fantasie.”

Benieuwd naar het fort? Om de 475e verjaardag te vieren zijn er tijdens en buiten de reguliere openingstijden activiteiten.


Dit artikel is ook verschenen in MONUMENTAAL, veelzijdig magazine over cultureel erfgoed in Nederland en Vlaanderen. www.monumentaal.com

Ook interessant