5 vragen over de vroege lente

  • 16 maart 2022
  • Flora en fauna
  • Leestijd 2 minuten

Het broedseizoen is begonnen. De meteorologische lente begon op 1 maart. En 20 maart wordt in de volksmond aangehouden als het begin van dit seizoen, de astronomische lente. Het zonnetje schijnt volop, de bloemen lijken dit voorjaar eerder in bloei te staan en de dieren zijn al vroeg actief. Toch? En wat betekent dat voor deze startdata? Boswachter en weerexpert Henk-Jan van der Veen beantwoordt 5 vragen over de vroege lente.

Lenteklokjes. Het zonnetje schijnt en de bloemen lijken eerder in bloei te staan.

1. Begint de lente echt steeds eerder?

“Ja, de algemene trend is dat het eerder opwarmt en dat de lente zo’n 1,5 tot 2 weken eerder begint. De gemiddelde lentetemperatuur is anderhalve graad hoger dan in de jaren 70, toen ik opgroeide. Er zijn echter jaar-op-jaar variaties, niet ieder jaar verloopt hetzelfde. Dat zag je bijvoorbeeld aan het koudere voorjaar van 2021. Eigenlijk was dit de uitzondering op de regel. Afgelopen winter was weer zeer zacht, waarbij februari drie graden warmer was dan de gemiddelde temperatuur van die maand. Ook dit voorjaar is het weer zonnig en zacht begonnen. Je ziet dat dit ‘normaal’ de laatste 20-30 jaar is opgeschoven naar boven.”

2. Welke gevolgen heeft deze verschuiving voor de natuur?

“Inmiddels zien we toch wel ingrijpende verschuivingen. Het heeft onder meer gevolgen voor overwinterende dieren, waaronder vlinders. Die ontwaken bij zacht weer eerder en gaan vervolgens uitvliegen. Citroenvlinders kunnen dit redelijk goed aan. Maar voor vlinders als de dagpauwoog of kleine vos, die in bijvoorbeeld een schuur overwinteren, kan dit nadelig zijn. Vliegen kost veel energie en als er nog weinig planten bloeien, loopt de vlinder kans te verzwakken. Zodra het weer omslaat met nachtvorst, zullen de ondervoede vlinders het mogelijk niet overleven. Hetzelfde patroon zie je bij de egel zodra deze in een zachte winter te vroeg ontwaakt.
Ook voor vogels die in zuidelijke streken overwinteren heeft de opwarming gevolgen. Bomen en struiken lopen door het zachte weer eerder uit en ook rupsen die op deze planten leven komen eerder tot ontwikkeling. Als vogels hier aankomen hebben insecten hun cyclus al grotendeels voltooid en is de piek van het aantal larven al voorbij.”

3. Is die verschuiving eigenlijk slecht voor de natuur?

“Ja en nee. Anderhalve graad opwarming in nog geen 50 jaar tijd is echt veel en heeft impact op de natuur. Soorten die van meer koele omstandigheden houden, zoals grutto’s, de kemphanen en watersnippen, krijgen het moeilijker. En het broedgebied van zuidelijke vogels, zoals bijeneters, cetti’s zangers en hoppen, verschuift zich noordwaarts. De vraag is of de opwarming de komende jaren verder doorzet en hoe snel. Kunnen bijvoorbeeld de spotvogel en de matkop dit tempo bijhouden? We zien de koninginnenpage en boomkrekel steeds vaker en ook noordelijker in Nederland. En hoe zal het de kleine vos en argusvlinder vergaan?”

Het lijkt alsof de opwarming vrij geruisloos gaat. Sterker nog: na een winter zijn we blij met zonnig en zacht lenteweer. Maar als je goed kijkt, zijn er wel degelijk veranderingen: de extremen in het weer nemen toe. Neerslag valt vaker in de vorm van heftige buien, hittegolven en droogteperiodes treden vaker op en houden langer aan. Dat het in 2019 meer dan 40 graden werd, hielden maar weinigen voor mogelijk, en toch gebeurde het. Tegelijkertijd zien we dat de laatste vorst steeds later in het voorjaar optreedt. De kans op schade aan gewassen door vorst blijft groot. Dit jaar begint de lente wederom zeer zonnig en droog en het zou zomaar kunnen dat er vanaf nu een periode komt met veel zon en weinig regen. Ik maak me zorgen over onze natte natuur: moerassen, veengebieden en blauwgraslanden. Maar ook over onze oer-Hollandse bomen als eik, beuk en berk.”

4. In veel gebieden start het broedseizoen op 15 maart. Is die datum dan niet achterhaald?

“Vanaf 15 maart bieden we de meeste natuurgebieden de rust die ze nodig hebben. Denk aan delen afsluiten voor publiek en stoppen met werkzaamheden zoals houtoogst. Maar we zijn boswachters, en we kijken natuurlijk niet alleen naar een kalender maar ook naar wat en wanneer iets groeit en bloeit. De laatste jaren beginnen we dan ook op veel plekken eerder met de broedseizoenmaatregelen. Ook zijn we dit jaar eerder gestart met de campagne Kraamkamer van de natuur, waarin we bezoekers vragen om rekening te houden met de jonge dieren die in deze periode geboren worden.”

Onderdruk de neiging om bij het eerste zonnetje je tuin rigoureus op te ruimen
Boswachter en weerexpert Henk-Jan van der Veen

5. Hoe kunnen mensen zelf rekening houden met de vroege lente?

“In het voorjaar is de natuur extra kwetsbaar, dus het is nu al belangrijk om je te beseffen dat je te gast bent in het thuis van de dieren en planten. Houd honden dus aan de lijn en blijf op de paden. Maar ook als je een tuin of balkon hebt kun je maatregelen nemen. Onderdruk allereerst de neiging om de tuin rigoureus op te ruimen want er kunnen nog koude dagen komen. Slakken kruipen bij dalende temperaturen graag nog even weg in de bladeren onder de heg. En daar zijn vogels weer bij gebaat als ze op zoek gaan naar voedsel. Ook egels en muizen maken dankbaar gebruik van de schuilgelegenheid in jouw tuin. Daarnaast helpt het om jouw balkon of tuin te voorzien van nectarrijke flora waar insecten voeding uithalen. Denk bijvoorbeeld aan krokussen, winterakoniet en sneeuwklokjes. In de maanden april en mei bloeit er veel voorjaarsflora. Kies voor inheemse planten en zorg dat jouw tuin afwisselend is ingericht om een grote verscheidenheid van dieren te voorzien. Een betegelde tuin voert veel water weg terwijl regenwater van pas kan komen als watervoorraad in droge tijden. Een regenton biedt uitkomst. En tot slot: maak je tuin lekker groen; plant bomen en struiken aan die zorgen voor voldoende schaduw. Niet alleen fijn voor de beestjes en planten maar ook zeker voor jezelf.”

Slakken zoeken op koude voorjaarsdagen nog graag beschutting.

Ook interessant