Ja, dat mag. In deze periode doen we vooral maaiwerk. Gras groeit juist in het voorjaar hard en moet dan gemaaid worden. Staatsbosbeheer maait in mei alleen in graslanden waar niet veel soorten leven en de biodiversiteit laag is. Door daar te maaien kunnen we die gebieden juist ontwikkelen naar gevarieerde en bloemrijke graslanden.
In deze periode worden alleen bomen geveld als dat nodig is voor de veiligheid. Het oogsten van hout plannen we meestal buiten het broedseizoen, zodat vogels in alle rust kunnen broeden. Voor we ergens beginnen, kijken we altijd eerst goed of er dieren zitten. Pas als duidelijk is dat het kan, gaan de werkzaamheden door.
Voordat er gewerkt wordt, controleren we eerst het gebied. We lopen er doorheen en kijken goed rond. Dat doen we met het blote oog, met een verrekijker en steeds vaker ook met een warmtebeeldcamera. Daarmee kunnen we dieren opsporen die zich in hoog gras of op een nest verschuilen.
Daarnaast werken we met een digitale kaart van het gebied. Daarin staan plekken die belangrijk zijn voor dieren, zoals nesten, mierenhopen en andere ecologische elementen. Zo weten we vooraf waar we extra voorzichtig moeten zijn.
Het voorjaar is een kwetsbare tijd voor dieren. Daarom kijken we altijd eerst goed voordat we ergens aan het werk gaan. Zo zorgen we ervoor dat de natuur haar gang kan blijven gaan.
We weten al veel doordat we het gebied goed kennen en omdat we waarnemingen bijhouden op onze kaarten. Daarnaast helpen vrijwilligers ons daarbij. Zij volgen bijvoorbeeld vogels of andere dieren en geven hun waarnemingen aan ons door.
Als er nieuwe nesten of andere belangrijke plekken worden ontdekt, zetten we die ook weer op de kaart. Zo bouwen we steeds meer kennis op over waar dieren zich bevinden.