Natuurbeheer

5 vragen over werken in de natuur tijdens het broedseizoen

In het voorjaar is de natuur op zijn drukst. Overal bouwen vogels nesten en worden jonge dieren geboren. Tegelijk zien bezoekers soms ook machines aan het werk in natuurgebieden. Dat kan vragen oproepen: mag er wel gewerkt worden in de natuur tijdens het broedseizoen? En wat gebeurt er dan met jonge dieren? Vijf vragen aan boswachter Helmut van Pelt.

1. Mag er gewerkt worden in de natuur tijdens het broedseizoen?

 Ja, dat mag. In deze periode doen we vooral maaiwerk. Gras groeit juist in het voorjaar hard en moet dan gemaaid worden. Staatsbosbeheer maait in mei alleen in graslanden waar niet veel soorten leven en de biodiversiteit laag is. Door daar te maaien kunnen we die gebieden juist ontwikkelen naar gevarieerde en bloemrijke graslanden.
In deze periode worden alleen bomen geveld als dat nodig is voor de veiligheid. Het oogsten van hout plannen we meestal buiten het broedseizoen, zodat vogels in alle rust kunnen broeden. Voor we ergens beginnen, kijken we altijd eerst goed of er dieren zitten. Pas als duidelijk is dat het kan, gaan de werkzaamheden door.

Het voorjaar is een kwetsbare tijd voor dieren. Daarom kijken we altijd eerst goed voordat we ergens aan het werk gaan. Zo zorgen we ervoor dat de natuur haar gang kan blijven gaan.
Boswachter Helmut van Pelt

2. Hoe zorgen jullie ervoor dat jonge dieren en nesten beschermd blijven als er bomen worden gekapt?

Voordat er gewerkt wordt, controleren we eerst het gebied. We lopen er doorheen en kijken goed rond. Dat doen we met het blote oog, met een verrekijker en steeds vaker ook met een warmtebeeldcamera. Daarmee kunnen we dieren opsporen die zich op een nest verschuilen.
Daarnaast werken we met een digitale kaart van het gebied. Daarin staan plekken die belangrijk zijn voor dieren, zoals nesten, mierenhopen en andere ecologische elementen. Zo weten we vooraf waar we extra voorzichtig moeten zijn.

3. In weilanden liggen soms jonge reetjes of nesten van weidevogels. Hoe houden jullie daar bij maaien rekening mee?

Ook bij maaiwerk zoeken we eerst het veld goed af, vaak met een warmtebeeldcamera. Daarmee kunnen we dieren vinden die in het gras liggen.
Als we een nest of een reekalfje vinden, verplaatsen we het niet. In plaats daarvan zetten we er stokken bij. Zo kan de maaimachine er ruim omheen werken en blijft het dier veilig liggen.

 

Vóór we maaien, doorzoeken we eerst met een warmtebeeldcamera het veld. Zo kunnen we van grote hoogte reekalfjes en andere dieren vinden in het gras.  

4. Hoe weten jullie waar vogels, reetjes of andere jonge dieren zitten?

We weten al veel doordat we het gebied goed kennen en omdat we waarnemingen bijhouden op onze kaarten. Daarnaast helpen vrijwilligers ons daarbij. Zij volgen bijvoorbeeld vogels of andere dieren en geven hun waarnemingen aan ons door.
Als er nieuwe nesten of andere belangrijke plekken worden ontdekt, zetten we die ook weer op de kaart. Zo bouwen we steeds meer kennis op over waar dieren zich bevinden.

5. Wat gebeurt er als jullie tijdens werkzaamheden toch een nest of jong dier tegenkomen?

Dan leggen we het werk meteen stil. Daarna bekijken we rustig wat er nodig is. Soms kunnen we het werk later weer oppakken met extra afstand of een andere werkwijze. In andere gevallen wachten we gewoon tot het jonge dier de plek heeft verlaten. De veiligheid van dieren gaat altijd voor. 

31 juli: internationale dag van de boswachter

Welke keuzes maakt een boswachter om de natuur gezond te houden? Ontdek het tijdens de Internationale dag van de boswachter, op 12 locaties door het land. Ontmoet de boswachter, leer meer over natuurbeheer en stel al je vragen over het boeiende vak. Deelname is gratis, na aanmelden. Meer over de dag van de boswachter
Meer over de dag van de boswachter