De imposante zeearend is de grootste arend van Europa, hij kan tot zo’n 90 cm groot worden. Zijn spanwijdte kan oplopen tot 2,5 meter. Ook hun nest dat ze in bomen of in rotswanden bouwen, heeft een grote omvang: dat kan zowel een doorsnee als een hoogte van 2 meter meten. Zeearenden kunnen zo’n twintig jaar oud kan worden en eten vis, watervogels, zoogdieren en aas. Ze leven daarom graag in waterrijke gebieden.
Ooit kwam de zeearend in grote getale voor in Europa. De eerste waarneming in Nederland werd in 1945 voor het eerst gedocumenteerd. Maar in jaren 50 en 60 van de vorige eeuw daalde het aantal zeearenden drastisch. De roofvogel werd systematisch bejaagd en vergiftigd, omdat hij als eenden- en ganzenmoordenaar werd gezien. Daarnaast versnipperde zijn leefgebied van door de toename van woningbouw en infrastructuur. Ontginningen voor de landbouw en het gebruik van pesticiden deden de rest. De zeearend broedde niet meer in Nederland. Nu het gebruik van pesticiden is teruggedrongen en - met name in Midden-Europa - beschermingsmaatregelen zijn genomen, groeit de zeearendenpopulatie gestaag.
Sinds 2006 is de zeearend terug als broedvogel in Nederland. Vanaf 1970 werden al incidenteel zeearenden in Nederland gesignaleerd. Lange tijd ging het om één tot vier wintergasten; jonge vogels die op zijn vroegst in oktober arriveerden en op zijn laatst in maart vertrokken. In 2004 doken plotseling vijf zeearenden op in de Oostvaardersplassen en in 2005 besloot een paartje er de zomer door te brengen. Het jaar erna bouwde het paar van wilgentakken hun enorme nest. Het paar kwam tot broeden, een primeur in Nederland. Eind maart 2006 werd een ei gelegd en begin mei kroop het jong eruit. Anderhalve maand later vloog de eerste jonge zeearend uit.
De eerste jaren bleef het bij dat ene broedpaar, maar sinds 2010 neemt het aantal gestaag toe. In 2020 werden 18 broedende paren vastgesteld en vlogen 21 jongen uit. In 2021 bleef dat aantal min of meer gelijk met 17 broedende paren. Na het matige broedseizoen in 2021, bracht 2022 maar liefst 30 zeearendenparen voort. De stijgende lijn werd doorgezet in 2023 met 36 broedparen. In 2024 kwamen daar nog 4 paren bij. In 2025 was de groei nog niet uit de populatie en werden er 45 broedparen waargenomen.