Veluwe

Het op één na grootste natuurgebied van Nederland, met bos, heide, zandvlakten, landgoederen en spectaculaire uitzichten.

Over de Veluwe

De Veluwe is een aaneenschakeling van verschillende natuurgebieden met elk een eigen karakter, flora en fauna. Een groot deel van de Veluwe is bebost en bijzonder heuvelachtig

Edelherten

Wie Veluwe zegt, zegt edelhert. Maar dat is niet altijd zo geweest. Halverwege de vorige eeuw was het edelhert door stroperij bijna verdwenen van de Veluwe. Om de edelherten in stand te houden werd in 1956 het Ugchelse bos aangewezen als Staatswildreservaat.  Met resultaat! In 1988 was het aantal herten met zoveel toegenomen, dat de beschermende rasters weggehaald konden worden. Inmiddels hebben de herten zich via ecoducten verspreid van het Speulderbos in Putten tot de Veluwezoom in Rheden en kunnen we weer volop genieten van dit indrukwekkende dier.

Kootwijkerzand

In het hart van het gebied ligt een samenzwering van zand en wind: het Kootwijkerzand. De helft ervan stuift, de andere helft is begroeid met mossen en grassen. Net als de ‘echte’ woestijn kent het Kootwijkerzand extreme temperatuurverschillen. Op een mooie zomerdag kan het op de zuidhellingen wel 50 graden worden. ’s Nachts tuimelt het kwik dan zo’n 40 graden.

Nunspeet

Boswachterij Nunspeet ligt in een prachtig stuk Veluwe. Glooiende paden voeren naar het idyllische dorpje Vierhouten en verder naar Elspeet. Langs open heide en koele bossen, wuivende sparren en grillige eiken. Op de natte heide liggen plassen, omringd door paarsrode zonnedauw. Ten zuiden van Nunspeet ligt het Zandenbos. Hier ligt ook een fraai heideveld. Met geurige heide en krentenstruiken vol vogels. In de Zandenplas kun je op zomerse dagen heerlijk zwemmen.

Vierhouterbos

Het Vierhouterbos is rustiger en zit boordevol wild. Wie oplet, ziet de wroetsporen van zwijnen langs de paden. In de bossen liggen hun zoelplaatsen. Dat zijn de poelen waarin ze hun modderbaden nemen. Bij het Zandenbos en aan de rand van het Vierhouterbos mag uw hond los lopen. Ook zijn er diverse ruiter- en menroutes uitgezet.

Verscholen dorp

Bijzonder is ook het Verscholen Dorp bij Nieuw-Soerel. Hier zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog anderhalf jaar lang bijna honderd onderduikers verborgen. Destijds bestond het dorp uit een aantal primitieve hutten; nu zijn er alleen nog drie nagebouwde hutten te zien.

Speulderbos

Met de ‘dansende’ bomen behoort het Speulder- en Sprielderbos tot de oudste en mooiste bossen van Nederland. Hier kun je ronddwalen alsof het een echt oerbos is. De natuur mag haar gang gaan. Glanzende sparren, knoestige, groenbemoste eiken, varens en halfvergane stammen zorgen voor een bijzondere sfeer. In het gebied zijn nog twee andere soorten bos te vinden. Het lichte bos, met grove dennen, berken en eiken. En het donkere bos, waar vooral douglas- en fijnsparren en Amerikaanse eiken groeien. Een deel van deze bossen wordt ook gebruikt voor houtproductie. Elk bostype trekt weer andere bewoners aan. Van achter wildkijkschermen is het mogelijk om zelf dieren gade te slaan. Vooral tegen de schemering is de kans op een ontmoeting groot.

Solse Gat

Kijk ook eens bij het Solse Gat. Deze diepe kuil is in de laatste ijstijd ontstaan door een draaikolk van gletsjerwater. De kuil is verder uitgediept door het graven van leem. Veluwse sagen vertellen een heel ander verhaal. Op deze plek zou ooit een klooster hebben gestaan. De monniken hadden hun ziel aan de duivel verkocht. Hiervoor werden ze gestraft. In een woeste kerstnacht zonk het klooster weg in de aarde. Alleen de statige toegangsweg zou nog aan het klooster herinneren...

Ugchelen

Het Ugchelse Bos is een natuurbos. In de loop der jaren hebben de aangeplante dennenbossen plaatsgemaakt voor een natuurlijk gevarieerd en licht bos. In dit bos is meer voedsel te vinden en komen meer broedvogels voor. Samen met de natuurgebieden rondom Kootwijk vormt het een aaneengesloten gebied van 10.000 hectare. Daarmee is het een van de grootste, aaneengesloten stukken vrije natuur van Nederland. In het grootste deel van het bos van de boswachterij mag de natuur zijn gang gaan en grijpen we niet in. Het vele dode hout dat hier blijft liggen, is belangrijk voor paddenstoelen, mossen en insecten en daardoor ook voor vogels en andere dieren. De rest wordt gebruikt voor houtoogst. Daarmee voorziet de boswachterij in de houtbehoefte van een heleboel mensen.

Renkums Beekdal

In de Renkumse Poort komen bos, beekdal en de uiterwaarden van de Rijn samen. Het heuvelachtige gebied is een mooi voorbeeld van geslaagd natuurbeheer. Het voormalige industrieterrein Beukenlaan is omgetoverd tot een ecologische verbinding tussen de Oostvaardersplassen, Veluwe, uiterwaarden aan de Rijn, de Gelderse Poort en het Duitse Reichswald. Zo kunnen edelherten straks van de Veluwe naar de Rijn lopen.

Stuwwallen

Het heuvelachtige landschap is ontstaan in de voorlaatste ijstijd, toen het landijs grote hoeveelheden zand en grind voor zich uit duwde. De beken in het beekdal vormen het afwateringssysteem van deze stuwwallen. Sinds mensenheugenis is dit gebied bewoond, zo valt af te lezen aan de grafheuvels langs de beken. De uitvinding van de watermolen, rond de 11e eeuw, betekende de start van een eeuwenlange bedrijvigheid in het Renkumse beekdal.