Noord-Limburg

Een heuvelachtig landschap, met natte hellingbossen en heide. Noord-Limburg doet niet onder voor zijn zuidelijke broertje!

Over Noord-Limburg

De natuur van Noord-Limburg bestaat uit een aantal verschillende gebieden, elk met hun eigen karakter. Het Schuitwater kent moerasvegetatie en open water, de Schadijkse bossen groeien op voormalig agrarische grond en in de Castenrayse Vennen kom je broekbossen en schraalgraslanden tegen.

Schuitwater

Het Schuitwater is een gevarieerde natuurgebied, met elzenbroekbossen, moerasvegetatie, open water en vochtige gras- en hooilanden. Het open water in het gebied wordt gevoed door kwel, is bijzonder helder en heeft een rijke vegetatie. Wil je wandelen in het Schuitwater? Loop dan over het ‘knuppelpad’, een houten vlonderpad dat de broekbossen doorkruist.
In het Schuitwater komen ook droge gebieden voor. Ze bestaan uit kleinschalige loof- en naaldbossen, voedselarme graslanden, droge en vochtige heideterreinen en een aantal vennen. Paarden houden hier het gras kort. 

Schadijkse bossen

Vroeger lagen hier uitgestrekte heidevelden, waar boeren plaggen staken om mest van te maken. De akkers hoogden zich door de bemesting op, en door het ‘afplaggen’ van de heide ontstonden er grote zandverstuivingen.
Aan het eind van de 19e eeuw werd het stuifzand vastgelegd door bebossing met grove dennen. Heidevelden werden omgevormd tot landbouwgebieden. Rond 1970 is weer een groot aantal agrarische gronden beplant: de basis voor de huidige Schadijkse bossen.

Castenrayse Vennen

Eigenlijk zou het niet de Castenrayse Vennen moeten zijn, maar Venen. In de Pès, zoals het in de volksmond heet, heeft zich namelijk veen gevormd waar broekbossen op groeien. Een groot deel van het veen is begin vorige eeuw afgegraven. Dat is nog te zien aan de veenputten, of petgaten die soms weelderig begroeid zijn met slangewortel. In het gebied bevinden zich ook vochtige en droge schraalgraslanden. Dit gedeelte wordt het ‘Groote Broek’ genoemd.