Alsof reuzen de eerste treden van een trap naar de hemel hebben uitgehouwen, zo ziet De Meinweg eruit. Wij noemen het een terrassenlandschap: drie plateaus waarvan de hoogste 80 meter boven NAP ligt. Het waren geen reuzen die dit nationale park bij Roermond vormgaven, het waren Rijn en Maas die in de loop van eeuwen hier steeds grotere pakketten grind en zand afzetten. Maar ook aardbevingen hebben hun steentje bijgedragen aan dit golvende landschap. Naast de terrassen bestaat De Meinweg uit glooiende heidevelden, beken, vennetjes, moerassen en bossen vol wild (wilde zwijnen!). Mulle zandpaden voeren je als wandelaar door een soms betoverend mozaïek van landschappen.
Aan de andere kant van Roermond gaat het juist de diepte in. In het Leudal loop je over holle weggetjes door beekdalen. Op sommige plaatsen heeft het beekwater de dalen zo diep uitgesleten dat de beken tien meter dieper dan het pad liggen. Het klooster en de watermolen herinneren aan het rijke verleden van het Leudal. Maar let vooral ook op de uitbundige plantengroei naast de beken. In het voorjaar zorgen speenkruid, bosanemonen en dalkruid voor een uitgestrekt geelwit tapijt tussen de donkere elzenstammen.