Bentinckswelle, Katerstede, Hengforderwaarden, Sprabanen. Het zijn maar vier namen van de meer dan dertig mooigenaamde natuurgebieden die tezamen de IJsselvallei vormen. Ten noorden van Deventer krijgt de IJssel, die vaak als mooiste rivier van Nederland wordt beoordeeld, vrij spel. Is er veel water, dan overstromen de uiterwaarden; is er weinig water, dan drogen ze uit. De mens bemoeit zich er hier nu eens niet mee. Alleen als de veiligheid in het geding komt, wordt ingegrepen.
De belangrijkste beheerders in de IJsselvallei zijn Schotse Hooglanders en IJslandse paarden. Door jonge boomopslag te eten, zorgen zij ervoor dat het water vrij spel kan houden. Dankzij deze dynamiek, de afwisseling van droog en nat, van hoge en lage delen, voelen veel vogels en planten zich hier thuis. En die hebben al even mooie namen als de gebieden waarin ze leven. Braamsluiper, kwartelkoning en rietgorszanger zingen het hoogste lied. Planten als sikkelklaver, slijkgroen, kattenstaart en muurpeper profiteren van de vruchtbare rivierklei.
Vanaf de uitzichttoren naast de oude baksteenfabriek aan de rand van de Duursche Waarden of het Laarzenpad is goed hoe dynamisch de IJsselvallei is.