Ach, die Achterhoek, dat mooie gebied in het uiterste oosten van ons land; ze kan niet genoeg geprezen worden. Hier laat het landschap achter elke bocht in de weg een ander gezicht zien. Hier vind je kronkelende beekjes, kleine weilanden tussen houtwallen, bossen en heidevelden, heel veel oude landgoederen en boerderijen en stokoude bomen waaronder je het liefst de hele dag zou gaan liggen om de rust van de Achterhoek tot in je poriën te laten doordringen.
Bij de kikkerpoelen hoor je in het voorjaar de luidruchtige concerten van de boomkikkers. Zit je aan de rand van een beekje, dan kun je een snelle blauwe flits voorbij zien komen: de ijsvogel, die graag broedt in de oeverkanten van een van de vele beekjes. Maar de Achterhoek is ook gemaakt om actief te zijn. Je wandelt er over oude zand- of kerkenpaden, voelt je als fietser in het paradijs, kunt er skeeleren, paardrijden of dwalen door het grootste doolhof van Europa. Eigenlijk is de Achterhoek gewoon onweerstaanbaar.