Vastgoed

Verkoop percelen Tilburg (Z21-2097)

Staatsbosbeheer heeft het voornemen om over te gaan tot de verkoop van een vijftal percelen grond, kadastraal bekend als gemeente Tilburg.

21 maart 2024 - Bekendmaking

Bekendmaking als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 ECLI: NR.HR:2021:1778,rechtsoverweging 3.1.6.

Staatsbosbeheer heeft het voornemen om over te gaan tot de verkoop van een vijftal percelen grond, kadastraal bekend als gemeente Tilburg, sectie AH, nummers 115, 123, 126, 147 en 151 met een totale grootte van 15.88.10 ha. en gezamenlijk genaamd ‘het Wijckerbos’ aan de gemeente Tilburg. Deels bedoeld voor de realisatie van een ecologische verbindingszone (hierna EVZ) in het algemeen belang, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Werklandschap Wijckevoort 2020’. Deze EVZ doorsnijdt bovengenoemde percelen. Staatsbosbeheer wenst geen versnippert eigendom en een versnipperde beheereenheid. Door het Wijckerbos als geheel te verkopen aan de gemeente Tilburg is het beheer en de instandhouding hiervan gewaarborgd.

Staatsbosbeheer is van oordeel dat bij deze verkoop geen mededingingsruimte door middel van een selectieprocedure hoeft te worden geboden, nu bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor deze overeenkomst.

Bij deze verkoop met het oog op het openbaar algemeen belang is redelijkerwijs maar één partij in beeld om via onderhavige verkoop het betreffende belang te realiseren. Op basis van dit criterium wat redelijk, toetsbaar en objectief is heeft Staatsbosbeheer het voornemen om de kadastrale percelen gemeente Tilburg, sectie AH, nummers 115, 123, 126, 147 en 151 onderhands te verkopen, aangezien op basis van het genoemde criterium bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat alleen deze wederpartij als serieuze gegadigde in aanmerking komt.

Een belanghebbende die het hier niet mee eens is en ook voor deze verkoop in aanmerking wenst te komen dient vóór 10 april 2024 een kort geding aanhangig te maken bij de bevoegde voorzieningenrechter; het kort geding is aanhangig vanaf het moment dat de dagvaarding voor de deurwaarder is betekend. Bij gebreke van een tijdig ingesteld kort geding vervalt het recht tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft een belanghebbende zijn of haar rechten daarop verwerkt. Staatsbosbeheer zou immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de betreffende overeenkomst zou worden opgekomen.

Staatsbosbeheer behoudt zich uitdrukkelijk het recht voor om alsnog af te zien van de voorgenomen overeenkomst; aan deze bekendmaking kunnen geen rechten worden ontleend.