Vastgoed

Kavelruil Kromme Rijn Oost Fase 1 (Z23-1076)

Staatsbosbeheer is voornemens om over te gaan tot inbreng in een kavelruilovereenkomst van enkele percelen bos en natuurlijk grasland te Langbroek, Leusden en Kockengen.

28 maart 2024 - Bekendmaking

Bekendmaking als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 ECLI:NL:HR:2021:1778, rechtsoverweging 3.1.6. Publicatiedatum 26 maart 2023.

Staatsbosbeheer heeft het voornemen om over te gaan tot inbreng in een kavelruilovereenkomst van enkele percelen bos en natuurlijk grasland te Langbroek, Leusden en Kockengen. Voornoemde percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Langbroek, sectie C, nummers 37, 58, 61, 62, 564, 564. Voorts worden ingebracht, de percelen kadastraal bekend als gemeente Leusden, sectie F, nummers 3310 en 5520 en gemeente Leusden, sectie I, nummers 109 en 333, alsmede de percelen kadastraal bekend als gemeente Kockengen, sectie E, nummers 1121 en 1122.

Staatsbosbeheer is van oordeel dat bij deze kavelruil geen mededingingsruimte door middel van een selectieprocedure hoeft te worden geboden, nu bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor deze overeenkomst.

De kavelruil, bekend als Kavelruil Kromme Rijn Oost Fase 1, is in 2023 geïnitieerd door provincie Utrecht om de natuurdoelen op gronden binnen het Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland te behalen, de landbouwstructuur te verbeteren en de Lekdijk te versterken. De kavelruil is bekend gemaakt via de website van de provincie waarbij belanghebbenden de gelegenheid hebben gehad om te reageren op deze kavelruil en hun interesse hiervoor bij provincie kenbaar te maken.

Door inbreng van gronden, leidt de kavelruil tot een betere verkaveling voor Staatsbosbeheer zodat vanuit beheeroogpunt een gunstiger allocatie van haar gronden wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt Staatsbosbeheer binnen deze beheerruil rechtstreeks gecompenseerd met grond, waarbij de aan Staatsbosbeheer toebedeelde gronden leiden tot een versterking van het kerngebied nabij het Natura2000 gebied Kolland & Overlangbroek.

Op basis van deze criteria die redelijk, toetsbaar en objectief zijn, heeft Staatsbosbeheer het voornemen om voornoemde percelen bos en natuurlijk grasland te Langbroek, Leusden en Kockengen onderhands in de kavelruil in brengen, aangezien op basis van de genoemde criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat alleen deze wederpartij als serieuze gegadigde in aanmerking komt.

Een belanghebbende die het hier niet mee eens is en ook voor deze overeenkomst in aanmerking wenst te komen dient vóór 15 april 2024 na de bovenvermelde publicatiedatum een kort geding aanhangig te maken bij de bevoegde voorzieningenrechter; het kort geding is aanhangig vanaf het moment dat de dagvaarding door de deurwaarder is betekend. Bij gebreke van een tijdig ingesteld kort geding vervalt het recht om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft een belanghebbende zijn of haar rechten daarop verwerkt. Staatsbosbeheer zou immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de betreffende overeenkomst zou worden opgekomen.

Staatsbosbeheer behoudt zich uitdrukkelijk het recht voor om alsnog af te zien van de voorgenomen overeenkomst; aan deze bekendmaking kunnen geen rechten worden ontleend.