Nieuws

Grote grazer als handige hulp in natuurbeheer

  • 30 november 2022
  • Flora en fauna
  • Leestijd 5 minuten

Schotse hooglanders, heckrunderen, konikpaarden; zomaar wat grazers die Staatsbosbeheer inzet. Niet omdat we te lui zijn om te maaien, wel omdat grazers veel beter dan wij de vegetatie bij kunnen houden. Op een manier die enorm goed is voor de biodiversiteit.

Alle grazers, groot of klein, vervullen een eigen rol om het landschap vorm te geven. Zo ook de Schotse hooglander.

Schotse hooglander

De Schotse hooglander is een populaire grazer onder natuurbeheerders, met name omdat deze stoere Schot zich met zijn taaie gestel en dikke vacht niet uit het veld laat slaan door koude winters. Ook zijn ze ondanks hun stoere uitstraling vrij gemakkelijk in de omgang met mensen. Perry Cornelissen, adviseur ecologie bij Staatsbosbeheer: “Natuurlijk moet je de dieren met rust laten, bij elke ontmoeting op gepaste afstand blijven en nooit tussen een moeder en haar kalf in gaan staan. Maar ze zijn lekker sukkelig en hebben een gezellige uitstraling die mensen aanspreekt.”

Een ander voordeel is dat de Schotse hooglander als herkauwer giftige stoffen kan afbreken die sommige planten aanmaken om niet opgegeten te worden. “Zo eet een Schotse hooglander zonder problemen de giftige vlier, een plant die een paard links laat liggen”, vertelt Perry.

Konikpaarden laten de giftige vlier links liggen. De Schotse hooglander eet dit zonder problemen.

Landschap vormgeven

Daarmee snijdt de adviseur ecologie iets aan dat veel mensen zich afvragen: wanneer zet je welke grazers in? “Dat hangt af van het gebied”, legt Perry uit. “Begrazing zetten we altijd in met een specifiek doel voor ogen. Bijvoorbeeld om voor een bepaalde soortensamenstelling of structuur in de plantengroei te zorgen; verschillen in hoogte en dichtheid van de begroeiing. De vegetatie is een belangrijk element in het landschap dat mede bepaalt welke dieren er kunnen leven."

"Vogelsoorten hebben bijvoorbeeld uiteenlopende wensen rond de hoogte en dichtheid van het groen. Wil je ergens meer weidevogels, dan moet er voldoende grasland zijn. Gaat het om putters, dan moeten er juist ruigtekruiden zoals distels staan, omdat deze zangvogels ’s winters van die zaden eten.” Het natuurlijke proces van begrazing kan een belangrijke rol leveren om die gewenste begroeiing te bereiken. Perry: “Alle grazers, groot of klein, vervullen een eigen rol om het landschap vorm te geven. Elke soort heeft zijn eigen specialisme, alles grijpt in elkaar.”

Snavel als snoeischaar

Dat geen enkele grazer op zich staat, weet Perry als geen ander. Enkele jaren geleden promoveerde hij op zijn onderzoek naar de invloed van grote herbivoren op het natuurlijke landschap. Daarbij kwamen ganzen naar voren als concurrenten van runderen. Runderen, zoals de Schotse hooglander, eten gras door hun tong eromheen te slaan en het af te rukken. Bij gebrek aan tanden in de bovenkaak is dat een efficiënte manier van gras eten. Ganzen beschikken over heel ander eetgerei: een snavel die werkt als een snoeischaar. Daarmee knippen de vogels het gras zó kort, dat een koeientong er geen grip op heeft. Ganzen zijn dus voedselconcurrenten voor runderen. Op hun beurt hebben ganzen de runderen juist hard nodig. Onderzoek in de Oostvaardersplassen wees uit dat grote grazers in de randzones van moerasgebieden met riet zorgen voor het ontstaan van kortgrazige graslanden: een rijk gedekte tafel voor ganzen.
In de Oostvaardersplassen grazen heckrunderen, konikpaarden en edelherten ten behoeve van grootschalige, korte graslanden en open poelen voor ganzen, reigers en lepelaars. Runderen, paarden en edelherten zijn daarvoor zeer geschikt, vanwege hun specifieke graasgedrag waarmee ze voorkomen dat graslanden verruigen.

Schapen knabbelen graag aan pijpenstrootjes. Hierdoor blijft de heide in stand.

Verschillende graaseigenschappen

Edelherten hebben door het jaar heen verschillende voedingsgewoonten. In het voorjaar en de zomer eten ze blad. In het najaar en de winter staat er gras op hun menu aangevuld met bast en twijgen. Ze leven in grote groepen en creëren openheid door hun vraat aan struiken en jonge boompjes.
Konikpaarden, Exmoor pony’s, IJslandse pony’s en Haflingers grazen groepsgewijs lang op dezelfde plek, er ontstaat een kort afgegraasde ‘paardenweide’. Dit zorgt voor scherpe grenzen tussen kort grasland en ruigere vegetaties, anders dan bij runderen die met dagelijkse trektochten uiteenlopende overgangen veroorzaken.
Schapen kunnen goed overweg met een voedselarme omgeving. We zetten ze vooral op de heide in, waar ze graag aan pijpenstrootjes knabbelen. Hierdoor blijft de heide in stand.

Mest en maaien

De waarde van grazers voor natuurbeheer wordt niet alleen bepaald door wat ze eten, maar ook door het restproduct ervan. De dieren eten het groen, leggen dit vast in hun lichaam en poepen en plassen de afvalproducten van hun plantendieet uit. Dat zijn weer voedingsstoffen voor afvalverwerkers zoals bacteriën en schimmels. Op die manier dragen grazers bij aan de natuurlijke kringloop van stoffen, onmisbaar voor processen van opbouw en afbraak
Een kudde paarden heeft bijvoorbeeld de gewoonte om op dezelfde plek hun behoefte te doen. Perry: “Waar veel mest ligt, draait het ecosysteem op volle toeren. Daar heb je altijd een rijk bodemleven.”

Dat is meteen ook de reden dat de inzet van grazers niet altíjd de juiste ingreep is voor natuurbeheer. Soms is maaien een betere optie, omdat daarmee in één klap de vegetatie wordt verwijderd, met de daarin opgeslagen voedingsstoffen. Daardoor wordt de grond schraler en voedselarmer, wat gunstig is voor een soortenrijke begroeiing. “Na een maaibeurt hebben alle planten weer eenzelfde startpositie, dus ook minder snel groeiende soorten. Op een voedselarme plek waar in het verleden een paar keer is bemest, heb je met maaien grote kans dat de oorspronkelijke flora terugkeert”, zegt Perry. “Maar wil je bijvoorbeeld natuurlijke overgangen van kortgrazig grasland via ruigte en struweel naar bos, dan kies je voor begrazing.”
Begrazing is razend interessant voor natuurbeheer vanwege de diversiteit en dynamiek die het in het landschap teweegbrengt
Perry Cornelissen, adviseur ecologie

Diversiteit en dynamiek

“Begrazing is razend interessant voor natuurbeheer, vanwege de diversiteit en dynamiek die het in het landschap teweegbrengt”, vindt Perry. “Als we naar grasland streven, zetten we meer grazers in. Ligt het accent op bos, dan halen we juist grazers weg. Daarnaast zorgen runderen en paarden ook voor variatie. Ze staan bijvoorbeeld graag bij een poeltje of onder de schaduw van een boom. Dan krijg je plekjes die heel veel of juist heel weinig begroeiing hebben En plekjes daar tussenin. Er ontstaan mooie overgangen.”

Edelherten eten in het voorjaar en de zomer blad. In het najaar en de winter staat er gras op hun menu, aangevuld met schors.