Thema

Grond, klei, veen en zand verhandelen

Staatsbosbeheer is marktpartij in grondstromen. We verkopen vrijkomende grond uit natuurherstelprojecten en ontvangen baggerspecie om zandwinputten minder diep te maken. Ook bij grond, klei, veen en zand zijn landschap en natuur sturend. Het ecologische resultaat na inrichting moet passen in de gestelde natuurdoelen. ‘No net loss’ is het uitgangspunt.

Progrond

Progrond is een onderdeel van Staatsbosbeheer dat enerzijds grond verkoopt die vrijkomt uit natuurherstelprojecten. Anderzijds ontvangt het grond en baggerspecie om zandwinputten van Staatsbosbeheer minder diep te maken of een terreininrichting te realiseren. Jaarlijks verhandelt Progrond ruim een miljoen kuub grond, dat zijn meer dan veertigduizend vrachtwagens. De opbrengst hiervan steekt Staatsbosbeheer uiteraard weer in het duurzaam beheren van natuurgebieden.

Verondiepen

Wij hebben meestal grond nodig om plassen in onze gebieden minder diep te maken. In ons land zijn er minstens vijfhonderd diepe plassen, meestal ontstaan door de winning van zand, grond of klei voor woningbouw of de aanleg van wegen. De plassen zijn soms tot wel veertig meter diep en hebben vaak steile oevers en taluds. Hierdoor zijn planten- en dierenleven en recreatieve mogelijkheden beperkt.

Meer variatie

Om deze situatie te verbeteren, kunnen de plassen worden ‘verondiept’. Dat betekent dat de plas meer variatie in diepte krijgt door het toevoegen van zand of baggerspecie. De steile oevers worden flauwer gemaakt en er komt een geleidelijke overgang naar de diepere delen. Zo krijgt zonlicht de kans om in ondiepere delen door te dringen tot de bodem. Meer randlengte zorgt voor meer overgangen. Hierdoor krijgt de biodiversiteit van planten en dieren in de plas een impuls. Ook ontstaan er zo veiliger recreatiemogelijkheden.
Daarbij houden we delen van de plas op diepte, want ook dat heeft een ecologische waarde, bijvoorbeeld voor de snoekbaars. Verder kunnen diepere delen een belangrijke rol spelen bij het reinigend vermogen en de watertemperatuur in een plas. Herinrichting van diepe plassen vindt vooral plaats bij gebieds- en natuurontwikkeling.

Natuur is leidend

Ook bij onze activiteiten met grond, slib en zand zijn natuur en landschap altijd sturend. Het ecologische resultaat na inrichting moet verbeteren en passen in de gestelde natuurdoelen. Wij zullenl niet toestaan dat ongeschikte grond als opvulgrond wordt gebruikt. De herkomst van de grond staat steeds meer ter discussie. In water gelden strengere normen voor toepassing in het rivierdal als de grond niet afkomstig is uit hetzelfde stroomgebied. Het gaat om de kwaliteit, het mag uit het buitenland zijn, als het maar voldoet aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit. Bij grond die van elders komt, wordt altijd goed gekeken of er niet meer dan de toegestane niet-grondeigen stoffen in de plas terecht komen.

Volgens het Besluit bodemkwaliteit mag door toepassing van grond de kwaliteit in een gebied niet achteruitgaan. De kwaliteit blijft dus minimaal hetzelfde, maar de verwachting is dat de kwaliteit stijgt. Want dat is de reden waarom wij plassen minder diep maken. Van elke toe te passen partij grond moet de kwaliteit bekend zijn en aangetoond kunnen worden met een milieu hygiënische verklaring. Bovendien is de herkomst van de nieuwe grond altijd traceerbaar. De vergunningverlenende overheden (provincie en Rijkswaterstaat) zien nauwkeurig toe op het hele proces.