Dossier Zaden en plantmateriaal

Staatsbosbeheer hecht aan autochtoon, hoogwaardig plantmateriaal. We ontwikkelen dit in onze eigen terreinen, zaadgaarden en genenbank voor autochtone bomen en struiken.

Zaden en plantmateriaal in de praktijk

De afdeling Zaad en Plantsoen levert plantmateriaal uit zaden van de Staatsbosbeheerterreinen, zaadgaarden en genenbank Roggebotzand aan onze eigen beheerders en aan externe partijen zoals zaadhandelaren en kwekers. We gebruiken 30 % van het geoogste zaad voor het kweken van plantmateriaal voor Staatsbosbeheerterreinen en verkopen de andere 70 % op de Nederlandse en internationale markt. Staatsbosbeheer levert in totaal circa 1.000.000 bomen en struiken per jaar en werkt het gehele jaar aan nieuwplant- of herplantprojecten. Over al deze activiteiten leest u meer op deze pagina.

Oogst zaden uit Staatsbosbeheerterreinen

Zodra de vruchten en/of zaden op een terrein oogstrijp zijn, oogsten we ze. De vruchten of zaden worden afhankelijk van de soort met de hand geplukt of machinaal geoogst. Voor eikels gebruiken we bijvoorbeeld een bomenschudder. De eikels worden opgevangen en vervolgens gedroogd en opslagen. Rozenbottels worden daarentegen met de hand geplukt alvorens te worden gedroogd en opgeslagen. De bewerkingsmaatregelen verschillen per soort. Zo ook het bewaren in de zin van opslag, temperatuur en bewaartijd.

Vakmanschap
Het plukken, drogen en bewaren vergt vakmanschap. Te vroeg plukken levert onrijp zaad dat veel minder, of zelfs helemaal niet kiemkrachtig is. Niet goed bewaren geeft schimmelvorming of verdroging. We bewerken de oogst op verschillende locaties. Een deel van het zaad (voor eigen gebruik Staatsbosbeheer) slaan we zelf op en een ander deel verkopen we (vraaggestuurd) aan kwekers of de zaadhandel.

Mastjaren en strategische reserve van zaden
De oogst is niet altijd van hetzelfde niveau. Veel bomen en struiken hebben zogenaamde mastjaren. De beuk is daarvan een bekend voorbeeld. Gemiddeld 1 keer in de 7 jaar produceert deze soort een maximale hoeveelheid kiemkrachtig zaad om daarna weer een aantal jaren minder te produceren. Een deel van het zaad bewaart Staatsbosbeheer als strategische reserve. Daarbij houden we rekening met de mastjaren die zich per soort kunnen voordoen. Zo zorgen we ervoor dat er ook in jaren waarin we weinig kunnen oogsten zaad voorhanden is om bomen en struiken van te kweken.

Oogst zaden uit zaadgaarden

Zaadgaarden zijn boomgaarden speciaal geplant voor het oogsten van zaden. In deze gaarden oogst Staatsbosbeheer het zaad uit zorgvuldig geselecteerde bomen en struiken. Externe kwekerijen kweken het zaad vervolgens op tot kleine struiken of boompjes. Afhankelijk van het uiteindelijke gebruik, planten wij (of een externe koper) de struiken en bomen na 1 tot maximaal 3 jaar over naar hun definitieve standplaats. De zaden uit de zaadgaarden van Staatsbosbeheer en de daaruit voortkomende bomen en struiken vinden hun weg door heel Europa.

Oogst zaden uit de genenbank

In Genenbank Bronnen voor nieuwe natuur (in boswachterij Roggebotzand) verzamelt Staatsbosbeheer oorspronkelijk autochtoon boom- en struikmateriaal. Nadat het oorspronkelijke plantmateriaal in het Roggebotzand tot bloei is gebracht en daar vruchten en zaden heeft voortgebracht, kweken externe kwekerijen plantmateriaal uit deze zaden. Uiteindelijk planten wij of externe kopers de bomen of struiken over naar hun eindbestemming.

Keuzes bij aanplant in bos

Bij bosbeheer en houtproductie is er een directe relatie met de kwaliteit van het bos en het oorspronkelijke plantmateriaal. Bomen kunnen tientallen tot meer dan 100 jaar meegaan voordat ze gekapt worden en bijvoorbeeld tot bouw- of meubelhout worden verzaagd. De kwaliteit van het uitgangsmateriaal is daarom zeer belangrijk. Als de kwaliteit van bomen (rechtheid, vorm, volume) onvoldoende is, gaan we over tot het planten van nieuwe bomen. We kiezen daarvoor soorten die van goede genetische kwaliteit en herkomst zijn en die aansluiten bij de bodem en de waterhuishouding in een gebied.

Nederland is verdeeld in 11 plantengeografische districten. Dat wil zeggen dat binnen een geografisch district kenmerkende bomen en struiken voorkomen. Zo is de es (Fraxinus excelsior) kenmerkend voor het Fluviatiel district (rivierendistrict). Het peperboompje (Daphne mezereum) is karakteristiek voor het Krijtdistrict (Zuid-Limburg). We streven ernaar kenmerkende soorten niet te vermengen over de verschillende plantengeografische districten. De soorten die we aanplanten zijn opgenomen in de Nederlandse selecties van de Rassenlijst voor bomen. Lees meer over bosbeheer en houtproductie in het dossier Bos en hout.

Keuzes bij aanplant in landschap

Ook bij landschappelijke beplantingen voor bijvoorbeeld buitenplaatsen en landgoederen werken we aan herstel. Veel van deze beplantingen zijn aangeplant met genetisch materiaal van buitenlandse herkomst en dus niet aangepast aan de Nederlandse omstandigheden. In nieuw in te richten gebieden of (delen van) terreinen die we omvormen, planten we zoveel mogelijk bomen en struiken aan van autochtone herkomst. Bij landschapselementen speelt de productiewaarde van bomen en struiken een minder belangrijke rol. Wel houden we er bij de aanplant rekening mee dat landschapselementen bij snoei en dunning belangrijke bronnen voor biomassa worden. Lees meer over onze zorg voor buitenplaatsen en landgoederen in het dossier Monumenten.

Lammert Kragt
Vragen over dit onderwerp? Lammert Kragt
Teamleider Beheer en productie
zaad.plantsoen@staatsbosbeheer.nl
030-6926262

Deze site gebruikt cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten