Groene Oren: Daniël de nachtzwaluw

  • 08 juli 2020
  • Podcast

In de podcastserie Groene Oren vertellen planten, bomen en dieren zélf hun verhaal: wie zijn ze, hoe ziet hun dagelijks leven er uit en hoe is het om vanuit hun perspectief de wereld te ervaren? Luister naar het verhaal van nachtzwaluw Daniel: “Ik hang, volgens mij, een beetje tussen de uil en de zwaluw in”.

De nachtzwaluw; uitstekende camouflage, excentriek baltsgedrag en een verborgen, nachtelijk leven maken hem tot een van de meest bijzondere vogels van ons land.

Wist je dat...

...nachtzwaluwen enorme afstanden afleggen tussen hun overwinteringsgebied in zuidelijk Afrika en hun broedgebied in Europa?

Verborgen bestaan

De naam ‘nachtzwaluw’ is eigenlijk nogal verwarrend. Hij is namelijk geen zwaluw en is er zelfs geen familie van. De vogel leidt een verborgen bestaan en is vooral ’s avonds en ’s nachts actief. Overdag biedt het grijsbruine verenkleed een uitstekende schutkleur als hij stil in de lengterichting op een tak zit. Die schutkleur komt ook goed van pas als de nachtzwaluw ’s zomers op de kale grond onder een struik of boom eieren uitbroedt.

Kenmerkend is hun indringende, ratelende geluid. En in baltstijd kun je ook het geluid van klapperende vleugels horen; mannetjes slaan hun vleugels tegen elkaar om vrouwtjes te lokken. Met een beetje geluk zie je in de schemer ook hun spectaculaire baltsvlucht. Op het menu van de nachtzwaluw staan insecten, bij voorkeur nachtvlinders. Die eten en vangen ze vliegend in de lucht. Meer informatie: website Vogelbescherming

Wat doet Staatsbosbeheer?

Eind vorige eeuw had de nachtzwaluw het zwaar in Nederland. Zijn leefgebied verdween in rap tempo, zodat ons land rond 1975 nog maar ongeveer 1.000 broedparen telde. Maar dankzij gericht natuurbeheer gaat het sindsdien weer beter met deze bijzondere zomergast: Volgens de laatste cijfers van Sovon waren er in 2015 zo’n 2.500 - 3.100 broedparen in Nederland.

Staatsbosbeheer zet zich in om het open, zandige leefgebied van de nachtzwaluw te behouden en waar het kan uit te breiden. Zo houden we heide en zandverstuivingen open door jaarlijks de opschietende boompjes te verwijderen, of door begrazing de terreinen op te houden. Ook kijken we waar bos omgevormd kan worden tot heide. Dat doen we op plekken waar heide van oudsher voorkomt en waar omvorming niet conflicteert met andere doelstellingen. Dat deze aanpak succesvol is, blijkt in het Mastbos. Daar werd, een jaar nadat er een stukje bos was omgevormd tot heide, al een broedpaartje gevonden.