Biesbosch 600 jaar oud

  • 19 november 2021
  • Achtergrondverhaal
  • Leestijd 6 minuten

Bij de Biesbosch begon het allemaal met een stormvloed: de Sint Elisabethsvloed. Op de nacht af, te weten van 18 op 19 november 1421 markeren we het ontstaan van dit waterrijke gebied. De Grote Waard veranderde in een binnenmeer, waaruit uiteindelijk de Biesbosch is ontstaan. Een terugblik op 600 jaar Biesbosch.

 

Het ‘blauwe kwartiertje’; een magisch en kortstondig moment in de ochtend.

Sint Elisabethsvloed

In de nacht van 18 op 19 november in het jaar 1421, slaat een stormvloed, bekend als de Sint Elisabethsvloed, een gat in de dijk ter hoogte van Strijen. Hierdoor komt de uitgestrekte polder De Groote Waard, ineens in open verbinding met de zee. Kort daarna bezwijkt de rivierdijk bij Woudrichem. Er ontstaat een groot binnenmeer, bijna de oppervlakte van het Markermeer, dat met eb en vloed tot voorbij de Langstraat in Brabant komt. De Groote Waard, waar landbouw en veeteelt floreerden, was door zijn grootte en ligging een kwetsbare polder. De bewoners, verspreid over zeker 27 dorpen die verdwenen onder het water, hadden niet de middelen noch de organisatie om de polder te redden. Wat overbleef was een groot binnenmeer, het Bergsche Veld, met een enkele visser en verpachte zalmsteken. Het gebied dat we nu kennen als de Biesbosch.

Een geschiedenis van zout, zoet, zand en slik

In de twee eeuwen na de vloedgolf, maakte het zoute water langzaam plaats voor een zoetwatergetijdewetland, door zijn schaal uniek in Europa. Dit gebeurde onder invloed van enorme hoeveelheden zand en slib die door de grote rivieren afgezet werden, en zo in het binnenmeer terechtkwamen. Organismen die in zout water leven, zoals garnalen, werden afgedekt met sediment en verdwenen definitief uit de Biesbosch. Alleen tijdens de Watersnoodramp in 1953 drong het zoute water nog tot de Biesbosch door.

Door de invloed van het tij en sedimentatie ontstonden er steeds meer slikken en platen. De bewoners, de waterwerkers waar de Nederland om bekend staat, versnelden de aanwas door dijkjes aan te leggen en klepduikers te gebruiken. De verdere ontstaansgeschiedenis van de Biesbosch is af te lezen aan de volgorde van landaanwinning en inpoldering vanuit de steden Dordrecht en Geertruidenberg en dorpen als Werkendam. Cultuurtechnici wilden omstreeks 1940 een dijk om de Biesbosch aanleggen en het gebied geheel inpolderen. De watersnoodramp van 1953 leidde tot andere inzichten: bij hoge waterstanden moest het water juist de ruimte krijgen. 

Sinds 2012 broeden er weer zeearenden in de Biesbosch

Een geschiedenis van grote soortenrijkdom

Het gebied was het domein van veel dierensoorten. Trekvissen zoals zalm, steur, fint, winde en elft kwamen hier volop voor. Net als duizenden visetende vogels, zoals kwakken, blauwe reiger, roerdompen, ijsvogeltjes, aalscholvers, zaagbekken, visdiefjes, zwarte sterns, kroeskoppelikanen en zeearenden.

Veel van die soorten zijn hier nu nog steeds te vinden en de soortenlijst blijft groeien. Bosbewoners als wielewaal, grote bonte specht en boommarter hebben een plek gevonden in de wilgenbossen. De blauwborst en cetti’s zanger broedden éérst in de Biesbosch en verspreidden zich later over de rest van Nederland. Net als de bever, die hier eind jaren tachtig jaren werd geïntroduceerd. Ook grote roofvogels als zeearend en visarend kwamen terug en vonden hier rust, ruimte en voedsel.

Ook is er een indrukwekkende lijst met zeldzame soorten die alleen in de Biesbosch voorkomen. Zoals het getijdeslakje en vloedmos, rode lijstsoorten die zich thuisvoelen in de overstromingsgraslanden van de Sliedrechtse Biesbosch. Viltbijen maken hun nest in dijken. En tienduizenden trekvogels komen hier in de opvetten in voorjaar en herfst en pleisteren in de winter.


Griendwerkers, rietsnijders, vissers, broodjagers en later boeren bevolkten de Biesbosch.

Een geschiedenis van pioniers

De Biesbosch heeft ook een geschiedenis van vissers, broodjagers, griendwerkers, rietsnijders en later boeren die hier pionierden om hun brood te verdienen. Maar ook van ingrijpende waterstaatkundige werken, zoals de aanleg van Nieuwe Merwede, Bergsche Maas en Deltawerken. En van mensen die hier baanbrekend onderzoek te deden. Zo heeft professor Ies Zonneveld (1924-2017) wegen verlegd met zijn landschap-ecologische onderzoek naar de (vegetatie)ontwikkeling. Zijn luchtfoto's vanuit hoogspanningsmasten gingen de hele wereld over. Maar ook het onderzoek van Ron Mes en Theo Boudewijn, waarin een directe relatie werd aangetoond door verontreiniging in de bodem en via het voedsel van futen en aalscholvers op het broedsucces van deze vogels, is uniek in zijn soort. Op de schouders van eerdere onderzoekers is de Biesbosch nog steeds het domein van onderzoek, zoals recent de onderzoeken naar sedimentatie- en erosieprocessen van Evelien van Deijl en Eelco Verschelling.

Staatsbosbeheer en de Biesbosch

Onderdeel van de (recente) geschiedenis vormt Staatsbosbeheer, de beheerder van dit nationaal park. In de jaren ’40 van de vorige eeuw drongen natuurbeschermers als Victor Westhoff, Tom Lebret, Ger Harmsen en P.G. van Tienhoven aan op bescherming van de Biesbosch als groot natuurreservaat. In 1946 stelde Staatsbosbeheer een vogelwachter aan om de recent ontdekte kwakkenkolonie te beschermen. Later werden grote oppervlakten voormalige grienden, platen en rietvelden aangekocht. Deze gronden werden door Staatsbosbeheer op traditionele wijze onderhouden, als ware een griendwerker of rietsnijder. Langzaam maar zeker kon Staatsbosbeheer steeds meer grond aankopen en dit unieke zoetwatergetijdenwetland zo beschermen tegen onzalige plannen als inpoldering. Zo kon uiteindelijk een groot natuurreservaat, nationaal park en recent ook een Natura2000-gebied ontstaan.

Zelfs de visarend heeft zich hier gevestigd als broedvogel.

Ruimte voor de rivier

Na de hoge rivierstanden van 1993 en 1995 werden dijken verhoogd en kreeg de rivier meer ruimte. Waterveiligheid werd hier, net zoals overal langs de grote rivieren, gecombineerd met natuurontwikkeling. In de Biesbosch ontstond 3.000 hectare nieuwe natuur in het kader van Ruimte voor de Rivier en daarmee houden Dordrecht en andere steden droge voeten. 

In 2007 kwamen deze nieuwe natuurgebieden in open verbinding met de rivier. Eb en vloed en het rivierwater kwamen tot in het hart van de Biesbosch. De oppervlakte ondiep visrijk water, slik- en rietoevers en moeras is enorm uitgebreid. Zo werd het gebied in 2012 voor het eerst écht aantrekkelijk voor de zeearend om te broeden. Deze roofvogel heeft een groot leefgebied nodig om jongen groot te brengen. Inmiddels zijn er twee broedparen en heeft ook de visarend zich hier in 2016 gevestigd als broedvogel. Het nest was dit jaar live te volgen via de website Beleefdelente.nl

Verandering en dynamiek

De Biesbosch heeft door de eeuwen heen grote veranderingen doorgemaakt. Iedere keer doen zich nieuwe kansen voor en vestigen zich nieuwe soorten. Staatsbosbeheer beweegt mee met de veranderingen en speelt in op behoud van de Biesboschnatuur en op kansen voor nieuwe natuur. Inmiddels is er ook een factor van betekenis bijgekomen in: recreatie en de noodzaak van zonering. Met rustgebieden voor vogels, maar ook ruimte voor recreanten die de Biesbosch willen beleven. Zo ziet Staatsbeheer erop toe dat iedereen, vanaf het bootje, op de fiets of wandelend van de Biesbosch kan genieten én dat de natuur daarmee in balans blijft..

De Biesbosch is door de ontelbare kreken een walhalla voor kanoërs

Nog meer Biesbosch