Over Staatsbosbeheer

Natuur waarmee je je verbonden voelt. Daar maakt Staatsbosbeheer zich sterk voor. Een Nederland waar we natuur en landschap koesteren, maar waar ook plaats is voor beleven en benutten. 

Het bijvoeren van dieren in de winter heeft geen zin


In winterperiodes wordt er wel eens gevraagd of het niet mogelijk is om in het wild levende grote dieren bij te voeren. Het is echter een misvatting om te denken dat bijvoeren een oplossing is voor het welzijn van de dieren. Het helpt ze niet. Voor dieren die in kuddes leven is het namelijk zo dat door het natuurlijke kuddegedrag de sterkere dieren het eten wegkapen en de zwakkere dieren (bijvoorbeeld oudere dieren of verzwakte dieren) niet aan bod komen.

Afweermechanisme

Bijvoeren verstoort bovendien het natuurlijke afweermechanisme tegen kou en winters. Bij alle dieren daalt de behoefte aan voedsel in periodes waarin het voedselaanbod van nature laag is. En bij een geringer voedselaanbod daalt de activiteit van dieren. De natuur zet alles in mindere tijden op een laag pitje. Als je voedsel beschikbaar stelt in tijden van schaarste, dan worden de dieren actief in een periode waarin ze dat van nature niet zouden zijn. Door actiever te worden, krijgen ze meer behoefte aan voedsel. Bovendien worden de dieren door structureel bijvoeren eerder vruchtbaar. Het vervroegt de bronst waardoor er jonge dieren worden geboren op momenten die helemaal niet gunstig zijn voor jonge dieren.

Vicieuze cirkel

Bijvoeren leidt tot een vicieuze cirkel. Door bij te voeren houd je meer dieren in leven, dus komen er het volgende jaar meer jongen, die op hun beurt weer moeten worden bijgevoerd. Dus: bijvoeren lijkt sympathiek maar het helpt niet om zwakke dieren te 'redden'. Er ontstaat sociale onrust, met stress, ruzies en gevechten in de kudde in een periode waarin ze spaarzaam met hun energie om moeten gaan.

Strategie

Strenge winters horen echter tot de natuurlijke omstandigheden waarmee dieren in onze streken te maken hebben. Alle diersoorten hebben strategieën waarmee zij proberen deze omstandigheden te overleven. Vleermuizen, egels, amfibieën en reptielen gaan in winterslaap, eekhoorntjes en hamsters leggen een voorraad voedsel aan, vlinders gaan in winterrust als ei, rups, pop of vlinder, en vogelsoorten maar ook bepaalde vlindersoorten (atalanta en distelvlinder) trekken weg naar zuidelijke streken waar meer voedsel en een warmer klimaat te vinden zijn. Soorten die blijven leggen meestal een dikke speklaag aan in de overvloedige goede tijden (zomer & herfst) en teren daar tijdens de winter en het vroege voorjaar op in.

Oostvaardersplassen

Voor meer informatie over de grote grazers in de Oostvaardersplassen, zie het dossier Oostvaardersplassen.

Deze site gebruikt cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten