Dossier Zaden en plantmateriaal

Staatsbosbeheer hecht aan autochtoon, hoogwaardig plantmateriaal. We ontwikkelen dit in onze eigen terreinen, zaadgaarden en genenbank voor autochtone bomen en struiken.

Biodiversiteit

Op deze pagina vindt u uitleg en cijfers over autochtone, inheemse en uitheemse planten en het belang van biodiversiteit voor onze natuur.

Definities autochtoon, inheems en uitheems plantmateriaal

Voor autochtoon plantmateriaal hanteert Staatsbosbeheer de definitie uit de Nederlandse Rassenlijst voor bomen en struiken: bomen en struiken die sinds de laatste ijstijd hier (in Nederland) op eigen kracht groeien, zonder directe invloed van de mens.

Onder inheemse bomen en struiken verstaan we die soorten, die binnen hun natuurlijke verspreidingsgebied voorkomen (bron: B. Maes, 2013). Veel soorten hebben een heel groot verspreidingsgebied, waardoor de benaming 'inheems' onvoldoende onderscheidend is bij de aanschaf van plantmateriaal. We gebruiken bij aanschaf en verkoop daarom de term 'autochtoon'. 'Exoten' zijn bomen en struiken die vanuit andere delen van Europa of de wereld gewild of ongewild zijn ingevoerd door de mens, of die als gevolg van indirecte antropogene (menselijke) invloed zijn verspreid in ons land. Soorten die hier dus niet van nature voorkomen en noch autochtoon, noch inheems zijn.

Laag percentage autochtone planten

Door menselijk handelen verdwenen veel autochtone bomen en struiken. Hiervoor kwam aanplant uit andere delen van Europa in de plaats. In 2001 was nog maar 5% van de bomen en struiken in ons land van autochtone oorsprong. Sinds de oprichting van Genenbank Bronnen voor nieuwe natuur in 2006 hebben we dit percentage kunnen verhogen tot ongeveer 7%. Staatsbosbeheer vindt het belangrijk om het aandeel autochtone bomen en struiken te verhogen, want importkweek heeft negatieve gevolgen voor de Nederlandse natuur.

Negatieve gevolgen van import niet-autochtone bomen en stuiken

Uitheemse soorten zijn vatbaarder voor ziekten en aantastingen
Uitheemse bomen en struiken kunnen weliswaar van dezelfde soort zijn als hun autochtone tegenhangers, maar zijn andere klimatologische omstandigheden gewend, hebben een ander groeiritme en een andere genenstructuur. Deze soorten zijn daardoor vatbaarder voor ziekten en aantastingen, omdat de Nederlandse ziekten en klimatologische omstandigheden in andere streken niet of in mindere mate voorkomen. De meidoorn van mediterrane herkomst is in ons land bijvoorbeeld veel gevoeliger voor bacterievuur en meeldauw dan zijn autochtone tegenhanger.

Uitheemse soorten verstoren het ecosysteem
Door hun afwijkende groei- en bloeitijd kunnen uitheemse bomen en struiken het ecosysteem verstoren: inheemse insectensoorten zijn namelijk ingesteld op een ‘Nederlandse’ bloeiperiode. Zo bloeit de sleedoorn uit zuidelijke regio’s vroeger dan zijn Nederlandse evenknie. Sommige vlindersoorten planten zich echter volgens de Nederlandse 'late' bloeikalender voort, waardoor er voor het jonge nageslacht te weinig voedsel is. Deze vlindersoorten dreigen daarom uit ons land te verdwijnen. Voor meer informatie over de invloed van uitheemse soorten zie de presentaties van Alterra en Probos (pdf).

Belang van biodiversiteit in vegetatie

Bij eventuele klimaatveranderingen is het van belang om de diversiteit van bomen en struiken die aangepast zijn aan de huidige omstandigheden zo groot mogelijk te houden en het autochtone plantmateriaal dat er nog is veilig te stellen en te versterken. Als het klimaat verder opwarmt, gaan soorten namelijk (nog) eerder bloeien en missen ze de aansluiting met insecten voor bestuiving of als voedselbron. Als het klimaat daarentegen afkoelt, kunnen soorten van zuidelijke herkomst bevriezen. Planten uit een landklimaat kennen bijvoorbeeld nauwelijks nachtvorst. Bomen en struiken van Nederlandse herkomst zijn beter toegerust voor deze schommelingen in bloeitijd en temperatuur en blijven hun natuurlijke ritme volgen.

Bij veel soorten heeft autochtoon materiaal dus een langere levensverwachting. Ook belast dit materiaal het milieu minder bij het opkweken, omdat we bij sommige autochtone varianten vaak minder gewasbeschermingsmiddelen hoeven te gebruiken.

Op de pagina Feiten en cijfers plantmateriaal bij Staatsbosbeheer leest u hoe we werken aan meer biodiversiteit en klimaatbestendigheid.

Lammert Kragt
Vragen over dit onderwerp? Lammert Kragt
Teamleider Beheer en productie
zaad.plantsoen@staatsbosbeheer.nl
030-6926262

Deze site gebruikt cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten