Verondieping

In ons land zijn meer dan 500 diepe plassen die zijn ontstaan door de winning van zand, grond of klei. Via verondieping worden diversiteit voor flora en fauna verbeterd en recreatieve mogelijkheden vergroot.

Verondieping

Dossier: Verondieping Overzicht van dossiers

In Nederland zijn minstens 500 diepe plassen, meestal ontstaan door de winning van zand, grond of klei. Deze grondstoffen worden onder meer gebruikt voor de bouw van woningen en de aanleg van wegen. De plassen zijn soms tot wel 40 meter diep en hebben vaak steile oevers en taluds. Hierdoor zijn planten- en dierenleven en recreatieve mogelijkheden beperkt.

Om deze situatie te verbeteren, kunnen de plassen worden verondiept. Dat houdt in dat de randen van de plas worden opgevuld met zand of baggerspecie. Op deze manier worden de steile oevers flauwer en ondieper en komt een geleidelijke overgang tot stand naar de diepere delen. Zo krijgt zonlicht de kans om in ondiepere delen door te dringen tot de bodem. Hierdoor krijgt de diversiteit en beleving van flora en fauna in de plas een impuls. Ook worden de recreatiemogelijkheden veiliger en meer divers. Diepe delen van een plas hebben ook hun ecologische waarde, bijvoorbeeld voor de snoekbaars. Verder kunnen diepere delen een belangrijke tol spelen bij het reinigend vermogen van een plas. Daarom houden we soms delen van de plas op diepte. Herinrichting van diepe plassen vindt vooral plaats bij gebieds- en natuurontwikkeling.

Verondiepingsprojecten

Ook bij activiteiten van Staatsbosbeheer met grond, slib en zand zijn natuur en landschap altijd sturend. Het ecologische resultaat na inrichting moet verbeteren en passen in de gestelde natuurdoelen.

Op dit moment (mei 2018) heeft Staatsbosbeheer via haar onderdeel Progrond enkele verondiepingsprojecten in uitvoering. Het gaat om de Erlecoms Kaliwaal in de Gelderse Poort en de Vaartplas bij Lelystad. Eerder werd de Koornwaard bij Heukelum verondiept met slib uit de Linge. Voor enkele andere plassen bestaan voorbereidingen om te komen tot planontwerp en vergunningsverlening.

Kwaliteit van de grond

Er is soms wat onduidelijkheid over de kwaliteit van de grond die voor deze verondieping wordt gebruikt en dat is begrijpelijk want de wet is behoorlijk complex. Bovendien zijn de termen ‘verontreinigde grond’ en ‘vuile grond’ verwarrend, omdat het onterecht de suggestie wekt dat de grond niet voldoet aan de wet en dus niet gebruikt zou mogen worden voor verondieping. Volgens de wettelijke normering is grond in de tuin ook lang niet altijd ‘schoon’.

Grond wordt ingedeeld in verschillende klassen. Die indeling gebeurt aan de hand van de hoeveelheid van een groot aantal stoffen die – soms van nature, soms niet van nature - in die grond zitten. De eerste klasse is wat vroeger ‘schone grond’ werd genoemd en nu ‘klasse achtergrondwaarde’ heet. Deze grond is qua verontreiniging gelijk aan wat er van nature in de grond zit zonder belast te zijn door lokale verontreinigingsbronnen. Deze grond is overal voor te gebruiken.

De tweede klasse kan geduid worden als ‘herbruikbare grond’. Deze wordt onderverdeeld in ‘klasse wonen’ en ‘klasse industrie’. Grond ‘klasse wonen’ is grond met hoeveelheden stoffen bóven de achtergrondwaarden, maar die volgens de wet via het Besluit bodemkwaliteit wél voldoet aan de gestelde waarden voor toepassing in waterbodems. In andere woorden, deze grond die volgens de wet niet als ‘schone grond’ wordt gezien, kan volgens diezelfde wet gewoon gebruikt worden bij het opvullen van waterplassen, omdat het verantwoord is voor mens en omgeving. Voor grond ‘klasse industrie’ geldt dat deze ook kan worden gebruikt, maar dan is een speciale vergunning van Rijkswaterstaat vereist. Deze grond is matig verontreinigd, maar toepassing leidt niet tot milieu schade.

Voor baggerspecie geldt een min of meer vergelijkbare indeling als het gaat om hergebruik. ‘Klasse wonen’ heet hier ‘klasse A’. En ‘klasse industrie’ heet ‘klasse B’. Anders dan bij grond mag baggerspecie ‘klasse B’ ook zonder speciale vergunning van Rijksaterstaat worden gebruikt als het afkomstig is uit stroomgebied van de rivier.

Staatsbosbeheer zal niet toestaan dat grond ‘klasse niet toepasbaar’ als opvulgrond zal worden gebruikt.

Waar de grond vandaan komt, maakt niet uit. Het gaat om de kwaliteit. Dat kan ook goed uit het buitenland zijn, als het maar voldoet aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit. Bij grond die van elders komt, wordt altijd goed gekeken of er niet meer dan de toegestane niet grondeigen stoffen in de plas terecht komen.

Kwaliteit van de waterplas na verondieping

Volgens het Besluit bodemkwaliteit mag door toepassing van grond de kwaliteit in een gebied niet achteruitgaan. De kwaliteit blijft dus minimaal hetzelfde, maar de verwachting is dat de kwaliteit stijgt. Immers, dat is de reden waarom Staatsbosbeheer plassen verondiept. Van elke toe te passen partij grond moet de kwaliteit bekend zijn en aangetoond kunnen worden met een milieu hygiënische verklaring. Bovendien is de herkomst van de nieuwe grond altijd traceerbaar. De vergunningverlenende overheden (provincie en Rijkswaterstaat) zien nauwkeurig toe op het hele proces.

In sommige gevallen worden natuurdoelen nagestreefd die bijzondere specifieke eisen stellen aan de toe te passen grond. Dan kan gekozen worden voor een passende afdeklaag, ook wel leeflaag genoemd, met grond klasse achtergrondwaarde. Tijdens de uitvoering en na realisatie vindt monitoring plaats van het bereiken van de gestelde doelen. Zowel met betrekking tot de kwaliteit van de toe te passen grond als van de ecologisch gestelde doelen.

Verondieping en kwelwater

Een relatief onbekend voordeel van verondieping is dat een diepe plas naast een rivier nadelig is voor kwelwater achter de dijk. Bij hoog water ontstaat een drukverschil tussen het water in de rivier en het binnendijkse achterland. Doordat de diepe plas een heel groot contactoppervlak heeft met de doorlatende zandondergrond, zal overdruk vanuit de rivier zichtbaar worden door extra kwel binnendijks. Een verondiepte plas zal dit effect verminderen.

Verondieping en EVOA-beschikkingen

EVOA-beschikkingen als deze voor de Koornwaard bij Heukelum zijn nodig voor grensoverschrijdend transport en worden op voorhand aangevraagd door partijen die grond over hebben, vooruitlopend op een eventuele verkoop van die grond aan dat project. In dit geval had het Belgische VergoMax grond over en wist dat in de Koornwaard vraag was naar grond voor verondieping. Vervolgens hebben ze op eigen initiatief alvast een EVOA-beschikking geregeld, zodat –als een deal rond zou komen- de beschikking al geregeld zou zijn. De grondverkoper hoeft de beoogde koper niet op de hoogte te brengen van zijn aanvraag. Dat is ook hier niet gebeurd. De EVOA-beschikking is eigenlijk alleen een vervoerbewijs dat de grond de grens mag passeren. Het zegt niets over het daadwerkelijke gebruik van de grond.
Staatsbosbeheer en Progrond

Progrond is een onderdeel van Staatsbosbeheer. Progrond verkoopt enerzijds grond die vrijkomt uit natuurherstelprojecten. Anderzijds ontvangt het grond en baggerspecie om zandwinputten van Staatsbosbeheer minder diep te maken of een terreininrichting te realiseren. Via Progrond benut Staatsbosbeheer de opbrengst van deze grondtransacties voor het duurzaam beheren van natuurgebieden. In 2017 werd 1,5 miljoen kuub grond verhandeld. Voor het idee: dat zijn omgerekend zo’n 60.000 vrachtwagens vol.

woordvoerder Marcel van Dun
Vragen over dit onderwerp? Marcel van Dun
Woordvoerder
m.vandun@staatsbosbeheer.nl
06-55697076

Deze site gebruikt cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten