Dossier Oostvaardersplassen

Edelherten, konikpaarden en Heckrunderen spelen een belangrijke rol in het ecosysteem van het gebied.

Veelgestelde vragen

Hier vindt u het antwoord op veelgestelde vragen over het beheer van de Oostvaardersplassen. 

Wat vindt Staatsbosbeheer van de plannen van SGP en VVD om het aantal grote grazers drastisch te verminderen?

Op woensdag 8 februari 2017 is in de Provinciale Staten van Flevoland een initiatiefvoorstel voor het Oostvaardersplassengebied aangenomen. Dit voorstal zal worden behandeld door Gedeputeerde Staten. Staatsbosbeheer heeft, als uitvoerder van natuurbeleid, geen formele rol in deze fase van het proces. Het gesprek moet eerst op het Provinciehuis gevoerd worden. Het is belangrijk om te weten dat er voor het Oostvaardersplassengebied al een hoop kaders liggen in de vorm van wet- en regelgeving (bijvoorbeeld Natura 2000) waar iedereen zich aan moet houden. Gedeputeerde Staten heeft aangegeven dat zij wil starten met het in beeld brengen van de wettelijke kaders die van toepassing zijn. Ook zal een commissie worden ingesteld om bij te dragen aan een voorstel voor de toekomst. Naar verwachting zal Gedeputeerde Staten nog voor de zomer met een voorstel komen. Tot die tijd blijft het bestaande beleid en huidig beheer van kracht. Staatsbosbeheer volgt het proces met grote interesse en is benieuwd naar de adviezen of acties die Gedeputeerde Staten gaat voorstellen.

Klopt het dat de grote grazers het gebied helemaal kaal eten?

Het is duidelijk dat het aantal grazers effect heeft op het uiterlijk van het landschap. Onlangs promoveerde Perry Cornelissen op onderzoek naar de relatie tussen het graasgedrag van de grote herbivoren en de ontwikkeling van grasland. Hij laat met zijn onderzoek zien dat in het begraasde deel van de Oostvaardersplassen het landschap onder invloed van de toenemende aantallen grote herbivoren en ganzen is veranderd van een mozaïek met graslanden, ruigten, riet, struweel en bomen naar een landschap dat gedomineerd wordt door graslanden.

Klopt het dat dat dieren doodgaan omdat er niet genoeg te eten is in het gebied?

De dieren die dood gaan, worden voor 90% door boswachters geschoten. Er sterven maar weinig dieren een natuurlijke dood. Dit is zo afgesproken na advies van internationale commissies en vastgesteld na evaluatie van de Beheer Advies Commissie Oostvaardersplassen. Het gebied bepaalt hoeveel dieren er kunnen leven. Daarbij speelt de hoeveelheid beschikbaar voedsel een grote rol, net zoals bijvoorbeeld de weersomstandigheden, bijvoorbeeld een extreem koude winter of een nat voorjaar.

Waarom worden de dieren niet bijgevoerd?

Bijvoeren lijkt diervriendelijk, maar het tegenovergestelde is waar. Er ontstaat onrust in de kuddes, omdat dieren elkaar gaan beconcurreren voor het plotselinge voedselaanbod. Deze stress kost de dieren veel energie in een tijd dat ze eigenlijk spaarzaam moeten zijn hun reserves. Het voedsel komt terecht bij de sterkste dieren. De zwakste dieren – vooral de oudere en jongere dieren - schieten er weinig mee op.

In periodes van voedselschaarste gaat de stofwisseling bij dieren omlaag. Ze worden minder actief en verbranden minder energie. Het aanbieden van voedsel verstoort dit natuurlijke mechanisme. Daardoor worden dieren actief in een periode waarin ze dat van nature niet zouden zijn.

De natuur heeft het slim bedacht. In de winter verbruiken de dieren hun vetreserves die ze in het zomer en najaar hebben opgebouwd. Een lager vetpercentage leidt tot verminderde vruchtbaarheid bij vrouwelijke dieren. Daardoor krijgen de dieren hun jongen in tijden waarin het gunstig is. In het voorjaar, na een strenge winter, worden op natuurlijke wijze minder jonge dieren geboren. Op die manier zorgt de natuur zelf voor evenwicht. Bijvoeren leidt er juist toe dat er in verhouding te veel dieren worden geboren, waardoor er sneller een voedseltekort dreigt. Lees ook het bericht Vet is cruciaal op het weblog van de boswachters.

Waarom wordt het gebied eigenlijk begraasd?

De Oostvaardersplassen vormt een ecosysteem waarbinnen alles met elkaar te maken heeft en invloed op elkaar heeft. Het is een belangrijk watervogelgebied en een kraamkamer voor vele vogels die door dit gebied (weer) in Nederland zijn komen wonen. Openheid en water zijn voor hen belangrijk. Zonder begrazing groeit het vruchtbare gebied volledig dicht, vooral met snelgroeiende soorten zoals wilgen en riet. Zij laten weinig ruimte over voor andere soorten, en er ontstaat dan een monocultuur.

Door begrazing van runderen, edelherten, paarden en ganzen ontstaan open gebieden. Door de grazende ganzen blijft het moeras ook moeras. Elke grazer heeft zijn eigen plek in het ecosysteem. Door de verschillende begrazing ontstaat variatie en daardoor kunnen veel meer soorten planten en dieren hier een geschikt leefgebied vinden. Het is dus goed voor de soortenrijkdom.

Waarom blijven er dode dieren in het gebied liggen?

Van de Heckrunderen en konikpaarden worden de kadavers zo veel mogelijk weggehaald, dat is de afspraak. Ook de kadavers van de edelherten worden voor een deel weggehaald. Niet iedereen wil dode dieren zien en dat respecteren we. Mochten er kadavers op een moeilijke toegankelijke plek liggen, dan blijven deze gewoon liggen. Vanuit ecologisch oogpunt is een karkas zeer waardevol. Het biedt voedsel aan een hele reeks dieren. Naast een heleboel kleine insecten profiteren bijvoorbeeld de zeearend, vos en raaf van de kadavers. Lang zichtbaar is een kadaver niet: het wordt snel en efficiënt worden 'opgeruimd' door de natuur.

Hoe lang blijft een kadaver liggen?

Dat hangt af van verschillende factoren, zoals temperatuur, vocht, zonlicht, en zichtbaarheid. Als het vriest, blijft een kadaver natuurlijk lang intact. Als het warm en vochtig is, kan een kadaver binnen een paar dagen zijn verdwenen. Het is dan weer helemaal opgenomen in de voedselketen. Alleen de botten worden langzamer afgebroken, maar ook die verdwijnen uiteindelijk.

Gaat het hier om vee of om wilde dieren?

Alle dieren in de Oostvaardersplassen, inclusief de edelherten, Heckrunderen en konikpaarden zijn officieel wilde dieren. Ze zijn van niemand. Ze worden niet 'gehoed' of 'gehouden'. De opzet van het beheer van de Oostvaardersplassen is dat de natuurlijke processen daarin zoveel mogelijk zonder inmenging van de mens verlopen en dat de daarin voorkomende grote grazers deel uitmaken van dat ecosysteem.

In 2007 heeft het Haagse Gerechtshof dit bevestigd, en vastgesteld dat er geen sprake is van 'gehouden' dieren. De internationale commissie ICMO2 heeft hier aan toegevoegd dat Staatsbosbeheer echter wel een morele verplichting heeft om mogelijk uitzichtloos lijden van de dieren tot een minimum te beperken.

Waarom worden er grote grazers doodgeschoten?

De meeste dieren in de natuur sterven een natuurlijke dood. Dat geldt voor konijnen, vogels, vossen, eigenlijk voor ieder wild dier dat niet sterft door jacht of door het verkeer. Toch zien we daar zelden iets van, omdat dieren zich terugtrekken aan het einde van hun leven, en vervolgens snel en efficiënt worden 'opgeruimd' door natuurlijke processen.

In de Oostvaardersplassen worden de dieren afgeschoten als het vermoeden er is dat ze niet zullen overleven. Dat heet het vroeg reactief beheer. De natuur selecteert de dieren maar de mens handelt door het dier, om mogelijk lijden te voorkomen, af te schieten. Zie Beheer en afschot. Er zijn protocollen voor opgesteld om te waarborgen dat dit zorgvuldig gebeurt, en er is regelmatig contact met een onafhankelijk dierenarts.

Het maatschappelijk debat over dit onderwerp is vaak emotioneel. Staatsbosbeheer begrijpt dat veel mensen zich het lot van de dieren in de Oostvaardersplassen aantrekken en zich misschien wel zorgen maken. Staatsbosbeheer zet zich er voor in om te voorkomen dat dieren mogelijk onnodig lijden en geeft de dieren verder de ruimte om zo natuurlijk mogelijk hun leven te leven.

Wat is het doel van dit natuurbeleid?

Het doel is om de natuurlijke dynamiek de ruimte te geven. Natuurlijke processen zijn leidend in de Oostvaardersplassen, maar dat betekent niet dat wij als mensen niets doen. Door deze vorm van beheer is het gebied altijd in beweging en er zal nooit een volkomen stabiele toestand ontstaan. Er zullen altijd schommelingen zijn in de omvang van populaties. Schrale en rijke perioden wisselen elkaar af. Door het menselijk ingrijpen zoveel mogelijk te beperken, kiest de natuur haar eigen weg. Precies dat maakt de Oostvaardersplassen zo'n uniek gebied.

Waarom zijn de Oostvaardersplassen niet vrij toegankelijk?

Een groot deel van het gebied is moeras en om die reden niet goed toegankelijk voor mensen. Verder leven er veel wilde dieren, die rust en ruimte nodig hebben. Er zijn echter veel mogelijkheden om het gebied te bezoeken of te ervaren: u kunt met een excursie meegaan of het gebied beleven vanaf een van de vele uitkijkpunten rondom het uitgestrekte gebied. Staatsbosbeheer organiseert jaarlijks zo’n 600 excursies. Individuele wandelaars kunnen een deel van het gebied in: vanaf het Informatiecentrum in Lelystad loopt een wandelroute van 5 kilometer. Verder loopt vanaf de Knardijk een pad naar vogelkijkhut De Grauwe Gans.

In het Oostvaardersveld kunnen bezoekers een korte of lange wandeling maken en konikpaarden en edelherten tegen komen. Ook is het mogelijk helemaal rondom de Oostvaardersplassen te fietsen en in diverse vogelkijkhutten het gebied goed te zien. Bij het natuurbelevingscentrum De Oostvaarders aan de kant Almere is ook mooie plek om van het gebied te genieten. Daar ligt het Oostvaardersbos, dat ook vrij toegankelijk is (behalve in de wintermaanden). Zie Toegankelijkheid Oostvaardersplassen.

Waar heb ik de meeste kans om zeearenden te zien?

Ook al zitten er regelmatig meerdere zeearenden in het gebied, het blijft een kwestie van geluk of je ze ziet. Vanuit de Grote Praambult worden vaak zeearenden gezien. Voor recente waarnemingen zie waarneming.nl.

boswachter met verrekijker
Vragen over dit onderwerp?
Boswachters Oostvaardersplassen
flevoland@staatsbosbeheer.nl
0320-254585

Deze site gebruikt cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten