Dossier Natura 2000

Natura 2000 is een netwerk van de meest waardevolle natuurgebieden in Europa. Staatsbosbeheer beheert 130 van deze gebieden.

Veelgestelde vragen Programma Aanpak Stikstof

1. Wat is stikstof precies?
Stikstof (N) is een scheikundig element dat voornamelijk in gasvorm voorkomt. Het is onzichtbaar en geurloos. Het zit in grote hoeveelheden in de lucht. Met 79% is het zelfs het meest voorkomende gas in de dampkring. Stikstof is een bouwsteen en cruciaal voor alle levende wezens. Stikstof is alleen niet direct opneembaar. Speciale bacteriën en schimmels kunnen stikstof omzetten naar andere stoffen zoals ammonium (NH4+) en nitraat (NO3-) en die zijn wél opneembaar. Dit zijn belangrijke bouwstoffen voor zowel mens, dier en plant. Stikstof helpt bij de bouw van eiwitten en DNA, ons erfelijk materiaal. Als je het zo leest, lijkt stikstof onschuldig. Maar een teveel aan stikstof heeft grote gevolgen voor de natuur. Zie de volgende vraag.

2. Wat is het effect van stikstof op de natuur?
Industrie, verkeer, bedrijven, landbouw en huishoudens stoten samen grote hoeveelheden stikstof uit. Dat slaat neer en komt in de bodem en het water terecht. Als grote hoeveelheden stikstof in de natuur terechtkomen, treden er meerdere negatieve effecten op. In de vorm van nitraat en ammonium is stikstof een voedingsstof. Teveel voeding in een natuurgebied leidt tot vermesting. Bepaalde planten zoals pijpenstrootje, braam, brandnetel gaan domineren en verdringen andere planten. Kenmerkende en zeldzame soorten verdwijnen daardoor. Naast vermesting is verzuring een groot probleem. Ammonium (NH4+) en nitraat (NO3-) zijn omgevormde stoffen van stikstof. Deze stoffen worden in de grond verder afgebroken tot voeding voor planten, maar tijdens dit proces komt er zuur vrij. Zuur bindt zich zeer goed in de grond en verdringt andere belangrijke voedingsstoffen zoals calcium, kalium en magnesium. Planten kunnen die bouwstoffen niet meer opnemen. Het tekort werkt door in de gehele voedselketen.

3.  Wat is het probleem voor dieren?
Verzuring leidt ertoe dat belangrijke voedingsstoffen als calcium, kalium en magnesium uit de bodem verdwijnen (zie vorige vraag). Planten kunnen ze niet opnemen. Insecten die planten eten krijgen bijvoorbeeld een calciumtekort. Insecten leven maar kort, voor hen is het effect gering. Maar voor de vogels die de insecten eten is een calciumtekort wél een probleem. De schaal van hun eieren – die uit calcium bestaat - wordt dun. Jonge vogels kruipen daardoor te vroeg uit hun ei, wat hun overlevingskansen aanzienlijk verkleint. Verzuring is ook een probleem in het water. De eitjes van de heikikker bijvoorbeeld ontwikkelen zich niet goed in verzuurd water, waardoor ze kwetsbaarder zijn voor schimmels. Vermesting leidt weer tot ander problemen. Doordat bepaalde planten gaan woekeren, verdwijnen de open plekken in het terrein. Voor sommige dieren zijn die juist heel belangrijk als zonplek of broedplek. Het wordt ook kouder en vochtiger omdat de zon niet meer kan doordringen. De levenscyclus van de sprinkhaan - van larve naar sprinkhaan - bijvoorbeeld verloopt daardoor trager. Hij kan de cyclus niet voltooien binnen één seizoen en zich dus ook niet voortplanten.

4. Is te weinig stikstof ook een probleem voor de natuur?
Te weinig stikstof is een niet bestaand probleem in Nederland. Er zijn alleen maar veel te hoge concentraties stikstof in ons land. In het onwaarschijnlijke geval dat er wél een tekort aan stikstof zou zijn, dan krijgen de planten te weinig voedingsstoffen en zullen ze minder snel groeien. Bij extreme tekorten zouden natuurgebieden kunnen veranderen in een soort toendra: een leeg landschap met weinig planten maar veel mossen en algen.

5. Wat doet teveel stikstof met een heidegebied?
In een heidegebied leidt een teveel aan stikstof tot eenzijdige begroeiing. Gras, pijpenstrootje en bochtige smele groeien een stuk sneller dan andere planten. In plaats van heide zie je ’s zomers een zee van grassen. Jonge boompjes - berken vooral - ontkiemen snel. Heidevelden groeien dicht. Minder verschillende soorten planten betekent minder soorten insecten. Dit heeft weer gevolgen voor de vogels. Ze hebben niet alleen minder te eten, ze vinden ook minder nestelplekken. Stikstof maakt bovendien dat het water in heidevennen verzuurt, waardoor er minder amfibieën te vinden zijn. Heidegebieden worden door een te hoge stikstofdepositie dus stiller en eentoniger.

6. Waarom is PAS in het leven geroepen?
Nederland heeft de verplichting om in ieder Natura 2000-gebied de natuurkwaliteit (lees: de volgens Europese Habitatrichtlijnen beschermde plant- en diersoorten) op peil te houden. Een teveel aan stikstof is een bedreiging. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is ontworpen om de effecten van teveel stikstof in de natuur aan te pakken en tegelijkertijd economische groei mogelijk te maken. Meer hierover op de website van het Ministerie van LNV.

7. Hoe werkt de uitvoering van herstelmaatregelen in de praktijk?
Het verlagen van stikstofwaardes gebeurt door gerichte beheermaatregelen. Bijvoorbeeld door het verwijderen van de bovenste laag grond op heidevelden (plaggen). Daardoor verdwijnen veel overbodige voedingsstoffen. Daarnaast halen we op zorgvuldig gekozen locaties bomen weg, bijvoorbeeld om de ontwikkeling van heide te bevorderen of om de waterhuishouding in een gebied te herstellen. PAS is maatwerk. Per gebied wordt een PAS-gebiedsanalyse opgesteld die deel uitmaakt van het Natura 2000 beheerplan. Zo’n beheerplan is opgeknipt in periodes van 6 jaar. Er zijn 3 periodes van 6 jaar nodig om de PAS-maatregelen uit te voeren en doelen te behalen. In het beheerplan staat ook wie wat doet in een gebied. De uitvoering van PAS is namelijk in handen van verschillende partijen. Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hebben een grote taak, maar ook provincies, gemeenten en waterschappen werken mee.

8. Krijgt Staatsbosbeheer geld voor PAS-herstelmaatregelen?
Jazeker. Staatsbosbeheer wordt voor de uitvoering van PAS-maatregelen betaald door de provincies. De uitvoering gaat dus niet ten koste van het reguliere terreinbeheer. Het gaat immers om extra maatregelen, zoals vaker maaien, extra plaggen, aanpassing van de waterhuishouding, et cetera.

woordvoerder Marcel van Dun
Vragen over dit onderwerp? Marcel van Dun
Woordvoerder
m.vandun@staatsbosbeheer.nl
06-55697076

Deze site gebruikt cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten