Informatie over cookies

Staatsbosbeheer maakt op deze website gebruik van cookies. Meer uitleg over cookies.

Noodzakelijk

Zorgt voor een goede werking van de website

Social

Nodig voor het delen van pagina's en bekijken van video's

Statistieken

Hiermee stemmen we de website af op voorkeuren van bezoekers

Contact

Dossier Flora en fauna

Een bloeiend dieren- en plantenleven in Nederland. Daar zetten we ons voor in. Meestal door een gunstige leefomgeving te creëren, soms door ze juist in toom te houden.

Eikenprocessierupsen

Vanaf mei begint de eikenprocessierups-tijd. Ze zijn dan volop te vinden in eikenbomen en hun brandharen kunnen flinke irritatie aan huid en luchtwegen veroorzaken. Storm en wind zorgen ervoor dat nesten en vervellingshuidjes uit de bomen waaien. Hierdoor is de kans groter dat mensen en dieren in contact komen met de brandharen.

Vanwaar de naam ‘processierups’?

De rupsen maken ’s avonds een treintje dat in een optocht (processie) de eik door slingert. Daar doen ze zich tegoed aan de eikenbladeren. Ze zouden ook de eikenoptochtrupsen kunnen heten. Of eikenpolonaiserupsen.

Waarom is de rups gevaarlijk?

De brandharen van 0,2 tot 0,3 mm kunnen bij aanraking je huid irriteren. Maar ze waaien ook met de wind in je ogen, oren, neus, of keel. Hier geven de haren stoffen af die een allergische reactie veroorzaken. Je kunt dan last krijgen van zwellingen, jeuk of ademhalingsproblemen.

Waar kan ik de rups tegenkomen?

Vooral eiken langs fietspaden en wegen zijn favoriete nestplaatsen. In bossen is het probleem veel minder groot. Dit komt doordat eikenbomen in de natuur vaak geholpen worden door natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups, zoals sluipwespen en sluipvliegen. Die zijn veel minder aanwezig buiten de natuurgebieden. Overigens blijken ook kool- en pimpelmezen de rups op hun menu te hebben staan. Deze vogels zijn in bewoonde gebieden dus je bondgenoot.

Waarom zie ik ze steeds vaker?

Doordat het steeds warmer wordt in Nederland rukt de eikenprocessievlinder verder op naar het noorden. Voorheen kwam hij vooral in Zuid-Europa voor, maar nu is hij in heel Nederland algemeen. Dit jaar zijn er grote aantallen nesten te zien. Waarom? In het najaar van 2016 zijn uitzonderlijk veel vlinders geteld. En veel vlinders betekent vaak veel rupsen. Daar komt bij dat juni zeer warm en droog is geweest. De rupsen zijn dan geneigd lager op de stam (waar het koeler is) nesten te bouwen. Je ziet ze op dit moment dus beter zitten. En het zijn er heel veel.

Waar moet ik op letten?

Vermijd contact. Ga geen broodje kaas eten onder een boom waar een nest in zit. Loop niet onder de nesten door en raak de rupsen, nesten en bomen niet aan. Dit advies geldt ook voor je hond. Honden hebben ook last van de brandharen. Bovendien slepen ze deze makkelijk mee naar binnen via hun vacht.

Wat als ik nu toch onder de brandharen zit?

Ga niet krabben als je jeuk hebt. Strip de huid met plakband om de brandharen ervanaf te trekken. Was kleding zo mogelijk op 60 graden. De meeste klachten verdwijnen binnen 2 weken, maar het is verstandig bij ernstige klachten contact op te nemen met de huisarts.

Wat doet Staatsbosbeheer?

We bestrijden liever niet omdat dit nadelige effecten kan hebben op andere (insecten)soorten. Bovendien zijn de rupsen  ook voedsel voor veel vogels; ze staan op het menu van de spreeuw, kauw, kool- en pimpelmees. Ze zijn op die manier onderdeel van de kringloop in de natuur. Wanneer er sprake is van veel overlast kunnen we paden en wegen afsluiten of de rupsen verwijderen. In het speelbos is het Bredase Mastbos worden bijvoorbeeld nesten preventief verwijderd.