Informatie over cookies

Staatsbosbeheer maakt op deze website gebruik van cookies. Meer uitleg over cookies.

Noodzakelijk

Zorgt voor een goede werking van de website

Social

Nodig voor het delen van pagina's en bekijken van video's

Statistieken

Hiermee stemmen we de website af op voorkeuren van bezoekers

Contact

Dossier Bos

Staatsbosbeheer zorgt voor planten en dieren door bossen te beschermen, laat recreanten het bos beleven en produceert hout voor de Nederlandse markt.

Bosvisie in 6 thema's

Met ruim een kwart van het totale Nederlandse bosoppervlak in eigendom is Staatsbosbeheer de grootste bosbezitter van ons land. Logisch dat het doen en laten van zo’n grote ‘bosbaas’ met belangstelling – en soms argusogen – wordt gevolgd. Aan de hand van zes maatschappelijke discussiepunten lees je hier de visie van Staatsbosbeheer op bos(beheer).

1. We moeten kappen met kappen

De laatste jaren is in Nederland meer bos verdwenen dan aangeplant: uit onderzoek van Wageningen Environmental Research (WER) uit 2017 blijkt dat het Nederlandse bosareaal sinds 2013 met 5.400 hectare is afgenomen. Soms door het verdwijnen van tijdelijke bossen op landbouwgrond en voor de aanleg van wegen of woonwijken, maar meestal voor de omvorming naar andere natuur, zoals heide of stuifzand. Hoewel kap dus een duidelijke reden heeft, zijn bossen effectieve vastleggers van het broeikasgas CO2 en zijn ze belangrijk voor bosbiodiversiteit. Daarnaast houden mensen van bossen.

Daarom gaat Staatsbosbeheer de komende jaren niet alleen terughoudender bossen omvormen naar andere natuur en bossen die omgevormd worden compenseren (ook al is dat geen vastgelegd beleid vanuit de provincies). Ook gaan we binnen 10 jaar minstens 5.000 hectare nieuw bos aanplanten.

2. Waar moeten die 5.000 hectare bos dan komen?

Die 5.000 hectare nieuw bos komt op Staatsbosbeheerterrein. En Nederland krijgt er nog meer bos bij: het Klimaatakkoord gaat uit van 37.000 hectare nieuw bos in Nederland in 2030, oftewel zo’n 10 procent bos erbij. Op veengronden die sowieso vernat moeten worden (en waar landbouw dus moeilijker wordt) ontstaan ideale groeiomstandigheden voor veenbossen, een type bos dat nu schaars is in Nederland. En langs de rivieren is bijvoorbeeld ruimte voor ooibossen, een ander schaars bostype. Ook kijken we naar terreinen die zich in de huidige situatie niet goed ontwikkelen, zoals een deel van de graslanden, waar bosontwikkeling zorgt voor meer CO2 -vastlegging. Verder zijn er ‘boskansen’ rond steden. Stedelijke ontwikkeling in combinatie met de aanleg van (recreatie)bos levert groene metropolen op, die ecologische waarde hebben en die stadsbewoners een gezondere, groenere leefomgeving bieden.

3. Recreatie is belangrijk, maar natuurbescherming is nóg belangrijker

In bossen kunnen recreatie en natuurbescherming prima samengaan. In vergelijking met open landschappen kan bos veel meer recreanten herbergen; je hebt er zelden het gevoel dat het er echt druk is. Die bezoekers hoeven niet schadelijk te zijn voor de natuur. Door slim uit te kienen waar bijvoorbeeld paden lopen of parkeergelegenheid is, kan Staatsbosbeheer bezoekersstromen doorgaans letterlijk in goede banen leiden. Ook kunnen desnoods bepaalde delen van het bos worden afgezet, bijvoorbeeld op plekken waar ernstig bedreigde fauna leeft.

4. Kap van gezonde bomen voor bosverbetering snijdt geen hout

Veel Nederlandse bossen hebben actief beheer nodig, en dus kap. Dan gaat het bijvoorbeeld om zieke of beschadigde bomen, maar er zijn ook goede redenen om gezonde bomen te vellen — bijvoorbeeld om andere, waardevolle bomen genoeg ruimte te geven om te kunnen uitgroeien. Kap gebeurt ook om het bos te verjongen, en dat zou zelfs nog vaker moeten gebeuren: momenteel heeft slechts 3 procent van de bomen in de Nederlandse bossen een diameter van 5 tot 10 centimeter, terwijl dat de bomen voor de toekomst zijn! Er zijn dus ook voldoende jonge boompjes nodig.

Een andere reden om gezonde bomen te oogsten, is om bos gevarieerder en robuuster te maken. Nederlandse bossen zijn relatief vaak monoculturen, terwijl gemengde bossen met bomen van verschillende leeftijden beter bestand zijn tegen ziekten, plagen en klimaatverandering. Een mix van vlak- en diepwortelende bomen zorgt dat bos minder kwetsbaar is voor langdurige droogte. Ook levert gemengd bos een gevarieerder strooisel op en dat is gunstiger voor de opname van de voedingsstoffen door het bos.

Nederland is op de goede weg: begin jaren '80 was nog bijna de helft van onze bossen ongemengd naaldbos, terwijl dat begin deze eeuw nog maar gold voor een kwart van de bossen. Desondanks moeten de Nederlandse bossen nóg meer variatie krijgen, en soms moeten daar bomen voor worden gekapt. (Bron: Factsheet stand van zaken Bos in Nederland (november 2019), Probos

5. Liever hout van eigen bodem dan uit het buitenland

Nederland verbruikt zo’n 16 miljoen m3 hout per jaar om te bouwen, timmeren en stoken — ofwel ongeveer één kuub per persoon per jaar. Naar verwachting zal die houtvraag toenemen, want het besef groeit dat hout een prima, duurzaam alternatief is voor beton, staal en kunststof. Daarbij verdient hout van eigen bodem de voorkeur boven geïmporteerd hout.

Ten eerste natuurlijk vanwege de CO2-uitstoot: hoe minder ver hout vervoerd hoeft te worden, hoe minder uitstoot. Maar minstens zo belangrijk zijn de bosbeheeromstandigheden. De multifunctionele bossen van Staatsbosbeheer voorzien nu in zo’n 3 procent van de nationale houtvraag en worden beheerd volgens het FSC-keurmerk, het strengste ter wereld. Staatsbosbeheer kapt daarmee gegarandeerd op een duurzame wijze. Bovendien oogst Staatsbosbeheer altijd minder hout dan er aangroeit (gemiddeld zo’n 74 procent), zodat economische waarde en ecologische waarde hand in hand gaan. Bij ongecertificeerd hout is dat lang niet altijd het geval, om het voorzichtig uit te drukken. En er zit ook een principiële kant aan: bij het streven naar een circulaire wereld hoort óók de verantwoordelijkheid om voor onze houtvraag naar onze ‘eigen’ bossen te kijken, en niet alleen die van landen ver weg.

De inkomsten die Staatsbosbeheer binnenhaalt met de verkoop van hout komen ten goede aan de natuur en het beheer daarvan.

6. Bos is belangrijker dan een zandhagedis

Als bos wordt omgevormd, is dat nooit vanwege één diertje of plantje maar voor herstel of versterking van hele ecosystemen of habitattypes — soorten leefgebieden — zoals heide of duinen. Voor de Nederlandse natuur en biodiversiteit zijn die habitattypes net zo belangrijk als bos; het is geen kwestie van of-of maar van en-en.

Feit is dat sommige habitattypes (onder meer door het stikstofoverschot) heel kwetsbaar zijn. Om ze toch te behouden, en omdat ruimte voor natuur schaars is in Nederland, moeten Staatsbosbeheer en andere natuurorganisaties regelmatig lastige keuzes maken. Dat betekent níét dat bos minder belangrijk is dan bijvoorbeeld het leefgebied van de zandhagedis, maar omgekeerd ook niet: beide hebben evenveel bestaansrecht. Soms is er geen andere optie dan de omvorming van bos, waarbij Staatsbosbeheer dat ‘verloren’ bosoppervlak compenseert.