Tholen

Ooit een eiland, nu land van polders, slikken en schorren. De zoute zee bepaalt nog altijd het leven en de natuur op Tholen.

Over Tholen

Ingeklemd tussen het vasteland, Zuid-Beveland en Schouwen-Duivenland ligt Tholen. Dit voormalige eiland heeft waardevolle natuurgebieden zoals de slikken en schorren in de Krabbenkreek, Het Rammegors en de Pluimpot. De natuurgebieden zijn nog steeds volop in ontwikkeling. Zo veranderen de ligging en omvang van de buitendijkse zandplaten, slikken en het geulenpatroon voortdurend.

Natte slikken

Een slik wordt ook wel een wad genoemd. De bodem bestaat uit zavel, zand of klei, en loopt twee keer per dag bij vloed onder water. Op de slikken lijkt niet veel te leven, maar schijn bedriegt. Zo verraden de vele ‘tandpastahoopjes’ van zand en gaatjes in de bodem een rijk dierenleven. Zodra het eb is komen tal van vogels naar de slikken om zich te goed te doen aan wormen, schelpdiertjes en kleine kreeftachtigen.

Droge schorren

De Krabbenkreek bij het dorpje Sint-Annaland is één van de grootste schorrengebieden van de Oosterschelde. Schorren zijn de hogere begroeide delen van een slik die niet meer elke keer onder water lopen.  Planten die je hier aantreft kunnen goed tegen het hoge zoutgehalte van het water, zoals lamsoor. De stevige dikke bladeren van deze plant lijken op de oren van een lammetje en staan in het voorjaar vaak in restaurants op het menu. Maar echte lamsoor is voor mensen niet eetbaar. Wat je werkelijk op je bord krijgt zijn de blaadjes van de zeeaster.