Heeze-Leende

Het grootste ven van Nederland, zwevende libellen, grazende schapen, heide en bos. Beleef de rijkdom van de Brabantse natuur!

Over dit gebied

Natuurgebied Heeze-Leende bestaat uit boswachterij Leenderbos en de Strabrechtse Heide. Twee aparte gebieden, elk met hun eigen charme.

Het Leenderbos

Tot 1930 lag in boswachterij Leenderbos een uitgestrekt gebied met heide en zandverstuivingen. De heide was niet meer rendabel voor de landbouw en het gebied verwaarloosde. Staatsbosbeheer kocht het aan en plantte in het kader van de werkverschaffing bossen aan. Het Leenderbos was een typisch productiebos, zoals ze ook elders in Nederland werden aangelegd.

Inmiddels heeft het Leenderbos niet meer dezelfde functie als in de crisisjaren. Weliswaar ‘levert’ het bos jaarlijks 6000 kuub hout, recreatie en natuurwaarden zijn nu minstens zo belangrijk. Er lopen veel wandel-, fiets- en ruiterpaden. De bossen worden steeds gevarieerder en daardoor ook aantrekkelijk voor verschillende diersoorten.

Strabrechtse Heide

Boswachter Sjaak Smits: "De Strabrechtse heide verbaast mij altijd weer, ‘s morgens of ‘s avonds, in wat voor jaargetijde dan ook. De dynamiek van het terrein blijft verrassen. Er zijn prachtige vergezichten, zeker in combinatie met wolkenvelden en zonlicht. Als er ’s ochtends vroeg nog geen bezoekers zijn, straalt de Strabrechtse heide rust uit. Zodra er bezoekers komen, zie je de rust op ze over gaan en zie je ze genieten van het uitgestrekte heidelandschap. Ook altijd mooi om te zien is hoe de schaapsherder en zijn onafscheidelijke herdershond samen de kudde hoeden. Soms waan je je terug in de tijd."

Bezoekers hebben toegang tot het grootste gedeelte van de heide. De zandpaden zijn wel zo gesitueerd dat dieren en planten een ongestoord bestaan kunnen leiden. Door de kwetsbaarheid van het gebied zijn alleen rustige vormen van recreatie toegestaan. Maar, wat is er mooier dan wandelend, fietsend of te paard uit te kijken over deze gevarieerde vlaktes?