Groene Hart - Lopikerwaard

Van oude Hollandse polderdorpjes tot de grillige uiterwaarden van de Lek. De geschiedenis is nooit ver weg in de Lopikerwaard.

Over Groene Hart - Lopikerwaard

In het Groene Hart en de Lopikerwaard is een verscheidenheid aan rivierlandschap, flora en fauna ontstaan.

IJsselsteinse Bos

Het IJsselsteinse bos bij Utrecht is een jong polderbos, met hoge populieren en elzen, eiken en essen. Besdragende struiken maken het voor vogels een aantrekkelijk gebied. In 2016 is de oppervlakte van het bos verdubbeld; het is nu ongeveer 50 hectare groot. In dit nieuwe gedeelte van het bos vind je statige lanen van iep en linde. Je vindt er ook een plukboomgaard, waar je in het najaar een appel kunt plukken of noten kunt rapen. Via een vlonder kun je over een waterplas lopen. De laatste bomen worden in april 2016 nog aangeplant. Dan is het IJsselsteinse bos 50.000 bomen rijker! Door de vele lanen en kronkelpaadjes nodigt het IJsselsteinse bos uit voor een flinke wandeling. De hond mag met je mee. 

Lopikerwaard

In de Lopikerwaard staat water centraal. De plassen, moerassen en graslanden zijn een ware trekpleister voor weide- en trekvogels. Zo’n gebied vraagt om een uitgekiend waterbeheer. Zo komen ondiepe delen van het water van het vroege voorjaar tot in de zomer droog te staan; ideaal voor steltlopers en moerasvogels. In de moerasgebieden houden we de waterstand hoog en leiden we het water zo rond dat de graslanden met zuiver water worden gevoed.

Riviereiland de Bol

Op het riviereiland de Bol zijn nog levende rivierduinen te vinden. Dat is tegenwoordig zeldzaam en daar is Staatsbosbeheer dan ook zuinig op. Op deze rivierduinen, die een temperatuurverschil kennen van soms wel 50 graden Celsius, zijn planten te vinden die alleen op rivierduinen kunnen groeien: echte kruisdistel, sikkelklaver en kattendoorn. Vooral in de maanden mei en juni geven de planten op de rivierduinen het eiland kleur. In de stijlrandjes broeden ‘s zomers oeverzwaluwen en ijsvogels. In de winter kiezen de kleine zwanen, herkenbaar aan hun gele snavels, de binnenlek uit als slaapplaats. Soms slapen daar wel meer dan 400 kleine zwanen bij elkaar en dat is waar schouwspel. Vanaf de Lekdijk is dit schouwspel goed te volgen.

Willeskop

Ingeklemd tussen twee middeleeuwse houtkaden, ligt midden in de Lopikerwaard het natuurgebied Willeskop. Een gevarieerd landschap van open water, moerassen en bloemrijke graslanden. Vooral in het voor- en najaar speelt Willeskop een belangrijke rol voor trekvogels. Duizenden vogels doen het gebied aan om zich op de grote reis voor te bereiden, om er te slapen, te rusten en te eten. Zo komen op de droogvallende delen vele steltlopers en ruiters af en zitten in de houtkaden vele zangvogels. Voor de najaarstrek in augustus maken tientallen bruine kiekendieven gebruik van het gebied als slaapplaats, net als vele lepelaars, purperreigers, grote zilverreigers, wulpen, roofvogels en zangvogels.

In de winter vormt Willeskop een belangrijke slaap- en rustplaats voor duizenden eenden en ganzen. De moerasdelen zijn tevens een open keuken voor roofvogels en uilen. Zo zitten er elke winter duizenden smienten en vind je er in de wintermaanden blauwe kiekendieven. Meer lees je in de folder Willeskop.

Lekuiterwaarden

Zo'n 2.000 jaar geleden werd de Lek gevormd als een van de vele zijrivieren van de Rijn. Van klein onbeduidend stroompje won de Lek in de loop der eeuwen aan betekenis en rond het jaar 1.000 was het de belangrijkste rivier voor het afvoeren van het Rijnwater. Omdat er tot de 11e eeuw geen dijken waren, kon de Lek zich ongehinderd door het landschap bewegen. Er ontstonden relatief hoge oeverwallen en verder van de rivier af ontstonden laaggelegen moerassige gebieden. In dit diverse landschap groeien veel bijzondere planten. De beste tijd om dit te beleven is mei en juni. Meer weten over wandelen en fietsen in de Lekuiterwaarden? Bekijk de folder Lekuiterwaarden.