Toen Staatsbosbeheer in 1899 werd opgericht was Nederland ernstig ontbost en was er grote vraag naar hout. In de eerste dertig jaar van zijn bestaan bracht Staatsbosbeheer het bos in Nederland weer op peil en legde veel productiebossen aan.
Eind jaren zestig kon Nederland niet meer concurreren met houtproducenten in grotere landen. Ook leidden veranderingen in het denken over natuur en milieu tot groeiende kritiek op productiebossen. Sindsdien richten we ons op de ontwikkeling van natuurlijk, gemengd bos.
Natuur
Rond het begin van de twintigste eeuw kwam bescherming van 'natuurschoon' en behoud van 'natuurmonumenten' op. In 1928 werd natuurbescherming officieel de tweede taak van Staatsbosbeheer.
In de jaren zeventig kreeg natuurbeheer een meer offensieve aanpak: natuurherstel en -ontwikkeling. Natuur die de ruimte krijgt om zichzelf te ontwikkelen is gezonder dan natuur die alleen dankzij menselijk ingrijpen kan voortbestaan.
Landschap
Vanaf 1915 adviseerde Staatsbosbeheer Rijkswaterstaat over de beplanting van wegen en waterwegen. Dit groeide uit tot een derde taak: landinrichting. Daarmee hebben we decennia lang grote invloed gehad op de vorming van het Nederlandse landschap.
Als beheerder van grote delen van dat landschap richten we ons nu op het behoud van landschappelijke waarden, de streekeigen identiteit van landschappen en de cultuurhistorische elementen daarin.
Recreatie
Vanaf de jaren twintig begonnen mensen de recreatieve waarden van natuur te ontdekken. Recreatieve voorzieningen treffen en de groeiende stromen bezoekers in goede banen leiden werd de vierde taak van Staatsbosbeheer.
We stellen onze terreinen zo veel mogelijk open voor alle Nederlanders en bieden het publiek een scala aan mogelijkheden om de natuur te beleven.
Multifunctionele natuur
Inspelend op de maatschappelijke actualiteit zet Staatsbosbeheer zijn ervaring nu in voor beheer en ontwikkeling van multifunctionele natuur. Gevarieerd gebruik van ruimte vraagt om veelzijdig beheer. Beheer dat bijdraagt aan:
- de kwaliteit van wonen, werken en recreƫren;
- biodiversiteit
- de veerkracht van de natuur;
- het behoud van de unieke identiteit van de Nederlandse landschappen.