Navigatie

Vaakgestelde vragen

Waarom zijn de Oostvaardersplassen niet vrij toegankelijk?

Een groot deel van het gebied is moeras, en om die reden niet goed toegankelijk voor mensen. Verder leven er veel wilde dieren, die rust en ruimte nodig hebben. Er zijn echter veel mogelijkheden om het gebied te bezoeken of te ervaren: u kunt met een excursie meegaan of het gebied beleven vanaf een van de vele uitkijkpunten rondom het uitgestrekte gebied. Staatsbosbeheer organiseert jaarlijks zo’n 400 excursies.

Individuele wandelaars kunnen een deel van het gebied in: vanaf het Informatiecentrum in Lelystad loopt een wandelroute van 5 kilometer. Verder loopt vanaf de Knardijk een pad naar vogelkijkhut De Grauwe Gans.

Ook is het mogelijk helemaal rondom de Oostvaardersplassen te fietsen en in diverse vogelkijkhutten het gebied goed te zien. Bij het natuurbelevingscentrum De Oostvaarders aan de kant Almere is ook mooie plek om van het gebied te genieten. Daar ligt het Oostvaardersbos, dat ook vrij toegankelijk is (behalve in de wintermaanden).

Waarom wordt het gebied eigenlijk begraasd?

De Oostvaardersplassen vormt een systeem waar alles met elkaar te maken heeft, en invloed op elkaar heeft. De Oostvaardersplassen is een belangrijk watervogelgebied en een kraamkamer voor vele vogels die door dit gebied (weer) in Nederland zijn komen wonen. Openheid en water zijn voor hen belangrijk. Zonder begrazing groeit het vruchtbare gebied volledig dicht, vooral met snelgroeiende soorten zoals wilgen en riet. Zij laten weinig ruimte over voor andere soorten, en er ontstaat dan een monocultuur.

Door begrazing van runderen, edelherten, paarden en ganzen ontstaan open gebieden. Door de grazende ganzen blijft het moeras ook moeras. Elke grazer heeft zijn eigen plek in het ecosysteem. Door de verschillende begrazing ontstaat variatie en daardoor kunnen veel meer soorten planten en dieren hier een geschikt leefgebied vinden. Het is dus goed voor de soortenrijkdom.

Waarom worden de dieren niet bijgevoerd?

Bijvoeren lijkt diervriendelijk, maar het tegenovergestelde is waar. Er ontstaat onrust in de kuddes, omdat dieren elkaar gaan beconcurreren voor het plotselinge voedselaanbod. Deze stress kost de dieren veel energie in een tijd dat ze eigenlijk spaarzaam moeten zijn hun reserves. Het voedsel komt terecht bij de sterkste dieren. De zwakste dieren – vooral de oudere en jongere dieren - schieten er weinig mee op.

In periodes van voedselschaarste gaat de stofwisseling bij dieren omlaag. Ze worden minder actief en verbranden minder energie. Het aanbieden van voedsel verstoort dit natuurlijke mechanisme. Daardoor worden dieren actief in een periode waarin ze dat van nature niet zouden zijn.

De natuur heeft het slim bedacht. In de winter verbruiken de dieren hun vetreserves die ze in het zomer en najaar hebben opgebouwd. Een lager vetpercentage leidt tot verminderde vruchtbaarheid bij vrouwelijke dieren. Daardoor krijgen de dieren hun jongen in tijden waarin het gunstig is. In het voorjaar, na een strenge winter, worden op natuurlijke wijze minder jonge dieren geboren. Op die manier zorgt de natuur zelf voor evenwicht. Bijvoeren leidt er juist toe dat er in verhouding te veel dieren worden geboren, waardoor er sneller een voedseltekort dreigt.

Waarom blijven er dode dieren in het gebied liggen?

Een kadaver is vanuit ecologisch oogpunt zeer waardevol. Het biedt voedsel aan een hele reeks dieren, en levert een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. Naast een heleboel kleine insecten, profiteren bijvoorbeeld ook de zeearend, vos en raaf van de kadavers. Voor de mens zijn dode dieren vaak nauwelijks zichtbaar, omdat ze snel en efficiënt worden 'opgeruimd' door de natuur.

Wat in de Oostvaardersplassen vooral opvalt, is dat de dode edelherten in het gebied blijven liggen. De wilde paarden en runderen vallen onder de Destructiewet en moeten (vooralsnog) zo veel mogelijk worden afgevoerd. Inmiddels heeft de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) een positief advies gegeven voor een proef om ook daarvan enkele kadavers te laten liggen.

Hoe lang blijft een kadaver liggen?

Dat hangt af van verschillende factoren, zoals temperatuur, vocht, zonlicht, en zichtbaarheid. Als het vriest, blijft een kadaver natuurlijk lang intact. Als het warm en vochtig is, kan een kadaver binnen een paar dagen zijn verdwenen. Het is dan weer helemaal opgenomen in de voedselketen. Alleen de botten worden langzamer afgebroken, maar ook die verdwijnen uiteindelijk.

Gaat het hier om vee of om wilde dieren?

Alle dieren in de Oostvaardersplassen, inclusief de edelherten, Heckrunderen en konikpaarden zijn officieel wilde dieren. Ze zijn van niemand. Ze worden niet 'gehoed' of 'gehouden'. De opzet van het beheer van de Oostvaardersplassen is dat de natuurlijke processen daarin zoveel mogelijk zonder inmenging van de mens verlopen en dat de daarin voorkomende grote grazers deel uitmaken van dat ecosysteem.

In 2007 heeft het Haagse Gerechtshof dit bevestigd, en vastgesteld dat er geen sprake is van 'gehouden' dieren. De internationale commissie ICMO2 heeft hier aan toegevoegd dat Staatsbosbeheer echter wel een morele verplichting heeft om het uitzichtloos lijden van de dieren tot een minimum te beperken.

Waarom worden er grote grazers doodgeschoten?

De meeste dieren in het wild sterven een natuurlijke dood. Dat geldt voor konijnen, vogels, vossen, eigenlijk voor ieder wild dier dat niet sterft door jacht of door het verkeer. Toch zien we daar zelden iets van, omdat dieren zich terugtrekken aan het einde van hun leven, en vervolgens snel en efficiënt worden 'opgeruimd' door natuurlijke processen.

In de Oostvaardersplassen sterven de dieren allemaal een natuurlijke dood. Er is echter voor gekozen dat moment bij de grote grazers niet af te wachten. Om mogelijk uitzichtloos lijden te voorkomen worden de dieren afgeschoten als het vermoeden er is dat ze de winter niet zullen overleven. Er zijn protocollen voor opgesteld om te waarborgen dat dit zorgvuldig gebeurt, en er is voortdurend contact met een onafhankelijk dierenarts.

Het maatschappelijk debat over dit onderwerp is vaak emotioneel. Staatsbosbeheer begrijpt dat veel mensen om de dieren in de Oostvaardersplassen geven en zich misschien zorgen maken. Staatsbosbeheer geeft om de grazers die in het gebied leven, en we zetten ons in om zoveel mogelijk te voorkomen dat dieren uitzichtloos lijden.

Wat is het doel van dit natuurbeleid?

Het doel is om de natuurlijke dynamiek de ruimte te geven. Natuurlijke processen zijn altijd in beweging en er zal nooit een volkomen stabiele toestand ontstaan. Er zullen altijd natuurlijke schommelingen zijn van aantallen dieren, van voorkomende soorten en van schralere en rijkere perioden. Door het menselijk ingrijpen zoveel mogelijk te beperken kiest de natuur haar eigen weg en leveren alle dieren een eigen bijdrage aan de natuurlijke dynamiek.