Sleutelrol voor grazers
De ontwikkeling van het gebied startte met de komst van tienduizenden grauwe ganzen die met hun scherpe snavels het moerasgebied begonnen te begrazen. Daardoor groeide het gebied niet dicht met riet, maar ontstond een mozaïek van open water en specifieke moerasvegetatie. Een waterrijk leefgebied dat ontdekt is door veel vogel- en plantensoorten. Vanuit de Oostvaardersplassen hebben soorten als de lepelaar hun weg weer gevonden naar andere gebieden in Nederland.
In drogere gebieden zijn het runderen, herten en paarden ('de grote grazers') die zorgen dat het gebied niet dichtgroeit met wilgen. En zo zorgen de verschillende grazers voor variatie in het terrein.
Dynamiek
De grazers zorgen, samen met de weersomstandigheden, voor een natuurlijke dynamiek. De natuur ontwikkelt en verandert voortdurend. Alles hangt met elkaar samen. Het is eten en gegeten worden, de kringloop van het leven. Ook dode dieren hebben een belangrijke functie in het ecosysteem. Allerhande organismen, van bacteriën en aaskevers tot de vos, de raaf en de zeearend hebben belang bij kadavers.
In de Oostvaardersplassen is een complex voedselweb ontstaan, waarin allerlei soorten planten en dieren hun rol spelen en zo kunnen voortbestaan.
Import
De grauwe gans, een belangrijke grazer, heeft op eigen kracht het gebied bereikt. De andere grote grazers - Heckrunderen, edelherten en konikpaarden - zijn ruim 20 – 25 jaar geleden in het gebied uitgezet. De grote grazers leven in sociale kuddes en vertonen het gedrag dat dieren in vrije natuur vertonen. Zijn hebben hun plek in het ecosysteem.