De status 'Nationaal Park' is eigenlijk de Michelinster voor een mooi en uitnodigend natuurgebied. Samen vormen de parken het visitekaartje voor de Nederlandse natuur. In het Nederlandse natuurbeleid nemen ze een bijzondere plaats in.
De nationale parken zijn gedurende de laatste 30 jaar aangewezen door de minister ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I). Een uitzondering zijn De Hoge Veluwe en Veluwezoom. Deze parken zijn rond 1930 voortgekomen uit particulier initiatief.
Doelen 
Landschappelijk zijn de parken verschillend. Maar hun doelen komen overeen. Alle nationale parken hebben ten doel:
• Bescherming en ontwikkeling van natuur en landschap
• Natuurgerichte recreatie
• Educatie en voorlichting
• Onderzoek
Landschappen
Nationale parken zijn relatief grote natuurgebieden (minstens 1.000 hectare). Daarom zijn er in de meeste parken meerdere soorten landschap te vinden. Bijvoorbeeld stuifzand en bos, of veen en heide. Toch hebben alle gebieden een eigen karakter. Dat karakter wordt onder meer gevormd door de grondsoort (zand, klei, veen) of de manier van gebruik in het verleden (vervening, landbouw, houtkap).
Ook de geologie speelt een belangrijke rol in het landschap (stuwwallen, rivierdalen). Iemand die alle nationale parken heeft bezocht, heeft daarmee een goed beeld gekregen van de Nederlandse natuur.