Een groot deel van het gebied is bebost en bijzonder heuvelachtig. Het is ontstaan in de voorlaatste ijstijd. De ijsmassa’s hebben de bodem tot een stuwwal opgestuwd. Het smeltwater heeft diepe geulen door de heuvels getrokken. Deze smeltwaterdalen zijn goed te zien in het Leesten en tussen Ugchelen en Hoenderloo. Net als elders op de Veluwe is het gebied in de loop van de twintigste eeuw bebost. De oudste boskernen zijn te vinden in Hoog Buurlo, het Ugchelse Bos, het Spelderholt en het Hoenderlose Bos. Hier en daar wordt het bos afgewisseld met heide, met als hoogtepunten de heidevelden van Hoog Buurlo en van Stroe.
Woestijnlandschap
In het hart van het gebied ligt een samenzwering van zand en wind: het Kootwijkerzand. Een natuurreservaat van zo’n zevenhonderd hectare. De helft ervan stuift, de andere helft is begroeid met mossen en grassen. De wandelaar mag er gaan en staan waar hij wil. Sierlijke ribbels in blinkend zand, op heuvels die golven als de zee. Nadat het heeft gewaaid, lijkt het alsof hier nog nooit iemand is geweest. Net als de ‘echte’ woestijn kent het Kootwijkerzand extreme temperatuurverschillen. Op een mooie zomerdag kan het op de zuidhellingen wel vijftig graden worden. ’s Nachts tuimelt het kwik dan zo’n veertig graden omlaag.
Unieke planten
Het ruig haarmos is een van de unieke planten die zich aan deze barre omstandigheden heeft aangepast. Prachtig groen in de herfst en winter, een bloeiend rood tapijt in het vroege voorjaar. Dan droogt het in om de zinderende zomer te overleven. Op de windluwe plekken groeien meer planten die nergens anders op de wereld voorkomen, zoals heidespurrie en zandzegge.
Van oerbos naar zand
Het oerbos van de Veluwe is in de loop der eeuwen vrijwel volledig gekapt. Door de roofbouw veranderde het landschap in eindeloze vlakten met heide en akkers. De boeren plagden de heide af als bemesting voor de akkers. De kale zandgrond die uiteindelijk overbleef, was niet te temmen. Zandverstuivingen bedreigden het leven op de Veluwe.
Onze wieg
In deze wildernis stond de wieg van Staatsbosbeheer. Eind negentiende eeuw was onze eerste activiteit het bebossen van de woeste gronden rond Kootwijk. Al het werk moest toen nog met de schop. Negentig procent van het zand is vastgelegd. Met de bewuste uitzondering van het Kootwijkerzand. Zo bleven de stuifzandheuvels bestaan en kunnen we nu nog zien hoe het terrein er een eeuw geleden uitzag.
Speulderbos
Het Speulderbos staat hoog genoteerd in de toptien van mooiste bossen in Nederland. In dit ‘wilde woud’ kun je ronddwalen alsof het een echt oerwoud is. De natuur mag hier haar gang gaan. Glanzende sparren, knoestige, groenbemoste eiken, varens en halfvergane stammen zorgen voor een bijzondere sfeer.
In het gebied zijn nog twee andere soorten bos te vinden. Het lichte bos, met grove dennen, berken en eiken groeien. En het donkere bos, waar vooral douglas- en fijnsparren en Amerikaanse eiken groeien. Elk bostype trekt weer andere bewoners aan. Vanachter wildkijkschermen is het mogelijk om zelf dieren gade te slaan. Vooral tegen de schemering is de kans op een ontmoeting groot.
Duister verleden
Kijk ook eens bij het Solse Gat. Deze diepe kuil is in de laatste ijstijd ontstaan door een draaikolk van gletsjerwater. De kuil is verder uitgediept door het graven van leem. Veluwse sagen vertellen een heel ander verhaal. Op deze plek zou ooit een klooster hebben gestaan. De monniken hadden hun ziel aan de duivel verkocht. Hiervoor werden ze gestraft. In een woeste kerstnacht zonk het klooster weg in de aarde. Alleen de statige toegangsweg zou nog aan het klooster herinneren...
Oerbewoners
Het gebied is al zeer lang bewoond. Dit blijkt uit de vele grafheuvels die in het bos zijn aangetroffen. Bij opgravingen zijn aardewerken klokbekers gevonden. Ook stuitte men op het 3000 jaar oude silhouet van een vrouw. De vage schaduw van de ‘Vrouw van Speulde’ is nu te zien in het Historisch Museum in Arnhem.