Erbarmelijk waren de leefomstandigheden van de arbeiders die tot ver na 1900 ‘in het veen’ werkten. De mannen zwoegden van donker tot donker in het natte laagveen om zo veel mogelijk turven uit de bodem te halen. De vrouwen zwoegden thuis om de vele kindermonden te voeden. De Friese veenpolders -
De Deelen, Brandemeer en Rottige Meente – waren minder dan een eeuw geleden het toneel van mensonterende omstandigheden, nu zijn het rijke natuurgebieden.
Het resultaat van de turfwining is een mozaïek van water en land, riet en trilvenen, bloeiende graslanden en petgaten. En een uitbundig planten- en dierenleven, met in de Rottige Meente zelfs otters die vanuit de nabijgelegen Weerribben zijn komen aanzwemmen. Drie Friese natuurparels, met dank aan de veenarbeiders.