
Bevers eten graag schors en takken van bomen die ze eerst omknagen. Door hun knaagwerk maken ze open plekken die voor afwisseling in moerasbossen zorgen. Bevers laten zich zelden zien, maar hun sporen zijn makkelijk te ontdekken. Witte schilfertjes hout op het water zijn restanten van een bevermaal. Een wirwar van takken op de grens van land en water is een beverburcht. Een boom die bijna, of helemaal, is doorgeknaagd: het resultaat van noest knaagwerk van vier indrukwekkend grote snijtanden.
Polderbossen zijn dierenbossen. Een wielewaal fladdert jodelend rond. De havik gebruikt jonge populieren voor haar horst: een groot takkennest. Als de vos door de schemering sluipt, biedt de weelderige begroeiing aan reeën voldoende dekking. In de sloten, vaarten en poelen houden 's zomers ontelbare padden en kikkers hun kwaakconcerten. In 2006 zijn bevers in het gebied uitgezet.