Voorwerk
Met de inpoldering van Flevoland, tussen 1961 en 1968, kwam er nieuw land op de oude zeebodem. In de jongste polders van Nederland groeit nu een van de belangrijkste natuurgebieden van de toekomst. In het begin oogde het nogal saai; eindeloze rechte rijen iele populiertjes. Maar ze deden onontbeerlijk voorwerk. Populieren zijn taai. Ze wortelen makkelijk in de zware poldergrond en geven zo zwakkere broeders beschutting tegen de wind. Hun werk zit er nu op.
Delen van het populierenbos maken plaats voor echte ‘sprookjesbomen’ als eiken, linden en zoete kersen. Het bos zal zichzelf verder blijven verjongen. De wind verspreidt de zaden van de oudere bomen. Vogels eten bessen en planten nieuwe sleedoorns, vogelkersen en meidoorns. Het Almeerderhout telt al tientallen verschillende boomsoorten.
Lopend buffet
Staatsbosbeheer laat omgevallen bomen en afgewaaide takken liggen. Dood hout krioelt van de insecten. Letterlijk een lopend buffet voor bijvoorbeeld de grote bonte specht. Ook de geurige schijnridder en de slijmwasplaat zijn ons dankbaar. En alle andere driehonderd(!) soorten paddenstoelen die op het dode hout groeien.
Van productie naar variatie
Almeerderhout is in de jaren zeventig van de vorige eeuw aangelegd als ‘productiebos’. De bomen werden onder andere gebruikt voor de papierproductie. Het bos moest ook snel beschutting geven aan mens en dier. De polder was toen nog kaal. Staatsbosbeheer beheert de bossen tegenwoordig ook voor recreanten en voor de natuur. Daarom worden er regelmatig bomen gekapt. De bomen die overblijven krijgen zo de ruimte om volledig uit te groeien. Bomen die langzaam groeien maar langer leven, zoals iep, es, linde en eik, zullen geleidelijk het beeld van het bos gaan bepalen. Snelle groeiers als populier en wilg verdwijnen op den duur. Het typische patroon van het polderbos, met zijn lange rechte rijen bomen, vervaagt als het bos ouder wordt en de variatie neemt toe. Dat is aantrekkelijk voor mens, plant en dier.
Experiment
In het Cirkelbos is geëxperimenteerd met nieuwe vormen van bosbouw. Cirkels met elk hun eigen boomsoort, omlijst door beukenlanen. De rechte sloten zijn door Staatsbosbeheer vervangen door een meer natuurlijke watergang. Er kabbelt nu een kronkelende beek met moerassige delen en kleine delta’s. En daar kan ineens in razende vaart een blauwe streep over het water scheren. IJsvogels!