Het noordelijkste deel van Zeeland draagt als geen ander de littekens van de watersnoodramp van 1953. In de strijd tegen de elementen heeft de natuur sindsdien veel aan de mens moeten prijsgeven. Maar het tij is gekeerd op Schouwen. Staatsbosbeheer werkt actief aan 'nieuwe natuur'. Het landschap in zijn tweede leven. Schouwen is weer een lappendeken aan natuurgebieden. De belangrijkste in vogelvlucht:
Kop van Schouwen
De boswachterij Westerschouwen is het grootste bos van Zeeland. Waar je overal de branding hoort. Met wilde kamperfoelie, die zo heerlijk ruikt na een regenbui. Samen met de Meeuwenduinen vormt het de ‘Kop van Schouwen’. Een heuvelachtig duinlandschap. Met zandverstuivingen, valleien en duinweiden. Vogelrijke bosranden en struweel. Overal ritselt leven dat je vanaf de vele gemarkeerde wandelroutes of vanuit de schuilhut of uitkijktoren kunt bespieden.
Boswachter Dirk Fluijt: "In de Meeuwenduinen ben je echt onderdeel van de natuur. Overgeleverd aan de elementen, aan hitte, aan stormen. Ik verlies me in de wolkenluchten die over de Noordzee aandrijven. Met iedere keer weer ander licht. Soms zwerf ik een dag lang in de Verklikkersduinen. Door de valleien en de duinpannen. Dan ga ik zitten om te luisteren. Naar de stilte."
Schelphoek
Dit krekengebied aan de kust van de Oosterschelde ontstond uit een van de grootste dijkdoorbraken tijdens de watersnoodramp.In het gevecht met het kolkende water , is een ringdijk om de onheilsplek aangelegd. Staatsbosbeheer plantte bos bij het plaatsje Serooskerke.
De rijke grond is nu weelderig begroeid met opgaand hout en hondsroos. Je kunt hier prachtig wandelen op de grens van land en water. Langs de zeedijk vol olijfwilgen. Voor de liefhebber van de lange afstand is er het Deltapad. Voor de jeugd de zoek-je-weg-wandeling. Als ze niet liever willen zwemmen in de kreek. Of ravotten op de ruime oeverstroken.
De Prunje: Plan Tureluur
De Prunje werd door zeventiende-eeuwse schrijvers al geroemd als vogelparadijs. Na het weggraven van veen restte hier een waterrijke wildernis. Een binnendijks moeras. Maar watermolens maalden de Prunje droog. Boeren brachten het na de watersnood van 1953 in cultuur. Het leefgebied van de vogels verdween.
Natuurbeschermers ontwikkelden aan de zuidkust van Schouwen het 'plan Tureluur'. Het uitgestrekte zout/brakke kleimoeras is weer teruggeven aan de Prunjepolder. Omdat het zoutgehalte en de vochtigheid plaatselijk erg variëren, is er een enorme verscheidenheid aan vegetatie. Het wemelt er weer van het waterwild en de weidevogels. De liefhebber kan zijn lol op: er is een uitkijktoren, een vogelkijkscherm en langs de Delingsdijk en de Inlaagweg zelfs een 'vogelboulevard'.