
In boswachterij Ruinen wordt jaarlijks hout geoogst. Bij het zagen van de bomen kijken we vooral naar de bomen die overblijven, de bomen voor de toekomst. Op de open plekken komt ruimte voor jonge bomen. Deze worden niet geplant, de natuur zorgt zelf voor nieuwe inheemse soorten. Zodoende krijgen we meer berk, lijsterbes, eik en grove den.
Dode bomen zijn belangrijk voor de kringloop in het bos. Daarom laat Staatsbosbeheer dode bomen staan en liggen. De wormen, kevers en spinnen die er op leven zijn het voedsel voor spechten en andere vogels. Voor grotere zoogdieren zoals reeën, marters, hazen en bunzings, zijn omgevallen bomen een belangrijke schuilplaats.