Sinds mensenheugenis spreken ze tot de verbeelding: Rottumeroog, Rottumerplaat en Zuiderduin, drie onbewoonde eilandjes voor de kust van Groningen die tezamen Rottum heten. Ooit woonden er boeren, kloosterlingen en strandjutters, nu zijn de eilanden de thuisbasis voor zeehonden en vogels.
De zeehonden brengen hun jongen groot op het zand aan de rand van het water. Tijdens de najaarstrek in augustus en september kunnen de aantallen vogels tot 300.000 oplopen. Voor hun voedsel zijn ze afhankelijk van krabben, slakken, kokkels en wormen in de slikkige bodem van de Waddenzee. Is het hoogwater, dan kunnen ze op Rottum rustig wachten tot het tij weer gunstig is voor de volgende maaltijd.
Het is de vraag waar de eilanden over een paar eeuwen zullen zijn. Gedreven door de westenwinden ‘wandelen’ ze rustig maar zeker steeds verder oostwaarts. Sinds Rijkswaterstaat in 1991 stopte met het actieve onderhoud aan de eilanden veranderen ze ook voortdurend van vorm, worden kleiner en weer groter, nemen af en weer toe. Rottum is alleen toegankelijk tijdens begeleide excursies.